Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, hoger beroep strafrecht overig

ECLI:NL:GHARL:2026:4888

Op 28 July 2026 heeft de Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 21-005112-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHARL:2026:4888. De plaats van zitting was Arnhem.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
21-005112-25
Datum uitspraak:
28 July 2026
Datum publicatie:
28 July 2026

Indicatie

Veroordeling voor 5 feiten: 1. verkrachting, 2. aanranding, 3. medeplegen van verkrachting in de leeftijdscategorie 12-16 jaar, 4. verkrachting in de leeftijdscategorie 12-16 jaar en 5. verspreiden, vervaardigen en bezitten van kinderporno. Gevangenisstraf van 38 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar. Bij de beslissing op de vorderingen benadeelde partij is onder meer aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. Toewijzing vordering tenuitvoerlegging. Hof sluit in dit arrest voor een groot deel aan bij de overwegingen uit het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005112-25

Uitspraakdatum: 28 juli 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem -Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem , van 25 november 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-153754-25 en 05-009719-25, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummers 05-247691-24, 05-069708-23, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] (Syrië),

op dit moment verblijvende in [locatie P.I.] te [plaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.J.H. van der Wal, en de advocaten van de benadeelde partijen hebben aangevoerd. De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] werden tijdens de zitting bij het hof vertegenwoordigd door mr P.P.E. Buchele. De benadeelde partij [benadeelde partij 4] werd vertegenwoordigd door mr. M.H.A. Dibbits en de benadeelde partij [benadeelde partij 5] door mr. S. Kriekaard.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor vijf feiten - kort gezegd - verkrachting, aanranding, medeplegen van verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren en het verspreiden, vervaardigen en bezitten van kinderporno. De rechtbank heeft aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden opgelegd, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar. De rechtbank heeft daaraan de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering verbonden. Deze bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard. Daarnaast heeft de rechtbank een beslissing genomen over de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 5] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] . De rechtbank heeft de vorderingen tot tenuitvoerlegging onder parketnummers 05-247691-24, 05-069708-23 (gedeeltelijk) toegewezen. Tot slot heeft de rechtbank beslist op het beslag.

Het hof vernietigt het vonnis omdat het, na toewijzing van een vordering wijziging tenlastelegging, tot een iets andere bewezenverklaring van feit 1 in de zaak met parketnummer 05-009719-25 komt. Het hof doet daarom opnieuw recht, maar volgt grotendeels de overwegingen van de rechtbank.

Tenlastelegging

Op de zitting in hoger beroep is de tenlastelegging van feit 1 van parketnummer 05-009719-25 gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-009719-25:

1.

hij op of omstreeks 26 maart 2024 te [plaats] door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [benadeelde partij 5] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 5] , te weten

- het brengen van zijn penis in de vagina van [benadeelde partij 5] en/of

- het betasten van de borsten van [benadeelde partij 5] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

- er bij die (voor hem onbekende) [benadeelde partij 5] op heeft aangedrongen dat zij met hem mee ging, ondanks dat zij (meermaals) aangaf dat zij dit niet wilde en/of

- (vervolgens) [benadeelde partij 5] heeft meegetrokken/meegenomen in een toilethokje en/of de deur van dat toilethokje op slot heeft gedaan en/of

- [benadeelde partij 5] te slaan en/of

- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en/of [benadeelde partij 5] hiermee heeft overrompeld en/of

- zich opdringerig en/of dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van [benadeelde partij 5] en/of

- (meermaals) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 5] en/of

- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat [benadeelde partij 5] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

2. hij op of omstreeks 26 maart 2024 te [plaats] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [benadeelde partij 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de heupen en/of de billen van die [benadeelde partij 3] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte –

voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [benadeelde partij 3] hiermee heeft overrompeld en/of

- (meermaals) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [benadeelde partij 3] .

Zaak met parketnummer 05-153754-25:

1.

hij op of omstreeks 18 mei 2025 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [benadeelde partij 1] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn/de penis in de vagina en/of de mond van [benadeelde partij 1] en/of

- het brengen van zijn/de tong tussen en/of over de schaamlippen van [benadeelde partij 1] en/of

- het betasten van de borsten en/of de billen van [benadeelde partij 1] en/of

- het kussen van de nek/hals van [benadeelde partij 1] ;

2. hij op of omstreeks 18 mei 2025 te [plaats] , met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [benadeelde partij 4] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het brengen van zijn penis in de vagina en/of in de mond van die Nguyen;

3. hij op of omstreeks 18 mei 2025 te [plaats] , een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [benadeelde partij 4] , heeft verspreid en/of heeft aangeboden en/of heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad, te weten een of meerdere video's waarop te zien is dat hij, verdachte, althans een man, zijn penis in de mond van die Nguyen brengt (te weten de video's zoals omschreven in PV 20250606.1302 op pagina 199 van het einddossier).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van de feiten onder parketnummer 05-009719-25 bepleit. Daartoe is aangevoerd dat er onvoldoende steunbewijs is voor de aanranding van [benadeelde partij 3] . Ten aanzien van de verkrachting van [benadeelde partij 5] heeft de verdediging bepleit dat er geen bewijs is dat de seksuele handelingen tegen de wil van aangeefster hebben plaatsgevonden en dat er sprake is geweest van dwang. Er is onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van aangeefster. Door de verdediging is geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van de feiten onder parketnummer 05-153754-25.

Oordeel van het hof

De rechtbank heeft in haar vonnis uitvoerige overwegingen gewijd aan het bewijs. Het hof sluit zich bij die overwegingen aan en maakt die grotendeels tot de zijne en zal die – voor zover het hof de overwegingen van de rechtbank overneemt – hierna citeren en gecursiveerd weergeven. Waar in de hierna cursief weergegeven tekst ‘de rechtbank’ staat vermeld, moet in dat geval ‘het hof’ worden gelezen. Aanvullingen van het hof worden niet-cursief weergegeven.

Parketnummer 05-009719-25  (Voetnoot 1)

Feit 1 – aangeefster [benadeelde partij 5]

Aangeefster [benadeelde partij 5] heeft verklaard dat zij op 26 maart 2024 is lastiggevallen door een onbekende jongen. [naam] , de vriend van die onbekende jongen, kende ze wel. De onbekende jongen probeerde haar op de trap voor het Centraal Station [plaats] de hele tijd te zoenen. [benadeelde partij 5] heeft de hele tijd “nee” en/of “ik wil niet” gezegd. Hij heeft haar één keer op haar mond gezoend. [benadeelde partij 5] heeft toen haar hoofd weggedraaid. De jongens vroegen aan haar of ze mee wilde komen. Ze zeiden: “Kom mee.” enzo, “Kom nou.”. [naam] heeft toen voorgesteld om naar de [restaurant] te gaan om iets te eten te halen. [benadeelde partij 5] heeft “nee!” gezegd. Ze is vervolgens bij de arm gepakt en toch meegenomen. Ze is meegetrokken naar de [restaurant] . Bij de [restaurant] zijn ze rechtstreeks naar de vrouwentoiletten gegaan. [naam] bleef buiten de wc staan. De onbekende jongen heeft de deur van de wc op slot gedaan. Hij heeft [benadeelde partij 5] tegen de muur gezet en haar uitgekleed. Hij heeft op een ruige manier seks met haar gehad. Hij heeft haar heel vaak geslagen. [benadeelde partij 5] is een keer op de grond gevallen, maar de jongen ging gewoon weer door. Hij is met zijn piemel in haar vagina geweest en heeft haar borsten aangeraakt. [benadeelde partij 5] is ook op haar bil geslagen.  (Voetnoot 2)

Verdachte heeft bekend dat hij in de wc van de [restaurant] seks heeft gehad met een meisje. Hij heeft haar vlak daarvoor ontmoet voor het centraal station. Zijn vriend heeft toen voorgesteld om iets te gaan drinken bij de [restaurant] . Het meisje heeft toen nee gezegd. Ze zijn (met z’n drieën) naar de [restaurant] gegaan en zijn meteen naar de wc gelopen. Verdachte deed de deur van de wc op slot en het meisje en hij hebben in de wc onbeschermde seks gehad. Hij is met zijn penis in haar vagina geweest. Zijn vriend zat buiten de wc te wachten.  (Voetnoot 3) Volgens verdachte is sprake geweest van vrijwillige seks.

