Gerechtshof Den Haag, hoger beroep strafrecht overig

ECLI:NL:GHDHA:2024:2958

Op 15 November 2024 heeft de Gerechtshof Den Haag een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 22-001472-24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHDHA:2024:2958. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
22-001472-24
Datum uitspraak:
15 November 2024
Datum publicatie:
1 September 2026

Indicatie

Veroordeling voor diefstallen, vernieling en belediging.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001472-24

Parketnummers: 10-340185-23, 10-266972-23 (GEV), 10-243097-19 (TUL) en 10-176721-23 (TUL)

Datum uitspraak: 15 november 2024

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 april 2024 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

adres: [woonadres] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in de [naam penitentiaire inrichting] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij parketnummer 10-266972-23 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, en 7 en het bij parketnummer 10-340185-23 onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en onder oplegging van bijzondere voorwaarden, zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep. Tevens is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en is de tenuitvoerlegging gelast van de beide voorwaardelijke veroordelingen.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 10-340185-23:

1.hij op of omstreeks 14 december 2023 te Dordrecht, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 1] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een elektrische fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.hij op of omstreeks 16 december 2023 te Dordrecht, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond. [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een reciprozaag, twee schuurmachines, twee flessen wijn, een accuboormachine en/of een iPhone met telefoonhoesje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak met parketnummer 10-266972-23:

1.hij op of omstreeks 9 september 2023 te Dordrecht in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een koffer met inhoud (te weten een cirkelzaag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen koffer met inhoud onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.hij op of omstreeks 21 september 2023 te Dordrecht in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meer gereedschapskoffers met inhoud (te weten een accutol en/of bijbehorende accu en/of oplader, merk Makita en/of een decoupeerzaag met snoer, merk DeWallt en/of bitjes en boren, merk Bosch), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.hij in of omstreeks de periode van 27 september 2023 tot en met 28 september 2023 te Dordrecht in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 5] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een barbeque, merk Bastard, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 5]

, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.hij op of omstreeks 29 september 2023 te Dordrecht in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 6] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een fiets, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 6]

, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5.hij op of omstreeks 17 oktober 2023 te Dordrecht opzettelijk en wederrechtelijk een deur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 7] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

6.hij op of omstreeks 18 oktober 2023 te Dordrecht opzettelijk en wederrechtelijk een ophoudkamer/ophoudruimte, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Politie Eenheid Rotterdam, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

7.hij op of omstreeks 18 oktober 2023 te Dordrecht opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam ambtenaar] , buitengewoon opsporingsambtenaar op de afdeling Arrestantentaken van de politie Eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten (10-266972-23 en 10-340185-23) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 3 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden. Voorts heeft de advocaat-generaal standpunten ingenomen met betrekking tot de vorderingen tot tenuitvoerlegging, alsmede de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander als hierna genoemd.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 5 ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-340185-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 10-340185-23:

1.hij op of omstreeks 14 december 2023 te Dordrecht, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 1] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een elektrische fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.hij op of omstreeks 16 december 2023 te Dordrecht, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een reciprozaag, twee schuurmachines, twee flessen wijn, een accuboormachine en/of een iPhone met telefoonhoesje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak met parketnummer 10-266972-23:

1.hij op of omstreeks 9 september 2023 te Dordrecht in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een koffer met inhoud (te weten een cirkelzaag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen koffer met inhoud onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.hij op of omstreeks 21 september 2023 te Dordrecht in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meer gereedschapskoffers met inhoud (te weten een accutol en/of bijbehorende accu en/of oplader, merk Makita en/of een decoupeerzaag met snoer, merk DeWallt en/of bitjes en boren, merk Bosch), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.hij in of omstreeks de periode van 27 september 2023 tot en met 28 september 2023 te Dordrecht in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 5] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een barbeque barbecue, merk Bastard, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.hij op of omstreeks 29 september 2023 te Dordrecht in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 6] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een fiets, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 6]

, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.hij op of omstreeks 18 oktober 2023 te Dordrecht opzettelijk en wederrechtelijk een ophoudkamer/ophoudruimte, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Politie Eenheid Rotterdam, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

7.hij op of omstreeks 18 oktober 2023 te Dordrecht opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam ambtenaar] , buitengewoon opsporingsambtenaar op de afdeling Arrestantentaken van de politie Eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Hetgeen meer of anders ten laste is gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 10-340185-23 onder 1 en in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde levert op:

telkens:

diefstal, op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt

Het in de zaak met parketnummer 10-340185-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt

Het in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

Het in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 6 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken

Het in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 7 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van strafbare feiten in korte tijd. Zo heeft de verdachte een serie diefstallen gepleegd. Naast dat dit financiële schade voor de benadeelden oplevert, zorgt het ook voor onrustgevoelens en brengt het overlast met zich. De verdachte heeft zich daaraan echter niets gelegen laten liggen en slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Daarnaast heeft de verdachte een ophoudruimte van de politie onbruikbaar gemaakt door tegen de deur te urineren. Door aldus te handelen heeft de verdachte geen respect getoond voor de eigendommen van een ander. Verder heeft de verdachte op de bewezen verklaarde wijze een buitengewoon opsporingsambtenaar beledigd. Daarmee heeft hij de ambtenaar in zijn eer en goede naam aangetast. Dergelijk gedrag kan het functioneren van opsporingsambtenaren aantasten en is ontoelaatbaar.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 november 2024, waaruit blijkt dat de verdachte vele malen eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten, waarbij hem onder meer de ISD-maatregel is opgelegd. Kennelijk heeft dit de verdachte niet kunnen weerhouden wederom dergelijke feiten te plegen.

