Hoge Raad, artikel 81 ro-zaken belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1379

Op 28 August 2026 heeft de Hoge Raad een artikel 81 ro-zaken procedure behandeld op het gebied van belastingrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is 24/03436, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:HR:2026:1379.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
24/03436
Datum uitspraak:
28 August 2026
Datum publicatie:
28 August 2026

Indicatie

HR: 81.1 RO

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/03436

Datum 28 augustus 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juli 2024, nrs. BK-ARN 22/1826 tot en met BK-ARN 22/1829 (Voetnoot 1), op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 20/1778 tot en met AWB 20/1781) betreffende ten aanzien van belanghebbende voor de jaren 2012 tot en met 2015 gegeven beschikkingen als bedoeld in artikel 9.6, lid 3, Wet IB 2001 (tekst 2012-2015) van 14 mei 2019 en 6 juni 2019.

1
Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

2
Beoordeling van klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3
Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

4
Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026.

Voetnoot

Voetnoot 1

ECLI:NL:GHARL:2024:4960.