Op grond van de hiervoor weergegeven verklaringen van [benadeelde partij 5] en verdachte stelt de rechtbank vast dat verdachte op 26 maart 2024 in de wc van de [restaurant] in [plaats] seksuele handelingen heeft verricht met [benadeelde partij 5] , en dat die handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

Op grond van de verklaring van [benadeelde partij 5] stelt de rechtbank ook vast dat verdachte [benadeelde partij 5] tot deze seks heeft gedwongen. De verklaring van [benadeelde partij 5] wijkt in zoverre af van hetgeen verdachte bij de politie en op de zitting heeft verklaard. Hij heeft immers verklaard dat de seks en de aanrakingen met instemming van [benadeelde partij 5] hebben plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [benadeelde partij 5] betrouwbaar is en dat de door de [benadeelde partij 5] verklaarde feiten en omstandigheden niet op zichzelf staan en voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

[getuige 1] , de vriendin van [benadeelde partij 5] , heeft verklaard dat zij en [benadeelde partij 5] op een muurtje voor Centraal Station zaten, toen twee jongens naast hen zijn komen zitten. [benadeelde partij 5] kende een van de jongens. De jongens werden een beetje opdringerig en steeds opdringeriger. De onbekende jongen was wat meer opdringerig. Ze vroegen of [getuige 1] en [benadeelde partij 5] meegingen naar de [restaurant] om wat te eten. [benadeelde partij 5] werd bij de hand beetgepakt door de onbekende jongen. Hij trok haar een beetje overeind. Hij zei dat hij haar mee wilde nemen naar de [restaurant] en dat het niet lang zou duren. [benadeelde partij 5] deed er een beetje lacherig over. Ze zei dat ze niet wilde en dat ze naar huis moest. [benadeelde partij 5] liep mee met de jongen. Hij nam [benadeelde partij 5] een beetje op de rug en schouders. En hij duwde een beetje. Ze liepen in de richting van de [restaurant] . De andere jongen liep er een beetje achteraan. Ze zijn bij de [restaurant] naar binnen gegaan.  (Voetnoot 4)

[naam] , de vriend van verdachte, heeft verklaard dat hij voor de toiletten bij de [restaurant] heeft gewacht. Toen [benadeelde partij 5] naar buiten kwam keek ze boos en trok ze haar muts over haar hoofd. [naam] heeft [benadeelde partij 5] nog aangesproken, maar ze reageerde niet op hem, heeft hem geduwd en is naar buiten gelopen.  (Voetnoot 5)

Van het moment op het centraal station [plaats] zijn camerabeelden vastgelegd. Deze camerabeelden zijn uitgekeken. Te zien is dat twee mannen bij twee vrouwen gaan zitten (16:19:25 uur). Verdachte gaat naast [benadeelde partij 5] zitten en is de meeste tijd in gesprek met haar. Later (omstreeks 16:30:00 uur) lijkt verdachte [benadeelde partij 5] naar zich toe te trekken en een minuut later nog een keer, waarbij het op basis van de beelden lijkt dat [benadeelde partij 5] zich (heftig) terugtrekt. Verder zou kunnen blijken dat verdachte dichter bij [benadeelde partij 5] probeert te komen, maar dat zij probeert afstand te houden. Als verdachte zich (omstreeks 16:31:30 uur) naar [benadeelde partij 5] toe buigt zou kunnen blijken dat [benadeelde partij 5] zich probeert te onttrekken uit de situatie en haar hoofd een stukje naar achteren trekt. Omstreeks 16:32:20 uur gaat verdachte naast [benadeelde partij 5] zitten en legt zijn arm om haar schouders en lijkt haar 15 seconden later weer naar zich toe te trekken. Omstreeks 16:33:05 uur lijkt [benadeelde partij 5] dichter tegen de andere vrouw aan te gaan zitten. Omstreeks 16:33:55 uur richt verdachte zich weer op [benadeelde partij 5] . Als verdachte zijn hand weer op de schouder en in de nek van [benadeelde partij 5] legt (omstreeks 16:35:08 uur) zou kunnen blijken uit de beelden dat [benadeelde partij 5] zich afkeert van verdachte. Zij trekt en draait haar hoofd weg. Na een tijdje (omstreeks 16:39:00 uur) schuift verdachte naar [benadeelde partij 5] toe en probeert zijn arm om haar schouders te leggen, wat [benadeelde partij 5] lijkt af te weren door haar lichaam een beetje af te wenden. Even later legt hij zijn arm om de schouders van [benadeelde partij 5] en trekt haar naar zich toe. Vervolgens (omstreeks 16:40:25 uur) staat verdachte voor [benadeelde partij 5] en trekt haar op, zodat zij op kan staan. [benadeelde partij 5] lijkt kort haar arm om de schouders van verdachte te leggen. Verdachte pakt de hand van [benadeelde partij 5] en probeert haar mee te nemen, wat [benadeelde partij 5] lijkt af te wenden, maar na een korte aanhoudende beweging van verdachte lijkt [benadeelde partij 5] vrijwillig mee te lopen.

Uit de camerabeelden binnen de [restaurant] volgt dat verdachte en [benadeelde partij 5] (omstreeks 16:42:51 uur) langzaam de ingang tot de toiletten inlopen en daar even blijven staan. Ze lijken met elkaar te praten en te twijfelen welke kant ze op gaan. Verdachte loopt als eerste richting de vrouwentoiletten en probeert [benadeelde partij 5] mee te trekken. [benadeelde partij 5] beweegt, kennelijk lachend, de andere kant op. Verdachte blijft staan en trekt [benadeelde partij 5] naar zich toe, pakt ook met zijn andere hand haar arm vast en trekt haar langzaam mee richting de vrouwentoiletten.

Omstreeks 16:59:01 uur verschijnt [benadeelde partij 5] , nu met haar capuchon op, weer in beeld vanuit de richting van de vrouwentoiletten. Ze loopt met snelle pas richting de uitgang en lijkt niet te willen praten met [naam] . [naam] lijkt zijn arm uit te steken om haar tegen te houden, maar [benadeelde partij 5] loopt resoluut door.  (Voetnoot 6)

[getuige 2] , een vriend van [benadeelde partij 5] , heeft gehoord dat [benadeelde partij 5] met opdringerige jongens naar de [restaurant] is gelopen. [getuige 2] is ook naar de [restaurant] gelopen. Hij stuurde [benadeelde partij 5] een appje maar kreeg geen antwoord. Aanvankelijk zag hij [benadeelde partij 5] niet binnen. Later zag hij haar wel. Ze moet van het toilet zijn gekomen anders had hij haar wel eerder binnen in de [restaurant] gezien. [benadeelde partij 5] was stil en het huilen stond haar nader dan het lachen.  (Voetnoot 7)

Op het Centraal Station [plaats] heeft [naam] , buitengewoon [functie] van Veiligheid en Service van de Nationale Spoorwegen (hierna: VSNS ), een meisje helemaal overstuur op het station aangetroffen. Ze zat voorovergebogen heel hard te huilen. Ze kon niet goed praten en was niet helemaal bij. Het meisje vertelde dat ze door een jongen die ze niet kende aan haar arm was mee getrokken naar de [restaurant] . De jongen had haar de wc ingetrokken en haar verkracht. Ze was heel hard op haar billen geslagen.  (Voetnoot 8)

De politie kreeg een melding dat een slachtoffer van aanranding bij medewerkers van VSNS zou staan. Aldaar troffen ook zij aangeefster aan in elkaar gedoken met haar gezicht naar beneden. Aangeefster heeft aan de politie verteld dat zij met twee vriendinnen op het station in [plaats] was en dat er twee jongens naar hen toe zijn gekomen. De jongens hebben tegen aangeefster gezegd dat ze mee moest komen naar de [restaurant] . Aangeefster is tegen haar zin meegenomen naar de [restaurant] . Ze is daar in de toiletten geduwd. En ze is verkracht.  (Voetnoot 9)

De rechtbank is van oordeel dat de aangifte van [benadeelde partij 5] voldoende betrouwbaar is om als bewijs te gebruiken en dat de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen voldoende steun geven aan de verklaring van [benadeelde partij 5] om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde dwang te kunnen komen. Allereerst is de verklaring van [benadeelde partij 5] gedetailleerd en consistent. De aangifte komt op essentiële onderdelen overeen met haar verklaring ten overstaan van getuige [naam] en ten overstaan van de politie. Op essentiële onderdelen wordt haar verklaring bevestigd door getuigenverklaringen en de camerabeelden. Zo heeft [getuige 1] verklaard dat verdachte opdringerig was en steeds opdringeriger werd. Op de beelden van het Centraal Station [plaats] is te zien dat [benadeelde partij 5] verdachte meermaals probeert te ontwijken, afstand wil houden of zich probeert te onttrekken. Voor zover de verbalisant bij de beschrijving van de beelden voorzichtig is geweest in zijn woordkeuze door zijn bevindingen in de voorwaardelijke wijs (“zou kunnen blijken”) vast te leggen is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangeefster en van [getuige 1] voldoende steun bieden aan deze bevindingen om daarvan uit te gaan.

