Gerechtshof Den Haag, hoger beroep strafrecht overig

ECLI:NL:GHDHA:2026:242

Op 25 February 2026 heeft de Gerechtshof Den Haag een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 22-003504-22, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHDHA:2026:242. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
22-003504-22
Datum uitspraak:
25 February 2026
Datum publicatie:
25 February 2026

Indicatie

Steekpartij met dodelijke afloop van 17-jarige jongen op 6 mei 2021 op de Rijswijkseweg in Den Haag. Van de 7 door de rechtbank veroordeelde verdachten zijn er drie in hoger beroep gekomen. Het hof spreekt 2 verdachten vrij en veroordeelt één van de verdachten voor medeplegen doodslag tot een gevangenisstraf van 8 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003504-22

Parketnummer: 09-852020-21

Datum uitspraak: 25 februari 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 november 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

adres: [geboorteplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesverloop

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde (medeplichtigheid aan medeplegen moord) – met toepassing van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) - veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals eveneens omschreven in het vonnis waarvan beroep. Tot slot is de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Hij op of omstreeks 6 mei 2021 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [het slachtoffer]van het leven heeft beroofd, immers heeft/ hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

-Een of meermalen (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de zij en/of handen en/of het lichaam gestoken van die [het slachtoffer] en/of

-geschopt en/of geslagen tegen het hoofd en/of lichaam van die [het slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag), tengevolge waarvan voornoemde [het slachtoffer] is overleden;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

één of meer (vooralsnog) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 6 mei 2021 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [het slachtoffer]van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben die onbekend gebleven perso(o)n(en)

-een of meermalen (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de zij en/of handen en/of het lichaam gestoken van die [het slachtoffer] en/of

- geschopt en/of geslagen tegen het hoofd en/of lichaam van die [het slachtoffer] (terwijl deze op de grond lag)

tengevolge waarvan voornoemde [het slachtoffer] is overleden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 6 mei 2021, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk inlichtingen/middelen en/of gelegenheid heeft verschaft, door

- met de auto naar die [het slachtoffer] te zoeken en/of zich naar de plek te begeven waar die [het slachtoffer] zich toen (in de buurt) bevond en/of

- door te geven waar die [het slachtoffer] zich bevond en/of

- die [het slachtoffer] te traceren en/of op te wachten en/of te achtervolgen en/of op te jagen en/of in te sluiten en/of aan te wijzen en/of

- die [het slachtoffer] te duwen en/of trekken en/of naar de grond werken en/of

- die [het slachtoffer] te slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of

- die [het slachtoffer] vast te pakken en/of vast te houden en/of tegen te houden;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 mei 2021 te 's-Gravenhage, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de [locatie steekincident] (en nabij de [locatie nabij steekincident]), in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [het slachtoffer], welk geweld bestond uit het:

- achtervolgen en/of opjagen en/of insluiten en/of aanwijzen van die [het slachtoffer] en/of

- duwen en/of trekken en/of naar de grond werken van die [het slachtoffer] en/of

- slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [het slachtoffer] en/of

- vastpakken en/of vasthouden van die [het slachtoffer] en/of

- een of meerdere malen (met kracht) steken met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de zij en/of handen, althans het lichaam van die [het slachtoffer], terwijl dit door hem gepleegde geweld de dood ten gevolge heeft gehad, althans zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel, te weten een of meerdere steekverwonding(en) in een of meer hand(en) en/of in de zij, althans in het lichaam voor die [het slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Standpunt advocaat-generaal en verdediging

Ter terechtzitting in hoger beroep hebben zowel de advocaat-generaal als de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal vrijgesproken dient te worden van het tenlastegelegde. Hiertoe hebben zij beiden – kort samengevat – aangevoerd dat de verdachte niet als medepleger en evenmin als medeplichtige kan worden aangemerkt van het op de [locatie steekincident] tegen [het slachtoffer] gepleegde (dodelijke) geweld. In dit verband is voorts gesteld dat de verdachte, nadat hij kort met de medeverdachten mee rent achter [het slachtoffer] aan, zich distantieert van de groep, mogelijk zelfs op het moment dat het feitelijke geweld tegen [het slachtoffer] nog geen aanvang had genomen. Van een wezenlijke en significante bijdrage is derhalve geen sprake, zodat de verdachte eveneens van het meer subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling

Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

In de avond van 6 mei 2021, rond 20:20 uur, is de 17-jarige [het slachtoffer] [het slachtoffer] (hierna: [het slachtoffer]) op de [locatie steekincident] in Den Haag aangevallen door meerdere personen, waarbij hij is geschopt en geslagen en met een mes in zijn zij is gestoken door [medeverdachte 1]. Hij is overleden aan de gevolgen van die steekwond.

