Op 16 July 2026 heeft de Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 21-003436-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHARL:2026:4687. De plaats van zitting was Leeuwarden.
Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-003436-25
Uitspraakdatum:16 juli 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 21 juli 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-203895-23 en 18-165451-24, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummers 21-002628-20, 96-043203-22, tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.P.M. Canoy, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis waartegen het hoger beroep gericht is:
verdachte voor alle ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden;
de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 21-002628-20 afgewezen;
de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 96-043203-22.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep om redenen van doelmatigheid vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-203895-23:
1.hij op of omstreeks 8 januari 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente] een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegensverkeerswet 1994, te weten: GHB en/of Amfetamine,terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen:
- 19 milligram GHB per liter bloed, en/of;
- 480 microgram Amfetamine per liter bloed bedroeg,
in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde (te weten: 5 milligram GHB per liter bloed bij combinatiegebruik en/of 25 microgram Amfetamine per liter bloed bij combinatiegebruik);
2.hij op of omstreeks 8 januari 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 44,46 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en/of ongeveer 0,14 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende Amfetamine en/of ongeveer 0,31 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde GHB en/of Amfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Zaak met parketnummer 18-165451-24 (gevoegd):
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 20 februari 2024, te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een bedrijfsauto (merk Volkswagen type Transporter T6 2.0 TDI) en/of een dashboardklokje, heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen, gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en hij en/of zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-203895-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-165451-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-203895-23:
1.hij op 8 januari 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente] , een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten: GHB en Amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed
- 19 milligram GHB per liter bloed, en
- 480 microgram Amfetamine per liter bloed bedroeg;
2.hij op 8 januari 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 44,46 gram GHB en ongeveer 0,14 gram Amfetamine en ongeveer 0,31 gram MDMA, zijnde GHB en Amfetamine en MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Zaak met parketnummer 18-165451-24 (gevoegd):
1.hij in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 20 februari 2024, te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , voorwerpen, te weten een bedrijfsauto (merk Volkswagen type Transporter T6 2.0 TDI) en een dashboardklokje heeft verworven, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 18-203895-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 18-203895-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak met parketnummer 18-165451-24 bewezenverklaarde levert op:
schuldwitwassen.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – kort samengevat – verzocht om aan verdachte geen straf op te leggen die zou betekenen dat hij lang gedetineerd zal raken. Verdachte heeft geleerd van zijn verleden en hij heeft een positieve wending aan zijn leven gegeven. Daarnaast heeft verdachte een bedrijf. Mocht verdachte weer voor een lange tijd gedetineerd raken, dan kan dit een negatief effect op zijn bedrijf hebben. Gelet hierop hoort verdachte een taakstraf opgelegd te krijgen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest dat in het geval iemand geleerd heeft van zijn fouten het taakstrafverbod van toepassing is. Mocht het hof vanwege het taakstrafverbod toch een vrijheidsstraf opleggen, dan wordt verzocht om een korte vrijheidsstraf te combineren met een taakstraf.
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een bedrijfsauto en een dashboardklokje, zoals in de bewezenverklaring nader omschreven. Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken en daaraan een schijnbaar legale herkomst te verschaffen wordt de integriteit van het financieel en economisch verkeer aangetast. Bovendien bevordert het handelen van verdachte het plegen van delicten, omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst aan criminele gelden, het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn.
Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het rijden onder invloed van harddrugs. Door zo te handelen heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd.
Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid MDMA, GHB en amfetamine. Harddrugs vormen een gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving, niet in de laatste plaats vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit.
Bij de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het omvangrijke strafblad van verdachte van 2 juni 2026, bestaande uit 37 pagina’s. Hieruit blijkt dat hij voorafgaand aan het bewezenverklaarde meermalen onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld, waaronder voor soortgelijke feiten, maar met name voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. De nu bewezen verklaarde feiten zijn bovendien gepleegd gedurende een lopende proeftijd ter zake van twee verschillende eerdere veroordelingen. Hieruit spreekt een onverbeterlijkheid in het gedrag van verdachte, die zich kennelijk ook niets gelegen laat liggen aan voorwaardelijke veroordelingen en lopende proeftijden. Ook volgt uit voornoemd strafblad dat het zogenoemde taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van toepassing. Verder blijkt dat het bepaalde in artikel 63 Sr van toepassing is.
Gelet op het voorgaande en met inachtneming van artikel 22b Sr kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. In de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet het hof geen redenen om anders te oordelen dan de politierechter heeft gedaan.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, passend en geboden.
De raadsman heeft verzocht om, indien het hof van oordeel is dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte onvoldoende onderbouwd zijn, alsnog een reclasseringsrapportage op te laten maken. Het hof heeft dit opgevat als een voorwaardelijk verzoek, in het geval het hof overgaat tot oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Het hof acht zich op basis van wat door verdachte en zijn raadsman ter zitting is toegelicht over de persoonlijke omstandigheden van verdachte voldoende voorgelicht en daarmee het opmaken van een reclasseringsrapportage niet noodzakelijk. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Vordering tot tenuitvoerlegging
In de zaak met parketnummer 21-002628-20 is verdachte op 15 december 2021 door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen opgelegd van twaalf maanden, met een proeftijd van drie jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Verdachte heeft een nieuw strafbaar feit gepleegd voor het einde van de proeftijd. Daarom beveelt het hof de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf.
Vordering tot tenuitvoerlegging
In de zaak met parketnummer 96-043203-22 is verdachte op 22 juni 2022 door politierechter in de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen van twaalf maanden opgelegd, met een proeftijd van twee jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Het hof wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, omdat uit het uittreksel van de Justitiële Documentatie van 2 juni 2026 volgt dat deze voorwaardelijke straffen reeds ten uitvoer zijn gelegd en ook door verdachte zijn voldaan.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 47, 57, 63 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
Beslissing
BESLISSING
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-203895-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-165451-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-203895-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-165451-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2021, parketnummer 21-002628-20, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van:
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Noord-Nederland van 12 maart 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 22 juni 2022, parketnummer 96-043203-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken en ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
Dit arrest is gewezen door mr. J.A.M. Kwakman, mr. G.A. Versteeg en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 16 juli 2026.
Mr. Kwakman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.