Ook de camerabeelden bij de [restaurant] bevestigen de verklaring van [benadeelde partij 5] . Zo is te zien dat verdachte [benadeelde partij 5] meetrekt richting de vrouwentoiletten. Uit niets blijkt verder dat [benadeelde partij 5] haar verklaring heeft verzonnen of heeft willen aandikken.

Verschillende getuigen hebben iets verklaard over de emotionele of fysieke toestand van [benadeelde partij 5] vlak na de gebeurtenis bij de [restaurant] . Ook hierin ziet de rechtbank steunbewijs voor het tenlastegelegde. [getuige 2] heeft gezien dat [benadeelde partij 5] het huilen nader dan het lachten stond toen ze bij de [restaurant] van de wc kwam. Volgens [naam] was [benadeelde partij 5] boos toen ze van de toiletten kwam. Deze verklaringen vinden steun in de camerabeelden, waarop te zien dat als [benadeelde partij 5] , met een capuchon over haar hoofd getrokken, uit de toiletten komt, zij snel voorbij [naam] loopt en wegloopt uit de [restaurant] . Getuige [naam] heeft [benadeelde partij 5] na het incident huilend en erg overstuur op het centraal station aangetroffen. Ook de politie treft [benadeelde partij 5] ineengedoken aan op het centraal station. De gemoedstoestand die deze getuigen bij [benadeelde partij 5] hebben waargenomen is passend bij hetgeen [benadeelde partij 5] vlak daarvoor is overkomen en biedt steun aan haar verklaring dat de seks niet vrijwillig heeft plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezen geachte feitelijkheden in onderlinge samenhang bezien en gelet op alle omstandigheden van het geval zodanig van aard waren dat aangeefster zich daar redelijkerwijs niet aan heeft kunnen onttrekken of tegen heeft kunnen verzetten. Naar het oordeel van de rechtbank kan er geen sprake zijn geweest van vrijwilligheid, nu aangeefster meermalen verbaal en non-verbaal te kennen heeft gegeven dat zij het aanhoudende, opdringerige gedrag van verdachte niet op prijs stelde en niet mee wilde naar de [restaurant] , en verdachte, ondanks dat, steeds is doorgegaan. In het toilet heeft verdachte [benadeelde partij 5] ook heel vaak geslagen. Op die manier heeft verdachte een situatie gecreëerd waarin [benadeelde partij 5] (zich uiteindelijk niet langer bij machte voelde om zich te onttrekken of weerstand te blijven bieden en zij) zich gedwongen voelde om de seksuele handelingen te ondergaan.

Het hof is van oordeel dat, met inachtneming van de door de advocaat-generaal gevorderde wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [benadeelde partij 5] heeft geslagen. [benadeelde partij 5] heeft daarover in haar aangifte verklaard en getuige [naam] , die [benadeelde partij 5] kort na het incident spreekt, heeft eveneens verklaard dat [benadeelde partij 5] vertelde dat ze is geslagen.

Het hof concludeert dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [benadeelde partij 5] .

Feit 2 – aangeefster [benadeelde partij 3]

Aangeefster [benadeelde partij 3] heeft verklaard dat zij verdachte op 26 maart 2024 in [plaats] is tegen gekomen. Verdachte heeft toen op straat gevraagd: “Mag ik een knuffel, want ik moet gaan.” [benadeelde partij 3] heeft toen gezegd: “Nee, dat wil ik niet.”. Vervolgens heeft verdachte [benadeelde partij 3] met twee handen ter hoogte van haar heup vastgepakt. Hij is met zijn handen naar haar billen gegaan. Hij heeft met zijn vingers de onderkant van haar billen vastgepakt en heeft haar zo vastgehouden. Toen [benadeelde partij 3] met haar schouders en bovenlichaam naar achteren is gegaan en gezegd heeft: “Niet doen, stop.”, heeft verdachte uiteindelijk losgelaten. [benadeelde partij 3] heeft vervolgens [naam] , [getuige 3] en [getuige 4] gebeld. Alleen [getuige 3] nam op. Ze waren binnen één minuut bij haar.  (Voetnoot 10)

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [benadeelde partij 3] om een knuffel heeft gevraagd toen hij haar in de stad zag, maar haar niet heeft vastgepakt of aan haar heeft gezeten.  (Voetnoot 11)

[getuige 3] is na het incident gebeld door [benadeelde partij 3] . Hij was ook in het centrum van [plaats] . Toen [benadeelde partij 3] aan kwam lopen zag hij dat ze huilde. Er liepen twee jongens achter haar. [getuige 3] heeft gehoord dat één van die jongens [benadeelde partij 3] bij haar kont heeft gepakt.  (Voetnoot 12)

[getuige 4] heeft gezien dat [benadeelde partij 3] aan kwam lopen en dat ze huilde. Ze leek bang. [benadeelde partij 3] heeft verteld dat een jongen haar heeft aangeraakt bij haar kont.  (Voetnoot 13)

[getuige 5] heeft verklaard dat [benadeelde partij 3] een van zijn vrienden belde en dat ze zei dat ze was lastig gevallen in het centrum. Toen [naam] [benadeelde partij 3] tegenkwam zag hij dat ze overstuur was. Ze had tranen en ze trilde. [naam] zag dat [benadeelde partij 3] angstig was. [benadeelde partij 3] wees naar een jongen en zei dat hij haar had aangeraakt bij haar billen.  (Voetnoot 14)

[getuige 6] , de vader van [benadeelde partij 3] , is door [benadeelde partij 3] kort na het incident gebeld. Ze heeft gezegd dat iemand aan haar had gezeten. Hij kon horen dat [benadeelde partij 3] geschrokken was. Ze klonk anders dan dat hij haar kent.  (Voetnoot 15)

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [benadeelde partij 3] betrouwbaar is. [benadeelde partij 3] heeft gedetailleerd en consistent verklaard over het incident. Haar verklaring vindt steun in de getuigenverklaringen en (deels) in de verklaring van verdachte. Ze heeft direct na het incident, bij herhaling en tegenover verschillende getuigen, verklaard dat verdachte haar betast heeft (bij haar billen). De verklaring van verdachte dat hij [benadeelde partij 3] om een knuffel heeft gevraagd ziet de rechtbank eveneens als steunbewijs. De waarnemingen van de vier getuigen ten aanzien van de emotionele toestand van aangeefster vlak na haar ontmoeting met verdachte leveren naar het oordeel van de rechtbank voldoende steunbewijs op voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Van ontuchtige handelingen is volgens vaste jurisprudentie sprake als het gaat om handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm.

De rechtbank stelt vast dat verdachte [benadeelde partij 3] onverhoeds (en opzettelijk) tegen haar wil bij haar heupen en billen heeft vastgepakt. Dit is naar het oordeel van de rechtbank te kwalificeren als een handeling met een seksueel karakter, die de sociaal-ethische norm overschrijdt. De handeling is daarmee ontuchtig.

De rechtbank concludeert dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding van [benadeelde partij 3] .

