Gerechtshof 's-Hertogenbosch, hoger beroep strafrecht overig

ECLI:NL:GHSHE:2022:4871

Op 7 June 2022 heeft de Gerechtshof 's-Hertogenbosch een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 20-000313-20, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHSHE:2022:4871. De plaats van zitting was 's-Hertogenbosch.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
20-000313-20
Datum uitspraak:
7 June 2022
Datum publicatie:
11 May 2026

Indicatie

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000313-20

Uitspraak : 7 juni 2022

VERSTEK (DIP)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 31 januari 2020, in de strafzaak met parketnummer 01-845212-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ (feit 1), ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, eerste lid aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 2) en ‘diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman heeft gemachtigd dat namens haar te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,

mr. B. Stapert en mr. M.A.M. Wagemakers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,

en op 7 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Wagemakers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.