Gerechtshof Den Haag, hoger beroep strafrecht overig

ECLI:NL:GHDHA:2026:241

Op 25 February 2026 heeft de Gerechtshof Den Haag een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 22-003474-22, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHDHA:2026:241. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
22-003474-22
Datum uitspraak:
25 February 2026
Datum publicatie:
25 February 2026

Indicatie

Steekpartij met dodelijke afloop van 17-jarige jongen op 6 mei 2021 op de Rijswijkseweg in Den Haag. Van de 7 door de rechtbank veroordeelde verdachten zijn er drie in hoger beroep gekomen. Het hof spreekt 2 verdachten vrij en veroordeelt één van de verdachten voor medeplegen doodslag tot een gevangenisstraf van 8 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003474-22

Parketnummer: 09-852021-21

Datum uitspraak: 25 februari 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 november 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesverloop

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair, impliciet primair tenlastegelegde (medeplichtigheid aan moord) veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag, zoals eveneens nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Tot slot is de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Hij op of omstreeks 6 mei 2021 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [het slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/ hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

-Een of meermalen (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de zij en/of handen en/of het lichaam gestoken van die [het slachtoffer] en/of

-geschopt en/of geslagen tegen het hoofd en/of lichaam van die [het slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag), tengevolge waarvan voornoemde [het slachtoffer] is overleden;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

één of meer (vooralsnog) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 6 mei 2021 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [het slachtoffer] van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben die onbekend gebleven perso(o)n(en)

-een of meermalen (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de zij en/of handen en/of het lichaam gestoken van die [het slachtoffer] en/of

- geschopt en/of geslagen tegen het hoofd en/of lichaam van die [het slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag)

tengevolge waarvan voornoemde [het slachtoffer] is overleden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 6 mei 2021, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk inlichtingen/middelen en/of gelegenheid heeft verschaft, door

- met de auto naar die [het slachtoffer] te zoeken en/of zich naar de plek te begeven waar die [het slachtoffer] zich toen (in de buurt) bevond en/of

- door te geven waar die [het slachtoffer] zich bevond en/of

- die [het slachtoffer] te traceren en/of op te wachten en/of te achtervolgen en/of op te jagen en/of in te sluiten en/of aan te wijzen en/of

- die [het slachtoffer] te duwen en/of trekken en/of naar de grond werken en/of

- die [het slachtoffer] te slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of

- die [het slachtoffer] vast te pakken en/of vast te houden en/of tegen te houden;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 mei 2021 te 's-Gravenhage, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de [plaats steekincident] (en nabij de [locatie nabij plaats steekincident]), in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [het slachtoffer], welk geweld bestond uit het:

- achtervolgen en/of opjagen en/of insluiten en/of aanwijzen van die [het slachtoffer] en/of

- duwen en/of trekken en/of naar de grond werken van die [het slachtoffer] en/of

- slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [het slachtoffer] en/of

- vastpakken en/of vasthouden van die [het slachtoffer] en/of

- een of meerdere malen (met kracht) steken met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de zij en/of handen, althans het lichaam van die [het slachtoffer], terwijl dit door hem gepleegde geweld de dood ten gevolge heeft gehad, althans zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel, te weten een of meerdere steekverwonding(en) in een of meer hand(en) en/of in de zij, althans in het lichaam voor die [het slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake het primair, impliciet primair tenlastegelegde (medeplegen moord) zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Standpunt verdediging

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig zijn overlegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken. De verdachte heeft geen enkele wezenlijke en significante bijdrage geleverd aan het feit. Hij is niet dichterbij dan op 20 meter afstand van het slachtoffer gekomen. Hij heeft het slachtoffer niet aangewezen, niet ingesloten, niet opgejaagd en niet aangeraakt. Er is geen enkel bewijs dat de verdachte een rol zou hebben gehad, laat staan een bepalende, bij het maken van plannen die tot de dood van het slachtoffer zouden hebben geleid. Volgens de raadsman kan aan de chatberichten op Snapchat geen redengevend gewicht worden toegekend. En het enkele rondlopen in het [buurt 1] maakt de verdachte niet tot een organisator, voorbereider of uitvoerder van het doden van het slachtoffer, noch tot een betrokkene op het niveau van medeplichtigheid daaraan. Van deelname aan openlijk geweld in vereniging is evenmin sprake.