Parketnummer 05/153754-25  (Voetnoot 16)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Verdachte heeft op 18 mei 2025 in [plaats] seks gehad met aangeefsters [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1] ) en [benadeelde partij 4] (hierna: [benadeelde partij 4] ). Zowel verdachte als de medeverdachte hebben vaginale seks gehad met [benadeelde partij 1] . Op hetzelfde moment dat verdachte vaginale seks had met [benadeelde partij 1] , heeft [benadeelde partij 1] medeverdachte [medeverdachte] gepijpt. Ook heeft verdachte vaginale seks met [benadeelde partij 4] gehad. Verdachte is daarnaast door [benadeelde partij 4] gepijpt.  (Voetnoot 17) Van deze laatstgenoemde handeling heeft verdachte video’s gemaakt en doorgestuurd aan een vriend.  (Voetnoot 18)

Feit 1

Op grond van de hiervoor weergegeven vaststaande feiten stelt de rechtbank vast dat verdachte op 18 mei 2025 in vereniging seksuele handelingen heeft verricht met [benadeelde partij 1] , en dat die handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

[benadeelde partij 1] heeft verklaard dat zij tot deze seksuele handelingen is gedwongen.

De verklaring van [benadeelde partij 1] wijkt in zoverre af van hetgeen verdachte bij de politie en op de zitting heeft verklaard. Hij heeft immers verklaard dat de seks en de aanrakingen met instemming van [benadeelde partij 1] hebben plaatsgevonden.

Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaring van [benadeelde partij 1] merkt de rechtbank het volgende op. De verklaring van [benadeelde partij 1] is op enkele onderdelen wezenlijk anders dan de verklaringen van [benadeelde partij 4] , verdachte en de medeverdachte (de enige personen die rond en tijdens de seksuele handelingen in de woning aan [straat] aanwezig waren) en/of in strijd met overige bewijsmiddelen in het dossier. Zo heeft [benadeelde partij 1] verklaard dat zij naar [straat] is gegaan om [benadeelde partij 4] daar te zoeken, terwijl uit de verklaringen van [benadeelde partij 4] (p. 131), [medeverdachte] (p. 95) en verdachte (p. 59) volgt dat [benadeelde partij 1] eerder dan [benadeelde partij 4] in de woning aan [straat] was. Dit blijkt ook uit de tijdlijn naar aanleiding van telefonische contacten tussen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 1] en [medeverdachte] (p. 202). Ook heeft de rechtbank redenen om te twijfelen aan de verklaring van [benadeelde partij 1] over het drugsgebruik, gelet op de verklaring van [benadeelde partij 4] dat [benadeelde partij 1] onder invloed was van drugs en lachgas (p. 131) en het onderzoek aan de telefoons, waaruit volgt dat [benadeelde partij 1] aan [benadeelde partij 4] berichten heeft gestuurd over XTC en pilletjes en een foto van haarzelf heeft gestuurd met grote ogen (p. 187 en 188). De rechtbank vindt de verklaring van [benadeelde partij 1] op die onderdelen niet betrouwbaar. Dat roept twijfels op over de betrouwbaarheid van de rest van de verklaring van [benadeelde partij 1] . De rechtbank zal dan ook bij de bewezenverklaring alleen uitgaan van die onderdelen van de verklaring van [benadeelde partij 1] waarvoor bevestiging is te vinden in een ander bewijsmiddel. De door [benadeelde partij 1] verklaarde feiten en omstandigheden die op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal zal de rechtbank dan ook niet gebruiken voor bewijs. Om die reden kan de rechtbank dan ook niet buiten twijfel vaststellen dat er sprake was van de dwang. Alleen [benadeelde partij 1] heeft daarover verklaard. Ook is [benadeelde partij 1] de enige die heeft verklaard over het likken/kussen van haar lichaam door verdachte en medeverdachte, het betasten van haar borsten en het slaan op haar billen. Verdachte heeft deze seksuele handelingen ontkend. In het dossier is onvoldoende steunbewijs voor deze handelingen. Om die reden zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van deze handelingen, tenlastegelegd onder het tweede, derde en vierde gedachtestreepje.

Verdachte heeft verklaard dat van verkrachting geen sprake kan zijn omdat [benadeelde partij 1] heeft ingestemd met de seks en omdat het initiatief voor de seks van haar kwam. De rechtbank overweegt als volgt.

Op 1 juli 2024 is de Wet Seksuele Misdrijven (hierna: WSM) in werking getreden. Het bewezenverklaarde feit heeft plaatsgevonden op 18 mei 2025, na de inwerkingtreding van de WSM, en valt daarom onder de WSM. Onder de WSM is voor een kwalificatie van verkrachting niet langer relevant of sprake is geweest van dwang. Onder artikel 248 lid 1 Sr wordt het met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren verrichten van seksuele handelingen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam gekwalificeerd als verkrachting (248 lid 1 Sr). In die gevallen dat deze seksuele handelingen worden voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging geldt artikel 248 lid 2 Sr. Dit artikel kent een hoger strafmaximum. De gekwalificeerde verkrachting van artikel 248 lid 2 Sr is niet aan verdachte ten laste gelegd. In hoeverre al dan niet sprake is geweest van dwang, geweld of bedreiging is voor een bewezenverklaring van feit 1 in het gegeven geval derhalve niet relevant. Met andere woorden dat [benadeelde partij 1] in de lezing van verdachte zou hebben ingestemd met de seks en dat het initiatief voor de seks van haar kwam doet aan een bewezenverklaring van verkrachting niet af.

Verdachte heeft verder verklaard dat [benadeelde partij 1] er veel ouder uitzag en heeft gezegd dat ze 17, bijna 18 jaar, oud was. De rechtbank stelt vast dat [benadeelde partij 1] feitelijk 13 jaar oud was. Omdat de leeftijd is geobjectiveerd, moet de rechtbank bij de beoordeling uitgaan van de feitelijke leeftijd van [benadeelde partij 1] en is het niet relevant of [benadeelde partij 1] er ouder uitzag of zou hebben gelogen over haar leeftijd.

Tot slot en ten overvloede merkt de rechtbank op dat de voornoemde seksuele handelingen tussen [benadeelde partij 1] en verdachte niet strafbaar zouden zijn indien die zouden zijn begaan in het kader van een gelijkwaardige situatie tussen leeftijdsgenoten (artikel 248 lid 3 Sr). Van een gelijkwaardige situatie tussen leeftijdsgenoten is gelet op de hierna volgende omstandigheden geen enkele sprake. [benadeelde partij 1] was ten tijde van de seksuele handelingen 13 jaar. Verdachte was 19 jaar. Het leeftijdsverschil tussen verdachte en [benadeelde partij 1] is zes jaar en daarmee, gelet op de verschillende leeftijdsfasen waarin verdachte en [benadeelde partij 1] zich bevinden, groot. Ook volgt uit het dossier dat verdachte en [benadeelde partij 1] elkaar nauwelijks kenden en bovendien dat op het moment dat verdachte vaginale seks had met [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 1] medeverdachte [medeverdachte] gepijpt heeft. Van een affectieve relatie was geen sprake. Daarbij komt dat er aanknopingspunten zijn om te veronderstellen dat ook [benadeelde partij 1] onder invloed is geweest van drugs tijdens de seks. Er is tot slot sprake geweest van onbeschermd seksueel contact.

Feit 2

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 130 t/m 134;

- het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 11 november 2025, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Feit 3

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefonische contacten slachtoffers en verdachten, p. 181 t/m 203;

- het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 11 november 2025, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-153754-25 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-009719-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Zaak met parketnummer 05-009719-25:

1.

hij op of omstreeks 26 maart 2024 te [plaats] door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [benadeelde partij 5] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 5] , te weten

- het brengen van zijn penis in de vagina van [benadeelde partij 5] en/of

- het betasten van de borsten van [benadeelde partij 5] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

- er bij die (voor hem onbekende) [benadeelde partij 5] op heeft aangedrongen dat zij met hem mee ging, ondanks dat zij (meermaals) aangaf dat zij dit niet wilde en/of

- (vervolgens) [benadeelde partij 5] heeft meegetrokken/meegenomen in een toilethokje en/of de deur van dat toilethokje op slot heeft gedaan en/of

- [benadeelde partij 5] te slaan en/of

- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en/of [benadeelde partij 5] hiermee heeft overrompeld en/of

- zich opdringerig en/of dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van [benadeelde partij 5] en/of

- (meermaals) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 5] en/of

- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat [benadeelde partij 5] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

2.hij op of omstreeks 26 maart 2024 te [plaats] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [benadeelde partij 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de heupen en/of de billen van die [benadeelde partij 3] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

- voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [benadeelde partij 3] hiermee heeft overrompeld en/of

- (meermaals) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [benadeelde partij 3] .

