Op 16 July 2026 heeft de Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 21-000319-26, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHARL:2026:4694. De plaats van zitting was Leeuwarden.
Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-000319-26
Uitspraakdatum:16 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland , zittingsplaats Leeuwarden, van 29 januari 2026 met het parketnummer 18-291337-25 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,
op dit moment vanwege een andere strafzaak verblijvende in P.I. [locatie P.I.] te [plaats] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman,
mr. J.D. Nijenhuis, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft verdachte, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis waartegen het hoger beroep gericht is, voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep om redenen van doelmatigheid vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 1 november 2025 te [plaats] opzettelijk een of meerdere ambtenaren van Eenheid [locatie] , te weten [naam] hoofdagent) en/of [naam] (agent), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen meerdere malen, althans eenmaal de woorden toe te voegen: ''Jullie zijn fucking homo's'' althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2.hij op of omstreeks 1 november 2025 te [plaats] , zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meerdere ambtenaren van Eenheid [locatie] , te weten [naam] hoofdagent) en/of [naam] (agent), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door meerdere malen, althans eenmaal:
- zich (met kracht) los proberen te maken en/of los proberen te wurmen van de (greep van) voornoemde ambtenaren en/of met kracht de andere richting op te bewegen als waar voornoemde verbalisanten hem, verdachte, heen bewogen, en/of
- te proberen weg te rennen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bevestiging van het vonnis van de politierechter.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Daartoe heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat de agenten niet hebben gehandeld in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, nu de aanleiding voor verbalisanten om ter plaatse te gaan twijfelachtig is, er geen enkele grond was om verdachte aan te houden en wat als verzet van verdachte wordt gezien, een reactie was op het forse politieoptreden.
Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam] en [naam] , dat respectievelijk is opgemaakt op ambtsbelofte en ambtseed. Het hof zal dit proces-verbaal dan ook als uitgangspunt nemen. (Voetnoot 1)
Het hof stelt vast dat verbalisanten [naam] en [naam] op 1 november 2025 van het Operationeel Centrum (hierna: OC) naar aanleiding van een melding de opdracht kregen om naar de [straat] te [plaats] te gaan. Aldaar zou ene [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) zijn ex lastig vallen door steeds aan te bellen en langdurig voor de woning te staan. Toen de verbalisanten ter plaatste kwamen, zagen zij een jongeman in de richting van hun auto lopen. Zij zagen dat hij een snelle pas had en dit deed hen vermoeden dat deze man wellicht de persoon was waar de melding over ging. Om deze reden werd door de verbalisanten aan deze persoon gevraagd om zich te identificeren. Zij zagen dat deze man een agressieve toon en houding tegen hen had. Zij zagen dat hij gebalde vuisten had, een wilde blik had en hoorden dat hij zijn stem verhief. Nadat de verbalisanten zijn identiteitskaart kregen, zagen zij dat het om verdachte ging. Toen verbalisanten met hem in gesprek wilden gaan, was dat volgens hen een onbegonnen zaak. Telkens wanneer een van hen uitleg aan verdachte wilde geven of vragen wilde stellen, werden zij meermaals onderbroken. Zij zagen dat verdachte opgefokt was. De verbalisanten stuurden verdachte weg, maar hij liep enkele meters weg en kwam weer terug. Dit is zes keer gebeurd. Uiteindelijk bevolen de verbalisanten verdachte de locatie te verlaten. Vervolgens hoorden zij hem “Jullie zijn fucking homo’s!” schreeuwen. Verdachte werd vervolgens al grijpend weggeduwd door verbalisant [naam] en gesommeerd de locatie verlaten. De verbalisanten probeerden verdachte de straat uit te begeleiden. Zij zagen dat verdachte met zijn rechterhand een dreigende beweging maakte ter hoogte van zijn buik. Zij zagen dat hij een ‘schijn’ slaande beweging maakte. Zij bleven hem echter licht duwend de straat uit begeleiden. Hierop draaide verdachte zich van de verbalisanten vandaan en riep hij nogmaals dat zij “homo’s” waren en liep hij richting de woning van de melder. Verdachte is vervolgens in een klem gezet en naar de grond gebracht door verbalisant [naam] en vervolgens door verbalisanten aangehouden voor belediging. De verbalisanten voelden zich in hun eer en goede naam aangetast.
Verdachte bleef zich tijdens de aanhouding verzetten door te proberen zich los te ‘wurmen’. Hierop drukte verbalisant [naam] met de rechterhand van verdachte op het hoofd van verdachte, zodat hij zijn verzet zou staken. Toen verdachte rustig werd en de verbalisanten hem in de auto wilden plaatsen, voelden zij dat verdachte zich bewoog in een voor hen tegengestelde richting. Zij voelden verdachte rukken en trekken in een richting van de auto vandaan en zagen dat hij weg wilde rennen. De verbalisanten wisten te voorkomen dat verdachte zich aan de aanhouding zou onttrekken. Wederom brachten zij verdachte naar de grond. Zij voelden wederom dat hij in verzet ging. Zij voelden verdachten trekken en stoten in een andere richting dan dat zij hem wilden brengen. Hierdoor hebben verbalisanten verdachte op zijn buik op de grond gelegd. Hierna vroegen zij om een extra eenheid ter plaatse. Nadat versterking ter plaatse was gekomen is verdachte overgebracht naar het cellencomplex. (Voetnoot 2)
Op de terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij de ten laste gelegde woorden heeft geuit.
