[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedatum] 1985,
Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte van het tenlastegelegde vrijgesproken.
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het impliciet subsidiair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte ter zake daarvan zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Door de raadsman van de verdachte is vrijspraak bepleit.
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 27 augustus 2025 te Eindhoven een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Italiaans paspoort op naam van [verdachte] , waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad;
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 27 augustus 2025 te Eindhoven een reisdocument als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Italiaans paspoort op naam van [verdachte] , waarvan hij, verdachte, wist dat deze vals was, voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep namens de verdachte vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Niet kan zonder redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij een vals paspoort in bezit had, nu de verdachte stelt zijn paspoort in 2024 te hebben laten verlengen bij de Italiaanse autoriteiten. De in het dossier gevoegde print van het paspoort is niet verhelderend. Op basis daarvan is niet vast te stellen of het daadwerkelijk evident was dat er sprake was van een vervalsing. Voorts heeft de Koninklijke Marachaussee na de zitting in eerste aanleg een bevraging gedaan bij de Italiaanse autoriteiten met betrekking tot de verblijfsrechtelijke positie van de verdachte. De Italiaanse autoriteiten bevestigen in het proces-verbaal dat de foto op de verblijfsvergunning van de verdachte overeenkomt met de foto op het door de verdachte aan de Koninklijke Marachaussee getoonde paspoort. De overige informatie op de verblijfsvergunning komt niet precies overeen met die op het paspoort, aangezien het kenmerk en de datum van aanvraag verschillen, echter betekent dit niet dat de verdachte had moeten weten of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het paspoort vals was.
Het hof overweegt als volgt.
Op 27 augustus 2025 is de verdachte gecontroleerd op Eindhoven Airport. De verdachte heeft zich toen gelegitimeerd met een vreemdelingenpaspoort van Italië in combinatie met een Italiaanse verblijfstitel op naam van [verdachte] . Bij controle van het paspoort rees het vermoeden dat het paspoort vals was. Dit vermoeden ontstond doordat de ondergrondbedrukking er anders uitzag dan bij andere Italiaanse vreemdelingenpaspoorten, alsmede dat de hoekjes van de houderpagina niet netjes waren afgerond. Het paspoort van de verdachte is vervolgens onderzocht door opperwachtmeester der Koninklijke Marechaussee, documentdeskundige [naam] . Geconcludeerd werd dat de ondergrondbedrukking van alle pagina’s van het paspoort zijn aangebracht middels een printtechniek. Dit in tegenstelling tot de originele documenten van dit model, afgegeven door de autoriteiten van Italië, waarbij de ondergrondbedrukking is aangebracht middels een druktechniek. Voorts werd geconcludeerd dat de pagina’s van het paspoort niet zijn voorzien van een watermerk. Naar aanleiding van het vorenstaande is vastgesteld dat het voornoemde vreemdelingenpaspoort van Italië, voorzien van nummer [paspoortnummer] , een vals exemplaar betrof.
De verdachte heeft tegenstrijdige en ook onjuiste verklaringen afgelegd over de reden waarom hij niet heeft opgemerkt dat hij in het bezit was van een vals paspoort als ook over de datum waarop hij het paspoort zou hebben verkregen.
De verdachte heeft op 27 augustus 2025 bij de Koninklijke Marechaussee verklaard (pag. 30 van het politiedossier) dat het document oud is geworden omdat hij het altijd in zijn zak had zitten en dat het paspoort er daarom misschien vals uitzag.
Bij de rechter-commissaris op 29 augustus 2025 heeft de verdachte echter verklaard dat hij altijd een tasje om zijn schouder heeft en in dat tasje zijn paspoort zat. In mei had hij ergens in een kebabzaak in Napels gegeten. Na het eten heeft hij zijn handen gewassen en zijn tasje opgehangen. Toen hij thuiskwam, kwam hij er achter dat hij zijn tasje was vergeten. Het restaurant was toen al gesloten. De volgende dag heeft hij zijn tasje opgehaald en gecontroleerd of zijn paspoort nog in het tasje zat, wat het geval was. Volgens de verdachte is dit het enige moment geweest waarop hij zijn paspoort uit het oog is verloren, en is er in die tussenperiode mogelijk met zijn paspoort gerommeld.
Uitgaande van laatstgenoemde verklaring van de verdachte zou binnen die korte tijdspanne niet alleen zijn geldig paspoort uit zijn tasje zijn weggenomen, maar bovendien in de plaats van een geldig paspoort een vals paspoort op naam van de verdachte en voorzien van zijn foto in het tasje zijn gestopt. Het hof acht deze verklaring volstrekt ongeloofwaardig, zodat deze terzijde wordt gesteld. Bovendien is deze verklaring in strijd met zijn eerdere verklaring dat het paspoort gekreukt was omdat hij het altijd in zijn broekzak had zitten en dus niet in een schoudertasje.
De verdachte heeft voorts verklaard dat zijn oude paspoort in februari 2024 was verlopen, dat hij met het oude paspoort een nieuw paspoort heeft aangevraagd bij de gemeente Napels en dat hij het document eerst in 2025 heeft gekregen. Op het valse paspoort staat echter als afgiftedatum 24 april 2024, zodat de verklaring dat hij het paspoort eerst in 2025 heeft verkregen bovendien onjuist is.
Nu de verdachte geen aannemelijke en een redengevende ontzenuwende verklaring heeft gegeven voor het voorhanden hebben van een vals paspoort, kan het niet anders zijn dan dat hij wist dat het een vals paspoort was.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
een reisdocument voorhanden hebben, waarvan hij weet dat het vals is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft een vals paspoort voorhanden gehad. Aldus heeft hij het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer wordt gesteld in de authenticiteit van reisdocumenten, schade berokkend.
Bij de straftoemeting heeft het hof voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 2 april 2026, waaruit volgt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Voorts heeft het hof rekening gehouden met hetgeen namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht betreffende diens actuele persoonlijke omstandigheden. De verdachte is dakloos en verblijft in Napels.
Het hof heeft bij de straftoemeting aansluiting gezocht bij de straf die in soortgelijke gevallen pleegt te worden opgelegd en acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 45 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
Onttrekking aan het verkeer
Het in beslag genomen paspoort is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu met betrekking tot dat voorwerp het bewezenverklaarde feit is begaan en van zodanige aard is, dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c en 231 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
Beslissing
BESLISSING
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 45 (vijfenveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK vreemdelingenpaspoort van Italië ( [paspoortnummer] ).
Aldus gewezen door:
mr. J.C. Gillesse, voorzitter,
mr. S. Riemens en mr. K.J. van Dijk, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.C.E. Joosen, griffier,
en op 23 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.