Zaak met parketnummer 05-153754-25:

1.

hij op of omstreeks 18 mei 2025 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [benadeelde partij 1] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn/de penis in de vagina en/of de mond van [benadeelde partij 1] en/of

- het brengen van zijn/de tong tussen en/of over de schaamlippen van [benadeelde partij 1] en/of

- het betasten van de borsten en/of de billen van [benadeelde partij 1] en/of

- het kussen van de nek/hals van [benadeelde partij 1] ; 2.hij op of omstreeks 18 mei 2025 te [plaats] , met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [benadeelde partij 4] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het brengen van zijn penis in de vagina en/of in de mond van die Nguyen;

3.hij op of omstreeks 18 mei 2025 te [plaats] , een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [benadeelde partij 4] , heeft verspreid en/of heeft aangeboden en/of heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad, te weten een of meerdere video's waarop te zien is dat hij, verdachte, althans een man, zijn penis in de mond van die Nguyen brengt (te weten de video's zoals omschreven in PV 20250606.1302 op pagina 199 van het einddossier).

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

In de zaak met parketnummer 05-009719-25

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

verkrachting.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

In de zaak met parketnummer 05-153754-25

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

verspreiden, aanbieden, vervaardigen en in bezit hebben van een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt is betrokken.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de misleiding van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 4] over hun leeftijd en de vrijwilligheid van de seks van invloed is op de strafmaat. Ook in de rapportages (licht verminderde toerekenbaarheid en het traumatische verleden van verdachte) ziet de raadsman aanknopingspunten voor strafmatiging. De raadsman heeft verzocht om, bij een bewezenverklaring, rekening te houden met de jeugdige leeftijd van verdachte, zijn bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en zijn motivatie voor ambulante behandeling en daarom een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. De verdediging conformeert zich aan de adviezen om het volwassenenstrafrecht toe te passen.

Oordeel van het hof

De rechtbank heeft in haar vonnis uitvoerige overwegingen gewijd aan de strafoplegging. Het hof sluit zich ook hier bij die overwegingen aan en maakt die grotendeels tot de zijne en zal die – voor zover het hof de overwegingen van de rechtbank overneemt – hierna citeren en gecursiveerd weergeven. Waar in de hierna cursief weergegeven tekst ‘de rechtbank’ staat vermeld, moet in dat geval ‘het hof’ worden gelezen. Aanvullingen van het hof worden niet-cursief weergegeven.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:

het uittreksel Justitiële Documentatie van 12 juni 2026 (het strafblad),

het PJ-rapport van 20 oktober 2025;

het reclasseringsadvies van 5 november 2025.

In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

Strafblad

Verdachte is eerder veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder straatroof/afpersing en winkeldiefstallen. Verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten tijdens een lopende proeftijd gepleegd.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf seksuele misdrijven, waarvan vier voor verdachte (vrijwel) onbekende vrouwen slachtoffer zijn geworden. Zo heeft verdachte op 26 maart 2024 [benadeelde partij 5] leren kennen, haar meegenomen naar de [restaurant] en haar daar in de wc verkracht. Binnen een uur daarna heeft hij [benadeelde partij 3] in het centrum van [plaats] aangerand door haar bij haar billen te pakken. Op 18 mei 2025 heeft verdachte samen met de medeverdachte en twee meisjes lachgas gebruikt in een woning. Verdachte heeft toen eerst met [benadeelde partij 4] vaginale seks en orale seks gehad. Hij heeft filmpjes van [benadeelde partij 4] gemaakt terwijl zij hem aan het pijpen was en deze filmpjes vervolgens naar een vriend gestuurd. Vervolgens heeft hij vaginale seks gehad met [benadeelde partij 1] terwijl zij de medeverdachte aan het pijpen was. De medeverdachte had eerder al vaginale seks met [benadeelde partij 1] gehad. Beide meisjes waren onder invloed van drugs en slechts dertien jaar oud.

Verdachte heeft met zijn handelen ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de (zeer jonge) slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke feiten daarvan nog langdurig nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Uit de slachtofferverklaring die namens [benadeelde partij 5] tijdens de terechtzitting is voorgedragen volgt dat de traumatische gebeurtenis nog altijd veel impact op haar heeft en haar dagelijks leven belemmert. Uit de spreekrechtverklaring van de moeder van [benadeelde partij 1] volgt dat [benadeelde partij 1] sinds de gebeurtenis niet meer dezelfde is. [benadeelde partij 1] is gebroken en de dingen die voorheen heel gewoon waren kosten haar nu erg veel energie. Verdachte heeft geen rekening gehouden met de gevolgen voor de slachtoffers en is enkel gericht geweest op zijn eigen lustbeleving. De appjes en foto’s die verdachte na afloop van de seks met de 13-jarigen gestuurd heeft naar vrienden getuigen allerminst van respect voor de meisjes.

Dat de 13-jarige meisjes er ouder uit zagen, gelogen zouden hebben over hun leeftijd en initiatief zouden hebben genomen tot de seksuele handelingen leidt naar het oordeel van de rechtbank niet tot strafmatiging. Strafbepalingen zoals 248 Sr, waarbij de leeftijd is geobjectiveerd, zijn juist in het leven geroepen vanuit een beschermingsgedachte voor jeugdigen. Minderjarigen moeten gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht worden nog in onvoldoende mate in staat te zijn zelf hun (seksuele) grenzen te bewaken en de gevolgen van hun gedrag in dit opzicht te overzien. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich had moeten realiseren dat er sprake was ongelijkwaardigheid en voor de slachtoffers schadelijk contact. Dat geldt evenzeer in het geval de slachtoffers zelf zeggen dat ze ouder zijn en moeite doen om er ouder uit te zien en ook wanneer zij initiatief zouden nemen tot seksuele handelingen. Het ontheft verdachte geenszins van zijn verantwoordelijkheid. Volgens verdachte deden de meisjes van 13 jaar ‘raar’. Verdachte (en zijn vrienden) heeft (hebben) verschillende keren gevraagd naar de leeftijd van de meisjes en naar hun identiteitsbewijs gevraagd. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte twijfels heeft gehad over de beweerdelijke leeftijd van de meisjes en aan die twijfels voorbij is gegaan.

PJ-rapport

Uit het PJ-rapport volgt dat verdachte een ernstig belast verleden heeft, waarbij hij is opgegroeid in een oorlogssituatie, weinig steun van zijn familie heeft gehad, slachtoffer is geweest van geweld en alleen naar Nederland is gevlucht. Hij is gediagnosticeerd met een psychische stoornis in de vorm van een ongespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis. De persoonlijkheid van verdachte is nog niet uitgerijpt. Er is sprake van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Ten tijde van het onderzoek was sprake van een lichte stoornis in cannabisgebruik in vroege remissie.

Vanuit de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling is bij verdachte sprake van puberaal denken, voelen en handelen en denkt hij nog onvoldoende na in verschillende situaties, laat hij zich teveel leiden door zijn emoties en laat hij zich gemakkelijk beïnvloeden en gedraagt hij zich soms onvolwassen. Dit leidt ertoe dat het bewezenverklaarde aan verdachte in licht verminderde mate kan worden toegerekend.

Het recidiverisico is ingeschat als matig.