Het hof is van oordeel dat de inhoud van de melding bij het OC afdoende is om vast te kunnen stellen dat de aanwezigheid van verbalisanten ter plaatse en het daar aanspreken van verdachte zonder meer valt binnen de in artikel 3 van de Politiewet omschreven politietaken. Reeds op dit punt waren zij in de rechtmatige uitoefening van hun bediening.
Verder volgt uit de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden dat verdachte vrijwel meteen recalcitrant gedrag vertoonde en niet voor rede vatbaar was. Er viel geen gesprek met verdachte te voeren. Aan verdachte is zes keren gevraagd om weg te gaan, maar dit heeft er niet toe geleid dat verdachte zijn vervelende gedrag staakte. Verdachte kwam telkens weer terug naar de locatie waarvan hij weg moest blijven. Kort hierna werd aan verdachte bevolen om de locatie te verlaten. Hierop schreeuwde verdachte de woorden: “Jullie zijn fucking homo’s.” Hierna werd verdachte wederom gesommeerd om de locatie te verlaten en wederom staakte verdachte zijn vervelende gedrag niet. Integendeel, hij riep kort hierna wederom dat de verbalisanten “homo’s” waren. Nu voornoemde woorden een strafbaar feit opleveren, is het hof van oordeel dat de verbalisanten in hun recht stonden om verdachte aan te houden voor belediging. De verbalisanten waren daarbij dus in de rechtmatige uitoefening van hun bediening.
Verder volgt uit de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden dat verdachte zich heeft verzet tegen zijn aanhouding door te proberen zich los te wurmen van de verbalisanten en de andere richting op te bewegen als waar voornoemde verbalisanten hem heen bewogen en probeerde weg te rennen. Het hof is van oordeel dat verdachte door zo te handelen de verbalisanten heeft belemmerd in het uitoefenen van hun politietaak. Dat, zoals verdachte heeft verklaard, zijn gedrag moet worden verklaard uit het gegeven dat hij pijn had als gevolg van het politieoptreden, volgt het hof niet. Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt dat verdachte zich op verschillende momenten en op verschillende manieren heeft verzet en dat er meerdere mensen nodig waren om verdachte onder controle te krijgen. Dat is geen gedrag dat zich in overwegende mate als een algemeen menselijke reactie op (een) pijn(prikkel) laat verklaren.
Het hof is van oordeel dat voorafgaand aan en op het moment dat de verweten verzetshandelingen door verdachte werden gepleegd, de geweldshandelingen van de verbalisanten, die erop waren gericht om de verdachte onder controle te krijgen, naar hun aard en omvang en gelet op de door hen geschetste omstandigheden gerechtvaardigd waren.
Ook die geweldshandelingen kunnen dus niet afdoen aan de rechtmatigheid van hun optreden.
Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de feiten 1 en 2. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.hij op 1 november 2025 te [plaats] opzettelijk ambtenaren van Eenheid [locatie] , te weten [naam] (hoofdagent) en [naam] (agent), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen meerdere malen de woorden toe te voegen: "Jullie zijn fucking homo's", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2.hij op 1 november 2025 te [plaats] , zich met geweld heeft verzet tegen meerdere ambtenaren van Eenheid [locatie] , te weten [naam] (hoofdagent) en [naam] (agent), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door:
- zich los proberen te wurmen van de voornoemde ambtenaren en de andere richting op te bewegen als waar voornoemde verbalisanten hem, verdachte, heen bewogen, en
- te proberen weg te rennen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
wederspannigheid.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, mocht het hof tot een bewezenverklaring van een of meer feiten komen, verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met straffen die door rechters in soortgelijke zaken worden opgelegd. De door de politierechter opgelegde straf in de onderhavige zaak is gelet hierop en de richtlijnen te hoog.
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid en belediging gericht tegen politieambtenaren. Het handelen van verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag en het bemoeilijkt het werk van de politie.
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 2 juni 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder voor soortgelijke strafbare feiten.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en het strafblad van verdachte kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wel ziet het hof – gelet op de straffen die door rechters in soortgelijke zaken worden opgelegd – aanleiding om af te wijken van de hoogte van de gevangenisstraf zoals die door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van één week, passend en geboden.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 57, 63, 180, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
Beslissing
BESLISSING
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.
Dit arrest is gewezen door mr. G.A. Versteeg, mr. J.A.M. Kwakman en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 16 juli 2026.
Mr. Kwakman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Voetnoot
Voetnoot 1
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 19 november 2025, genummerd PL0100-2025297042, opgemaakt door politie Eenheid [locatie] , genummerd pagina 1 tot en met 12. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
Voetnoot 2
Het proces-verbaal van bevindingen, p. 4 en 5.