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig het schriftelijke requisitoir – op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde (medeplegen moord) wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft de advocaat-generaal overwogen dat de verdachte een initiërende en organiserende rol had in het voortraject. De verdachte heeft op grond van zijn eigen uitspraken en uitspraken van anderen vervolgacties in gang gezet of daarin geparticipeerd die in lijn waren met de uitspraken en afspraken op Snapchat. Volgens de advocaat-generaal heeft de verdachte vol opzet gehad op de dood van het slachtoffer. Gezien het tijdsverloop tussen het moment waarop de verdachte het plan heeft geïnitieerd en met de organisatie ervan een aanvang heeft genomen, gevolgd door het zich begeven naar het [buurt 1] en het zoeken naar het slachtoffer, en het tijdstip waarop het geweld feitelijk wordt uitgeoefend, heeft de verdachte gelegenheid gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, aldus de advocaat-generaal, zodat van voorbedachte raad sprake is.

Beoordeling

Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

In de avond van 6 mei 2021, rond 20:20 uur, is de 17-jarige [het slachtoffer] (hierna: [het slachtoffer]) op de [plaats steekincident] in Den Haag aangevallen door meerdere personen, waarbij hij is geschopt en geslagen en met een mes in zijn zij is gestoken door [medeverdachte 1]. Hij is overleden aan de gevolgen van die steekwond.

Kort voor deze aanval vond rond 19:00 uur een gewelddadig treffen plaats tussen twee groepen aan de [locatie eerdere steekincident] in Den Haag. De ene groep bestond (grotendeels) uit jongeren uit het [buurt 1] in Den Haag, waaronder [het slachtoffer], en de andere groep (grotendeels) uit jongeren uit [buurt 2] , waaronder de verdachte. Bij dit eerste steekincident is [slachtoffer eerdere steekincident], die deel uitmaakte van de groep uit [buurt 2] , in zijn hoofd en rug gestoken.

Medeplegen

Het staat vast dat het [medeverdachte 1] is geweest die [het slachtoffer] heeft gestoken met een mes waardoor [het slachtoffer] van het leven is beroofd. De vraag die het hof nu moet beantwoorden, is de vraag of de verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan, als medepleger bij dit feit betrokken is geweest. Het hof is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe als volgt.

Het hof stelt voorop dat er sprake is van medeplegen wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan van het strafbare feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen personen. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als er sprake is van een intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht. Bij de beoordeling of aan dit criterium is voldaan, kan onder meer betekenis toekomen aan de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol van de verdachte in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict, het belang van diens rol, diens aanwezigheid op cruciale momenten, alsmede het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Het hof stelt op basis van het dossier vast dat de verdachte als enige van de verdachten aanwezig is geweest bij het eerdere steekincident op de [locatie eerdere steekincident]; dat hij voorafgaand aan dat steekincident in de Snapchatgroep heeft geschreven dat er messen meegenomen moesten worden naar de [locatie eerdere steekincident] en dat, als er op de [locatie eerdere steekincident] iemand uit hun groep zou worden gestoken “(…) mannen echt” “Plat” zouden gaan. Het hof is het echter met de verdediging eens dat het dossier geen aanknopingspunten biedt dat de verdachte ook daadwerkelijk een mes heeft meegenomen naar de [locatie eerdere steekincident] . Integendeel, uit het dossier komt eerder het beeld naar voren dat de verdachte op de [locatie eerdere steekincident] tussen beiden is gekomen, hetgeen eerder duidt op een de-escalerend en bemiddelend optreden dan een aanvallend optreden. Dit sluit aan bij de verklaring van de verdachte dat hij vooral stoer wilde doen op Snapchat, maar niet daadwerkelijk geweld gebruikte.