Verdachte is pas sinds drie jaar in Nederland en heeft zich nog nauwelijks kunnen aanpassen aan de Nederlandse cultuur en samenleving. Hij heeft nooit langdurig onderwijs gevolgd en is nooit echt ingebed geweest in een duidelijk pedagogisch systeem. Hoewel het jeugdstrafrecht passend zou kunnen zijn bij verdachte vanuit zijn persoonlijkheidsontwikkeling is geadviseerd om het volwassenenrecht toe te passen. Het is lastig om pedagogische beïnvloeding bij verdachte te organiseren. Vanuit het matig recidiverisico en het advies om de ten laste gelegde feiten in licht verminderde mate toe te rekenen is het advies om een (deels) voorwaardelijke sanctie op te leggen met als voorwaarde dat verdachte zal meewerken aan een ambulante behandeling in een forensische geestelijke gezondheidszorginstelling (met specialisatie in transcultureel werken) voor zijn bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en traumaproblematiek. Daarbij kan tevens worden gedacht aan plaatsing binnen begeleid wonen en elektronisch toezicht.

Reclasseringsadvies

De reclassering heeft het recidiverisico ingeschat als hoog. Ook in de penitentiaire inrichting heeft het agressieve en grensoverschrijdende gedrag van verdachte (beledigingen en bedreigingen) ernstige vormen aangenomen. De reclassering adviseert om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Zij adviseert verder om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid/beschermd wonen, contactverbod, locatieverbod (met elektronische monitoring), dagbesteding, middelencontroles en ambulante verslavingsbehandeling met een proeftijd van vijf jaren. De reclassering onderstreept het belang om verdachte langdurig in beeld te houden, aangezien hij een adolescent is met een nog niet uitgerijpte persoonlijkheid in de context van een hoog risico op herhaling.

Volwassenenstrafrecht

Verdachte was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten meerderjarig, te weten in 2024 18 jaar en in 2025 19 jaar oud. Het uitgangspunt is dan dat het volwassenenstrafrecht van toepassing is. Gelet op het PJ-rapport, het reclasseringsadvies en de standpunten van de verdediging en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat verdachte gestraft dient te worden met toepassing van het volwassenenstrafrecht.

De straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank naast het voorgaande rekening gehouden met de oriëntatiepunten die gelden en straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd.

De rechtbank heeft oog voor de jonge leeftijd van verdachte en zijn ernstig belast verleden. Anderzijds is de rechtbank van oordeel dat vanwege de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, zoals hiervoor omschreven, niet anders kan worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. Verdachte wil graag behandeling en begeleiding en hij ziet in dat het nodig is.

De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend is voor verdachte.

De rechtbank sluit wat betreft de bijzondere voorwaarden aan bij het advies van de reclassering. Gelet op het agressieve en grensoverschrijdende gedrag van verdachte in detentie en gelet op het feit dat verdachte na zijn detentie opnieuw zal moeten wennen aan een leven in de maatschappij zal de rechtbank de elektronische monitoring in de bijzondere voorwaarden opnemen. Gelet op het vrijheidsbeperkende karakter van de elektronische monitoring zal de rechtbank bepalen dat de elektronische monitoring maximaal zes maanden kan duren. De rechtbank zal, overeenkomstig het advies van de reclassering, aan de bijzondere voorwaarden een proeftijd van vijf jaren verbinden, vooral omdat ook de rechtbank verwacht dat verdachte nog lange tijd begeleiding nodig zal hebben in een dwingend kader, om zijn eigen toekomst vorm te geven en ter voorkoming van nieuwe recidive.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, te weten verkrachting en aanranding.

Gelet op de matige tot hoge kans op recidive, die volgens de rechtbank uit de rapportages volgt, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is

Beslag

Het in de zaak met parketnummer 05-153754-25 onder 3 bewezenverklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen inbeslaggenomen voorwerp (Apple iPhone, blauw, goednummer 345583). Het hof onttrekt dit voorwerp aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]

De vordering

De benadeelde partij heeft een vordering tot immateriële schadevergoeding van € 8.000,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het bedrag nog steeds wordt gevorderd. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu vrijspraak is bepleit. Indien het hof wel tot een bewezenverklaring komt, heeft de verdediging geen verweer gevoerd tegen de hoogte van het gevorderde bedrag.

Oordeel van het hof

Het hof overweegt overeenkomstig de rechtbank het volgende en maakt de overwegingen van de rechtbank grotendeels tot de zijne en zal die – voor zover het hof de overwegingen van de rechtbank overneemt – hierna citeren en gecursiveerd weergeven. Waar in de hierna cursief weergegeven tekst ‘de rechtbank’ staat vermeld, moet in dat geval ‘het hof’ worden gelezen. Aanvullingen van het hof worden niet-cursief weergegeven.

Een benadeelde partij kan op grond van artikel 6:106 lid 1, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) aanspraak maken op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Dat kan als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van ‘een aantasting in de persoon op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hier op beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan.

Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen ook de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. In beginsel zal degene die zich hierop beroept dat met concrete gegevens moeten onderbouwen. In sommige gevallen kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen zonder zo’n nadere concrete onderbouwing.

De benadeelde partij heeft recht op vergoeding van de immateriële schade, omdat sprake is van aantasting van de persoon op andere wijze. Bij de vordering zit bovendien een onderbouwing van het psychisch letsel dat de benadeelde in verband met het bewezenverklaarde heeft opgelopen. Op 15 augustus 2024 is de benadeelde gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis en een dissociatieve stoornis. Ze heeft aanvallen die doen denken aan herbelevingen/dissociatie van seksueel misbruik. De benadeelde ondergaat een medicamenteuze behandeling en beeldende therapie, gericht op emotieregulatie. Er is kortom grondslag voor het toewijzen van smartengeld.

Bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. Zij heeft zich voor het bedrag gebaseerd op categorie (b) voor slachtoffers van een eenmalige verkrachting, waarbij sprake is van ernstige gevolgen voor de benadeelde. De schadevergoeding binnen deze categorie varieert van € 7.500,00 tot € 15.000,00. De rechtbank overweegt bij de vaststelling van de hoogte van het smartengeld verder dat verdachte zich richting de benadeelde opdringerig (manipulatief) heeft opgesteld. Hij heeft geweld toegepast door de benadeelde in de wc bij de [restaurant] te slaan. Er was sprake van onbeschermde seks. De benadeelde was een kwetsbare jonge vrouw. Door de verkrachting is haar kwetsbaarheid verder toegenomen. De rechtbank zal € 8.000,00 aan smartengeld toewijzen.

Wettelijke rente

Verdachte is wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd vanaf 26 maart 2024, de dag waarop de verkrachting heeft plaatsgevonden.

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

De vordering

De benadeelde partij heeft een vordering tot immateriële schadevergoeding van € 1.000,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. De vordering is opnieuw aan de orde.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu vrijspraak is bepleit. Indien het hof wel tot een bewezenverklaring komt, heeft de verdediging geen bezwaar tegen toewijzing van het bedrag tot € 500,00 zoals door de rechtbank is gedaan.

Oordeel van het hof

Zoals hierboven is beschreven heeft de benadeelde partij op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van immateriële schade, indien sprake is van aantasting van de persoon op andere wijze. De in de slachtofferverklaring omschreven nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zijn voldoende onderbouwd en niet betwist. De benadeelde partij heeft na het incident moeite met het vertrouwen van mensen en ze was vaak boos en verdrietig. De benadeelde partij is nog steeds bang om verdachte tegen te komen.

Bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld heeft het hof aansluiting gezocht bij de Rotterdamse Schaal. Het hof heeft zich voor het bedrag gebaseerd op categorie (c) voor slachtoffers van een eenmalige aanranding in de open ruimte. De schadevergoeding binnen deze categorie kent een maximumbedrag van € 1.000,00. Het hof begroot de immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid op een bedrag van € 500,00. Het hof zal € 500,00 aan smartengeld toewijzen. De benadeelde partij wordt voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Wettelijke rente

Verdachte is wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd vanaf 26 maart 2024, de dag van de aanranding.

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De vordering

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 42.416,80 ingediend. De vordering bestaat uit € 22.416,80 aan materiële schade en € 20.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 12.757,60. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De vordering is opgebouwd uit de posten zoals weergegeven in de onderstaande tabel.