Het hof heeft verder acht geslagen op een reclasseringsrapport dat op 25 maart 2024 over de verdachte is opgemaakt. Met de rechtbank ziet het hof hierin aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden zoals deze geadviseerd worden in de rapportage, met dien verstande dat het hof in het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep aanleiding ziet om als voorkeursinstelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang in dit geval Gewoon Anders in plaats van Antes op te nemen.

Het hof betrekt daarbij dat de verdachte er terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat – mede gelet op zijn gevorderde leeftijd - hij zijn criminele activiteiten nu echt beu is en dat er voor hem een kamer beschikbaar is bij de beschermde woonvorm “Gewoon Anders”. De verdachte is gemotiveerd om hier te gaan wonen en werken en hij wil een andere weg in slaan met zijn leven. Uit voornoemd reclasseringsadvies komt naar voren dat er thans beschermende factoren zijn en dat sprake is van een goedlopend traject met zijn bewindvoerder, toezichthouder en begeleider, waardoor de verdachte zich begeleidbaar opstelt.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering tot schadevergoeding [de benadeelde partij 4] niet meer aan de orde

In het onderhavige strafproces heeft [de benadeelde partij 4] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het in de zaak met parketnummer 10-340185-23 onder 2 tenlastegelegde.

In eerste aanleg is deze benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De vordering is in hoger beroep niet gehandhaafd, waardoor deze nu nietmeer aan de orde is.

Vordering tot schadevergoeding [de benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [de benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd. Uit het ingevulde schadevergoedingsformulier valt op te maken dat de benadeelde partij vergoeding wenst van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 10-340185-23 onder 2 tenlastegelegde. De benadeelde partij heeft daartoe onder het kopje “Immateriële schade (smartengeld)” het volgende aangevoerd: “Mijn dochter [naam dochter] had een leuk feestje in gedachten die avond, maar omdat [verdachte] het nodig vond om bij ons in te breken werd het een heel droevig feest. Toen wij thuis kwamen was de stemming wel even anders. En dit alleen maar omdat meneer niet wilt werken.”

De benadeelde partij heeft geen bedrag gevorderd en de vordering niet nader toegelicht. In eerste aanleg heeft de rechtbank een bedrag toegewezen ter hoogte van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der voldoening.

In hoger beroep is deze vordering derhalve aan de orde tot een bedrag van € 400,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 400,00, met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist, in die zin dat de verdediging heeft aangevoerd dat de vordering ter zake van de immateriële schade onvoldoende is onderbouwd, nu daaruit niet blijkt dat en hoe de benadeelde partij psychisch letsel heeft opgelopen.

Het hof oordeelt als volgt.

Een vergoeding voor immateriële schade kan slechts worden toegekend in één van de in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde gevallen, onder meer indien de benadeelde “op andere wijze in haar persoon is aangetast”, waarvan in ieder geval sprake is in het geval van geestelijk letsel. Gesteld noch aannemelijk is geworden dat sprake is van een van deze gevallen, zodat de vordering zal worden afgewezen.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Vordering tot schadevergoeding Politie Eenheid Rotterdam

In het onderhavige strafproces heeft Politie Eenheid Rotterdam zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade, als gevolg van het aan de verdachte bij parketnummer 10-266972-23 onder 6 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 67,41.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat als gevolg van het bewezenverklaarde tot een bedrag van € 67,41 materiële schade is geleden, bestaande uit schoonmaakkosten. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tenuitvoerlegging 10-243097-19

Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2019 onder parketnummer 10-243097-19 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging deels toe te wijzen, te weten ten aanzien van4 weken van voornoemde voorwaardelijke gevangenisstraf, met dien verstande dat deze zal worden omgezet in een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf is derhalve gegrond en kan geheel worden toegewezen.

In plaats daarvan zal het hof evenwel - gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken - een taakstraf voor de duur van 120 uren gelasten, te vervangen door 9 weken hechtenis.

Vordering tenuitvoerlegging 10-176721-23

Bij vonnis van Rotterdam van 2 oktober 2023 onder parketnummer 10-176721-23 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die nietten uitvoer gelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken. De vordering is in beginsel gegrond.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, is het hof van oordeel dat de proeftijd met één jaar moet worden verlengd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 266, 267, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

Beslissing

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-340185-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 10-340185-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling, zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich zal melden bij een door Reclassering Nederland aan te wijzen instantie, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

- dat de veroordeelde zich zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen en alcohol, onder de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek en/of urineonderzoek, gedurende de proeftijd;

- dat de veroordeelde zich onder ambulante behandeling zal stellen van Fivoor of een nader door de reclassering te bepalen zorgverlener voor zijn problematiek zolang de reclassering dit noodzakelijk vindt, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de zorgverlener verantwoord vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling, indien er sprake is van een terugval in middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de veroordeelde dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/ stabilisatie/observatie/diagnostiek/

crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 (zeven) weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, zal, nadat dit door de rechter is bevolen, de veroordeelde zich laten opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

- dat de veroordeelde zal verblijven in de instelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang van Gewoon Anders, of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de directeur van die instelling verantwoord vindt;

- dat de veroordeelde zich zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 2] tot schadevergoeding af.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij Politie Eenheid Rotterdam

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Politie Eenheid Rotterdam, ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-266972-23 onder 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 67,41 (zevenenzestig euro en eenenveertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 oktober 2023.

Vordering tot tenuitvoerlegging 10-243097-19

Beveelt in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2019 met parketnummer 10-243097-19, te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 weken, een

taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 9 weken hechtenis.

Vordering tenuitvoerlegging 10-176721-33

Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van Rotterdam van 2 oktober 2023 parketnummer 10-176721-23, met een termijn van 1 (één) jaar.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit arrest is gewezen door mr. R. Brand, mr. M.A.J. van de Kar en mr. A. de Lange, in bijzijn van de griffier mr. R. Dieteren.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 november 2024.

Mr. A. de Lange is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.