Voorafgaand aan het steekincident op de [plaats steekincident] zegt de verdachte weliswaar in de Snapchatgroep ook nog dat hij “een pijp”, een vuurwapen, krijgt, maar uit het dossier blijkt niet dat hij ook daadwerkelijk zelf een vuurwapen bij zich had, laat staan dat hij met een vuurwapen aan het geweldsincident tegen [het slachtoffer] heeft deelgenomen.

Naast de berichten die de verdachte in de Snapchatgroep heeft geplaatst, kan ook worden vastgesteld dat de verdachte samen met de anderen in het [buurt 1] heeft rondgelopen, waarbij is gezocht naar (leden van) de groep [buurt 1] . Ook is hij korte tijd achter [medeverdachte 2] aangerend, die weer achter [het slachtoffer] aanrende.

Nadat [het slachtoffer] langs de Opel was gelopen en anderen uit de Opel sprongen en achter hem aanrenden, is de verdachte eveneens uit de auto gestapt, is hij korte tijd mee gerend, maar is hij op het moment dat het geweld tegen [het slachtoffer] begon, gestopt met rennen. Hij is vervolgens op 10-15 meter afstand van de vechtpartij blijven staan, heeft geen geweldshandelingen verricht en is na korte tijd samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] teruggekeerd naar de Opel en vertrokken.

Het hof is gelet op voornoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat de verdachte zich op een daartoe geëigend tijdstip heeft teruggetrokken van de groep en daarmee geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de uitvoering van het delict. De enkele omstandigheid dat de verdachte zich in de nabijheid van de medeverdachten bevond en kortstondig in dezelfde richting heeft gerend, is daartoe onvoldoende, temeer nu hij zich op het moment waarop het geweld werd ingezet daarvan heeft gedistantieerd.

Anders dan door de advocaat-generaal is betoogd, heeft de verdachte naar het oordeel van het hof ook in de voorbereidende fase geen initiërende, aansturende of (mede)organiserende rol vervuld. De chatgesprekken geven weliswaar de indruk dat de verdachte in de periode voorafgaand aan het gebeurde op 6 mei 2021 op nogal lichtzinnige wijze sprak over het gebruik van geweld, waaronder het gebruik van een mes en de mogelijkheid iemand te steken. Maar de betreffende Snapchatgesprekken kunnen niet op overtuigende wijze bijdragen aan het bewijs dat de verdachte het uitdrukkelijke voornemen had om geweld te (doen) gebruiken, laat staan om [het slachtoffer] van het leven te beroven. Dit geldt te meer omdat de uitlatingen van de verdachte in de Snapchatberichten niet zijn gevolgd door enig daadwerkelijk gewelddadig handelen door de verdachte zelf waaruit een intentie tot geweld kan worden afgeleid. Integendeel, bij het eerdere steekincident waarbij [slachtoffer eerdere steekincident] werd gestoken, is de verdachte juist tussen beiden gekomen zonder met een mes te steken, hetgeen, zoals hiervoor overwogen, eerder duidt op een de-escalerend en bemiddelend optreden. Ook zijn verzoek in de Snapchatgroep om [medeverdachte 4] te bellen, is onvoldoende om te stellen dat hij op die manier heeft bijgedragen aan het dodelijke geweld dat door de broers [medeverdachte 1 en medeverdachte 4] en de anderen op [het slachtoffer] is uitgeoefend. Naar het oordeel van het hof kan niet worden uitgesloten dat de verdachte slechts heeft bedoeld dat de neven van [slachtoffer eerdere steekincident] (zijnde de broers [medeverdachte 1 en medeverdachte 4]) ingelicht moesten worden over het eerder voorgevallen steekincident, waarbij [slachtoffer eerdere steekincident] zwaar gewond was geraakt.