Schadepost

Schade

Spoeling vagina

€ 8,39

Fles voor spoeling vagina

€ 4,49

Aanschaf onderbroeken

€ 13,96

Kosten therapie

€ 4.070,00

Afstemmingsgesprekken

€ 520,00

Gedragen kleding

€ 180,00

Stressbal

€ 4,99

Reiskosten

€ 320,47

Parkeerkosten

€ 7,50

Annuleringskosten

€ 65,50

Gederfd inkomen/kosten boekhouder

€ 17.221,50

Smartengeld

€ 20.000,00

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.255,87 (bestaande uit de posten spoeling vagina, fles voor spoeling vagina, aanschaf onderbroeken, stressbal, reeds gemaakte therapiekosten, reiskosten en parkeerkosten). Voor de overige materiële schadeposten dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van de immateriële schade kan een bedrag worden toegewezen van € 12.000,00, hoofdelijk met de medeverdachte.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het gevorderde smartengeld te matigen tot € 7.500,00. De gevorderde gederfde inkomsten van de moeder van de benadeelde partij ( [benadeelde partij 2] ) van € 17.221,50 leveren een onevenredige belasting van het strafgeding op en de vordering dient voor dat deel niet-ontvankelijk te worden verklaard. De overige gevorderde materiële schade is door de verdediging niet betwist.

Oordeel van het hof

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden.

De posten spoeling vagina (€ 8,39), fles voor spoeling vagina (€ 4,49), aanschaf onderbroeken (€ 13,96), therapiekosten (€ 4070,00), twee afstemmingsgesprekken (2 x € 130,00 = € 260,00), gedragen kleding (€ 180,00), stressbal (€ 4,99) en parkeerkosten (€ 7,50) zijn niet weersproken door de verdediging. Zij zijn voldoende onderbouwd en komen het hof billijk voor, zodat deze posten geheel zullen worden toegewezen. Het hof wijst een bedrag aan materiële schade toe van € 4.549,33.

De overige posten zullen hieronder worden besproken.

Reiskosten

De benadeelde partij heeft reiskosten gevorderd voor bezoeken aan het Radboud UMC (€ 47,24), bezoeken aan het politiebureau (€ 15,45), bezoeken aan de advocaat (€ 10,43), bezoeken aan het Centrum Seksueel Geweld (€ 11,75) en bezoeken therapie (€ 43,40). Daarnaast heeft de benadeelde partij reiskosten gevorderd voor toekomstige bezoeken therapie (€ 192,20). Tijdens de zitting in hoger beroep hebben de raadsvrouw van de benadeelde partij en de moeder desgevraagd toegelicht dat de moeder de genoemde kosten heeft gemaakt. Deze kosten vormen dus geen schade voor de benadeelde partij, reden waarom het hof deze schadepost zal afwijzen.

Annuleringskosten

De annuleringskosten (€ 65,50) voor de kappersafspraak van de moeder van de benadeelde partij worden afgewezen. Dit betreft geen schade die door de benadeelde partij zelf is geleden.

Gederfd inkomen/kosten boekhouder

Ten aanzien van de kosten van het gederfd inkomen en de kosten van de boekhouder (€ 17.221,50) van de moeder van de benadeelde partij is het hof eveneens van oordeel dat dit geen schade betreft die door de benadeelde partij zelf is geleden, zodat deze post zal worden afgewezen.

Smartengeld

Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de benadeelde partij recht op vergoeding van de immateriële schade, aangezien uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten in ieder geval puntbloedingen op het gehemelte en een bloeduitstorting bij de genitaliën. Ook is gemotiveerd en onderbouwd gesteld dat het slachtoffer lijdt aan een psychische stoornis na het strafbare feit (PTSS). Daarnaast is het hof van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze en dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan zozeer voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen zonder nadere concrete onderbouwing. Kortom, er is grondslag voor het toewijzen van smartengeld.

Bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld heeft het hof aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. Het hof heeft zich voor het bedrag gebaseerd op categorie (b) voor slachtoffers van een eenmalige verkrachting, waarbij sprake is van bijzonder ernstige omstandigheden en ernstige gevolgen voor de benadeelde. De schadevergoeding binnen deze categorie varieert van € 7.500,00 tot € 15.000,00. Het hof overweegt bij de vaststelling van de hoogte van het smartengeld verder dat de benadeelde een jong meisje van 13 jaar was ten tijde van het bewezenverklaarde feit. Verdachte was toen 19 jaar en de medeverdachte 17 jaar. Beiden hebben seksueel contact gehad met de benadeelde. Op enig moment is sprake geweest van gelijktijdig seksueel binnendringen bij de benadeelde door verdachte en de medeverdachte. Het seksueel contact heeft onbeschermd plaatsgevonden, waardoor de benadeelde verschillende onderzoeken in het ziekenhuis heeft gehad, HIV-medicatie en een morning after-pil heeft moeten slikken en in angst heeft gezeten om haar gezondheid. Het hof zal een bedrag van € 12.000,00 aan smartengeld toewijzen. De benadeelde partij wordt voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Het hof overweegt dat verdachte en de medeverdachte op voet van artikel 6:166 BW ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte de schade heeft vergoed.

Wettelijke rente

Verdachte is in beginsel wettelijke rente over de toegewezen bedragen verschuldigd vanaf de dag dat de schade is ingetreden. De ingangsdatum van de wettelijke rente is per schadepost in onderstaand schema weergegeven. Wat betreft de therapiekosten neemt het hof uit praktische overwegingen als ingangsdatum de datum van het uitspreken van het arrest.

Schadepost

Schade

Ingangsdatum wettelijke rente

Spoeling vagina

€ 8,39

20 mei 2025

Fles voor spoeling vagina

€ 4,49

20 mei 2025

Aanschaf onderbroeken

€ 13,96

20 mei 2025

Kosten therapie

€ 4.070,00

28 juli 2026

Afstemmingsgesprekken

€ 260,00

24 oktober 2025

Gedragen kleding

€ 180,00

18 mei 2025

Stressbal

€ 4,99

1 juli 2025

Parkeerkosten

€ 7,50

28 mei 2025

Smartengeld

€ 12.000,00

18 mei 2025

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (de moeder van [benadeelde partij 1] )

De vordering

De benadeelde partij heeft in verband met feit 1 van parketnummer 05-153754-25) een zelfstandige vordering tot schadevergoeding ingediend. Deze vordering is gelijk aan en eveneens gevorderd als de post gederfd inkomen/factuur boekhouder binnen de vordering van [benadeelde partij 1] . De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert € 17.221,50 aan materiële schade (gederfd inkomen en factuur boekhouder). De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. De vordering is opnieuw aan de orde.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering vanwege een onevenredige belasting van het strafproces.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, vanwege onevenredige belasting van het strafgeding.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van de strafprocedure oplevert. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

De vordering

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 10.000,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 8.000,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen zoals de rechtbank dat heeft gedaan, te weten voor een bedrag van € 8.000,-. De benadeelde partij is voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het gevorderde smartengeld te matigen tot een bedrag van € 3.500,- gelet op de verklaringen van de benadeelde partij over de vrijwilligheid van de seks en de overige omstandigheden van het geval.

Oordeel van het hof

Zoals hierboven gesteld heeft de benadeelde partij op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van de immateriële schade, indien sprake is van aantasting van de persoon op andere wijze. In het gegeven geval rechtvaardigen de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde de conclusie dat de nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat aantasting van de persoon zonder meer kan worden aangenomen, zonder onderbouwing aan de hand van stukken. Er is kortom grondslag voor het toewijzen van smartengeld.

Bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld heeft het hof aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. Het hof heeft zich voor het bedrag gebaseerd op categorie (b) voor slachtoffers van een eenmalige verkrachting, waarbij sprake is van bijzonder ernstige omstandigheden. De schadevergoeding binnen deze categorie varieert van € 7.500,00 tot € 15.000,00. Het hof overweegt bij de vaststelling van de hoogte van het smartengeld verder dat de benadeelde een jong meisje van 13 jaar was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten, terwijl verdachte 19 jaar was. Er is sprake geweest van onbeschermde seks, waardoor er voor de benadeelde partij een kans bestond op geslachtsziekten en een mogelijke zwangerschap. Daarbij komt dat verdachte seksueel getint beeldmateriaal van de benadeelde heeft vervaardigd en verspreid. Het hof zal €8.000,00 aan smartengeld toewijzen. De benadeelde partij wordt voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Wettelijke rente

Verdachte is wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd vanaf 18 mei 2025, de dag dat de schade is ingetreden.