Kort voor deze aanval vond rond 19:00 uur een gewelddadig treffen plaats tussen twee groepen aan de [locatie eerdere steekincident] in Den Haag. De ene groep bestond (grotendeels) uit jongeren uit het [buurt 1] in Den Haag, waaronder [het slachtoffer], en de andere groep (grotendeels) uit jongeren uit [buurt 2]. Bij dit eerste steekincident is [slachtoffer eerdere steekincident], die deel uitmaakte van de groep uit [buurt 2], in zijn hoofd en rug gestoken.

De rol van de verdachte

Het staat vast dat het [medeverdachte 1] is geweest die [het slachtoffer] heeft gestoken met een mes waardoor [het slachtoffer] van het leven is beroofd. Voorts staat vast dat de verdachte geen geweldshandelingen heeft gepleegd en zich, kort voor dan wel uiterlijk op het moment dat het geweld tegen [het slachtoffer] een aanvang nam, aan de groep heeft onttrokken en niet meer is teruggekeerd.

De vraag die het hof allereerst moet beantwoorden, is of de verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan als medepleger of medeplichtige bij dit feit betrokken is geweest.

Het hof stelt voorop dat op grond van het dossier niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die berichten in het Snapchatgesprek - dat voorafgaand aan het feit plaatsvond en waaraan mededaders hebben deelgenomen - heeft verzonden, noch dat hij kennis heeft genomen van de inhoud van dat gesprek. Derhalve is het onduidelijk of de verdachte op de hoogte was dat de groep, naar aanleiding van het eerdere steekincident, gericht op zoek was naar één of meer personen uit het [buurt 1], dat iemand “plat moest gaan”, dan wel dat enkele groepsleden bewapend waren.

Uit de camerabeelden blijkt voorts niet dat sprake was van intensief contact, onderlinge afstemming of aansturing tussen de verdachte en de overige groepsleden toen zij in het [buurt 1] op zoek waren naar leden van de groep [buurt 1]. Integendeel, de verdachte loopt een beetje afzijdig en zichtbaar op afstand van de groep. Voorts staat vast dat de verdachte zich kort voor dan wel uiterlijk op het moment dat het geweld tegen [het slachtoffer] plaatsvond aan de groep heeft onttrokken, is weggerend van de plaats delict en ook niet meer is teruggekeerd.

Al met al is, gelet op het bovenstaande, niet komen vast te staan dat de verdachte wetenschap had van het voornemen van (delen van) de groep om geweld te gebruiken, laat staan om dodelijk geweld toe te passen. Evenmin kan vastgesteld worden dat hij wist dat anderen bewapend waren. Zijn gedragingen beperken zich tot het zich met anderen begeven naar het [buurt 1] en het kortstondig aanwezig zijn aldaar. Daarbij komt dat de verdachte geen enkele uitvoeringshandeling heeft verricht, geen aansturende of faciliterende rol heeft gehad en zich vóór of uiterlijk bij aanvang van het geweld tegen [het slachtoffer] van de groep heeft gedistantieerd. Zijn bijdrage kan, ook in onderlinge samenhang bezien, niet worden aangemerkt als van voldoende gewicht om van medeplegen, noch van medeplichtigheid te kunnen spreken.

Het hof is, gelet op het bovenstaande, evenmin van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.

Het enkel kortstondig en op enige afstand achter [het slachtoffer] aanrennen, kan niet worden geduid als een significante en wezenlijke bijdrage aan het openlijk geweld.

Conclusie

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair en meer subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding [moeder slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [moeder slachtoffer], de moeder van [het slachtoffer], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 40.982,23, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 40.982,23.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [vader slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [vader slachtoffer], de vader van [het slachtoffer], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 39.901,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 39.901,84.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [zusje slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [zusje slachtoffer], het zusje van [het slachtoffer], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 17.500,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij reeds daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [broertje slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [broertje slachtoffer], het broertje van [het slachtoffer], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 17.500,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij reeds daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Beslissing

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [moeder slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [moeder slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [vader slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [vader slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [zusje slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [zusje slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [broertje slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [broertje slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. O.E.M. Leinarts, mr. L.A. Pit en mr. J.A.M. Jansen,

in bijzijn van de griffier mr. J. Toorens.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 februari 2026.