De bijdrage van de verdachte bij alles rond de dood van [het slachtoffer] kan naar het oordeel van het hof, ook in onderlinge samenhang bezien, dan ook niet worden aangemerkt als van voldoende gewicht om van medeplegen te spreken, zodat de verdachte van het primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Medeplichtigheid

Aan de verdachte is subsidiair ten laste gelegd dat hij medeplichtig is aan de dood van [het slachtoffer]. Ook dat acht het hof niet bewezen. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Het hof stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 1° of 2º van het Wetboek van Strafrecht, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict). Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook als het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan. Het opzet van de medeplichtige behoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan. Onder die precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan, is ook begrepen of het gronddelict al dan niet in deelneming wordt begaan; op die deelnemingsvorm behoeft het opzet van de medeplichtige dus niet te zijn gericht.

Het hof is van oordeel dat het handelen van de verdachte, zoals hiervoor onder het kopje “Medeplegen” besproken, niet tot de conclusie kan leiden dat aan de zijde van de verdachte sprake is van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op de dood van [het slachtoffer] en ook niet dat de verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het gronddelict.

Met betrekking tot de medeplichtigheidshandelingen, zoals die zijn ten laste gelegd, overweegt het hof meer in het bijzonder nog als volgt.

Niet kan worden bewezen dat de verdachte met de auto naar [het slachtoffer] heeft gezocht. Bovendien kan uit het dossier geen bewijs worden ontleend dat de verdachte wist waar [het slachtoffer] zich bevond, en blijkt in elk geval niet dat hij in de Snapchatgroep heeft gereageerd op de aan hem gestelde vraag: “[bijnaam medeverdachte 4]” “Is onderweg” “Met P” “Waar moet hij zijn [bijnaam verdachte]”. Los daarvan kan het enkel meelopen en zoekend rondkijken niet worden aangemerkt als een handeling die erop was gericht anderen behulpzaam te zijn bij het van het leven beroven van [het slachtoffer]. De handelingen van de verdachte zoals hiervoor omschreven hebben ook niet geleid tot, noch waren zij naar hun aard geschikt voor, het bevorderen of vergemakkelijken van het door anderen toegepaste (dodelijke) geweld tegen [het slachtoffer]. De verdachte heeft bovendien geen van de in de tenlastelegging opgenomen (gewelds)handelingen zelf verricht.

Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat de verdachte door zijn handelen opzettelijk, noch in voorwaardelijke zin, behulpzaam is geweest bij het door anderen gepleegde misdrijf, noch dat hij daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft. Evenmin kan worden aangenomen dat zijn gedragingen, afzonderlijk of in onderlinge samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm waren gericht op het bevorderen of vergemakkelijken van het gronddelict. Reeds daarom kan niet worden bewezen dat de verdachte medeplichtig is geweest aan het ten laste gelegde feit.

Openlijk geweld

Gelet op het vorenstaande kan evenmin bewezen worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld in vereniging. De verdachte heeft zelf geen geweldshandelingen tegen [het slachtoffer] uitgeoefend en heeft het toegepaste geweld van de anderen ook niet versterkt, omdat hij op afstand is gebleven en zich al vrij snel heeft gedistantieerd. Ook het meer subsidiair tenlastegelegde openlijke geweld kan zodoende niet bewezen worden.

Conclusie

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair, subsidiair en meer subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding [moeder slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [moeder slachtoffer], de moeder van [het slachtoffer], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 40.982,23, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 40.982,23.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [vader slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [vader slachtoffer], de vader van [het slachtoffer], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 39.901,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 39.901,84.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [zusje slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [zusje slachtoffer], het zusje van [het slachtoffer], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 17.500,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij reeds daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [broertje slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [broertje slachtoffer], het broertje van [het slachtoffer], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 17.500,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij reeds daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggeven iPhone zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

Beslissing

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1.00 STK Telefoontoestel Kl: roze APPLE, [toestelnummer].

Vordering van de benadeelde partij [moeder slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [moeder slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [vader slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [vader slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [zusje slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [zusje slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [broertje slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [broertje slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. O.E.M. Leinarts, mr. L.A. Pit en mr. J.A.M. Jansen,

in bijzijn van de griffier mr. J. Toorens.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 februari 2026.