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 05-247691-24

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging dient te worden toegewezen nu verdachte zich binnen de lopende proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de vordering tot ten uitvoerlegging gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Oordeel van het hof

In de zaak met parketnummer 05-247691-24 is verdachte op 11 februari 2025 door de rechtbank Gelderland veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd van 90 dagen met aftrek en met een proeftijd van twee jaar. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke jeugddetentie. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.

Verdachte heeft voor het einde van de proeftijd een nieuw strafbaar feit gepleegd. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden bevolen. De jeugddetentie dient met toepassing van artikel 6:6:29 Wetboek van Strafvordering ten uitvoer te worden gelegd als even zoveel dagen gevangenisstraf (90 dagen) nu verdachte naar het oordeel van het hof gelet op zijn leeftijd bij deze tenuitvoerlegging niet meer voor jeugddetentie in aanmerking komt.

Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 05-069708-23

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging gedeeltelijk dient te worden toegewezen. Daarbij is opgemerkt dat verdachte al 40 uur van de werkstraf heeft voldaan. Er resteert nog 10 uur.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de vordering tot ten uitvoerlegging gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Oordeel van het hof

In de zaak met parketnummer 05-069708-23 is verdachte op 11 oktober 2023 door de kinderrechter in de rechtbank Gelderland veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke werkstraf opgelegd van 50 uur, met een proeftijd van twee jaar. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke werkstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.

Verdachte heeft voor het einde van de proeftijd een nieuw strafbaar feit gepleegd. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden bevolen. Verdachte heeft 40 uur van de werkstraf reeds voldaan. Het hof zal daarom bevelen dat de resterende werkstraf van 10 uur ten uitvoer dient te worden gelegd.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 47, 57, 63, 242, 246, 248, 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

Beslissing

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-153754-25 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-009719-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-153754-25 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-009719-25 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 38 (achtendertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- Meldplicht bij reclassering

Verdachte zich binnen vijf werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland meldt op de locatie die op dat moment behoort tot de regio waarin hij zal gaan wonen. Verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

- Ambulante behandeling

Verdachte zich laat behandelen door een nader door de reclassering aan te wijzen forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

- Begeleid/beschermd wonen

Verdachte verblijft in een door de reclassering aan te wijzen instelling voor begeleid/beschermd wonen. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- Contactverbod

Verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met

[benadeelde partij 5] , geboren [geboortedatum] 2004,

[benadeelde partij 3] , geboren [geboortedatum] 2007,

[benadeelde partij 1] , geboren [geboortedatum] 2011 en

[benadeelde partij 4] , geboren [geboortedatum] 2011,

zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;

- Locatieverbod (met elektronische monitoring)

Verdachte gedurende het reclasseringstoezicht niet mag komen in [plaats] , [plaats] en [plaats] . Een beschrijving van de verboden gebieden is als bijlage toegevoegd aan dit arrest. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring met GPS op dit locatieverbod. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen. De elektronische monitoring geldt voor de duur van maximaal zes maanden;

- Dagbesteding

Verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van een opleiding, betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

- Meewerken aan middelencontrole

Verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen en te objectiveren. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

- Ambulante verslavingsbehandeling

Indien uit de middelencontroles blijkt dat zijn middelengebruik toeneemt en daarmee gedragsverandering in de weg staat, zulks ter beoordeling van de reclassering, verdachte wordt verplicht om mee te werken aan een ambulante verslavingsbehandeling bij een nader door de reclassering aan te wijzen forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt;

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Beveelt dat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Beslag

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- Apple iPhone, blauw, goednummer 3455831.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-009719-25 onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 8.000,00 (achtduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-009719-25 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 8.000,00 (achtduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 65 (vijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 26 maart 2024.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-009719-25 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-009719-25 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 26 maart 2024.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-153754-25 onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 16.549,33 (zestienduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en drieëndertig cent) bestaande uit € 4.549,33 (vierduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en drieëndertig cent) materiële schade en € 12.000,00 (twaalfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 17.607,47 (zeventienduizend zeshonderdzeven euro en zevenenveertig cent) aan materiële schade af.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-153754-25 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 16.549,33 (zestienduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en drieëndertig cent) bestaande uit € 4.549,33 (vierduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en drieëndertig cent) materiële schade en € 12.000,00 (twaalfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 107 (honderdzeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de schade op

Schadepost

Schade

Ingangsdatum wettelijke rente

Spoeling vagina

€ 8,39

20 mei 2025

Fles voor spoeling vagina

€ 4,49

20 mei 2025

Aanschaf onderbroeken

€ 13,96

20 mei 2025

Kosten therapie

€ 4.070,00

28 juli 2026

Afstemmingsgesprekken

€ 260,00

24 oktober 2025

Gedragen kleding

€ 180,00

18 mei 2025

Stressbal

€ 4,99

1 juli 2025

Parkeerkosten

€ 7,50

28 mei 2025

Smartengeld

€ 12.000,00

18 mei 2025

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-153754-25 onder 2 en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 8.000,00 (achtduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-153754-25 onder 2 en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 8.000,00 (achtduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 65 (vijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 18 mei 2025.

Vorderingen tot tenuitvoerlegging

Gelast in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Gelderland van 11 februari 2025 met parketnummer 05-247691-24, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 90 dagen met aftrek en een proeftijd van 2 jaar, een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Gelast in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland van 11 oktober 2023 met parketnummer 05-069708-23, voorwaardelijk opgelegde werkstraf van 50 uur subsidiair 25 dagen jeugddetentie met aftrek en een proeftijd van 2 jaar, een taakstraf voor de duur van 10 (tien) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 5 (vijf) dagen jeugddetentie.

Dit arrest is gewezen door mr. R.W. van Zuijlen, mr. R.W.E. van Leuken en mr. O.F. Essens, in aanwezigheid van de griffier mr. J. Lambriks en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 juli 2026.

Voetnoot

Voetnoot 1

Het bewijs voor feit 1 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie [locatie] , Dienst regionale Recherche, Team Zeden [plaats] opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024138665, gesloten op 1 mei 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. Het bewijs voor feit 2 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie [locatie] , [locatie] , Team Zeden opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024150733, gesloten op 2 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van de doorgenummerde dossiers, tenzij anders vermeld.

Voetnoot 2

Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 5] , p. 95, 97 t/m 101.

Voetnoot 3

Proces-verbaal van het verhoor van verdachte d.d. 28 maart 2024, p. 164 t/m 167.

Voetnoot 4

Proces-verbaal van het verhoor van [getuige 1] , p. 140 t/m 142.

Voetnoot 5

Proces-verbaal van het verhoor van getuige [getuige 7] , p. 146 t/m 148.

Voetnoot 6

Proces-verbaal van bevindingen, p. 67 t/m 71, 76 en 79.

Voetnoot 7

Proces-verbaal van bevindingen, p. 154.

Voetnoot 8

Proces-verbaal van het verhoor van getuige [getuige 8] , p. 150 en 151.

Voetnoot 9

Proces-verbaal van bevindingen, p. 49.

Voetnoot 10

Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 3] , p. 25, 27 en 28.

Voetnoot 11

Proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 11 november 2025, inhoudende de verklaring van verdachte.

Voetnoot 12

Proces-verbaal van het verhoor van [getuige 3] , p. 40 en 41.

Voetnoot 13

Proces-verbaal van het verhoor van [getuige 4] , p. 43 en 44.

Voetnoot 14

Proces-verbaal van het verhoor van [getuige 5] , p. 46.

Voetnoot 15

Proces-verbaal van het verhoor van getuige [getuige 6] , p. 36

Voetnoot 16

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie [locatie] , [locatie] , Team Zeden [plaats] opgemaakte proces-verbaal, Onderzoek RBC25638 (Onderzoeksnaam Merel), gesloten op 9 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Voetnoot 17

Proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 11 november 2025, inhoudende de verklaring van verdachte; proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] , p. 110; Proces-verbaal van bevindingen van het informatief gesprek zeden met [benadeelde partij 4] , p. 131.

Voetnoot 18

Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 november 2025; het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefonische contacten slachtoffers en verdachten, p. 181 t/m 203.