Hoge Raad, cassatie strafrecht overig

ECLI:NL:HR:1996:4

Op 10 September 1996 heeft de Hoge Raad een cassatie procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 102.915, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:HR:1996:4. De plaats van zitting was Den Haag.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
102.915
Datum uitspraak:
10 September 1996
Datum publicatie:
10 September 2026
Formele relaties:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:1996:65

Indicatie

Uitspraak

10 september 1996

Strafkamer

nr. 102.915

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 juli 1995 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats], ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in het Huis van Bewaring " [A] " te [plaats] .

1. De bestreden einduitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 2 november 1994 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding primair telastegelegde en hem voorts ter zake van "medeplegen van: doodslag gevolgd of vergezeld en/of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid te verzekeren" veroordeeld tot tien jaren gevangenisstraf.

2. Het cassatieberoep

Het beroep - dat zich kennelijk niet richt tegen de gegeven vrijspraak - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.S. Schreuders, advocaat te 's-Gravenhage, bij pleidooi een middel van cassatie voorgedragen. De schriftelijke opgave daarvan is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. De conclusie van het Openbaar Ministerie

De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

4. Telastelegging en bewijsvoering

4.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat de verdachte:

"in de nacht van 3 op 4 juli 1993 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) van het leven heeft beroofd,

immers hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededaders opzettelijk

- die [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) gewurgd en

- meermalen tegen het lichaam geschopt/gestompt/geslagen

en

- ( met voorwerpen) geslagen

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten:

A. wederrechtelijke vrijheidsberoving daarin bestaande dat:

hij, verdachte, in de nacht van 3 op 4 juli 1993 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

- die [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) gedwongen in een auto plaats te nemen en

- haar gedwongen in die auto te blijven en

- haar in die auto vervoerd naar restaurant " [B] " en

- haar aldaar gedwongen (middels geweld en/of dreiging met geweld) daar te blijven,

en

B. diefstal in vereniging, daarin bestaande dat:

hij, verdachte, in de nacht van 3 op 4 juli 1993 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen

- een hoeveelheid geld (afkomstig uit de gokautomaat van restaurant " [B] ") toebehorende aan anderen dan aan hem, verdachte, en zijn mededaders en waarbij verdachte en zijn mededaders zich de weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht d.m.v. braak op de gokkast,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van het laatstgenoemde feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemers straffeloosheid te verzekeren".

4.2. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:

1. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 1, sub 3, blz. 22, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als eigen waarneming of ondervinding van de desbetreffende verbalisanten:

Op zondag, 4 juli 1993 te 10.58 uur kregen wij via de mobilofoon van de wachtcommandant van dienst de opdracht te gaan naar de [a-straat 1] , restaurant [B] , alwaar sprake zou zijn van een gepleegde inbraak. Tevens zou er mogelijk een dode vrouw in het pand liggen.

Op 4 juli 1993 te 11.00 uur kwamen wij ter plaatse op de [a-straat 1] te [plaats] . Wij zijn restaurant [B] binnengegaan via de linker toegangsdeur. Wij zagen dat in de hal naar de keuken een toegangsdeur was, die open stond. In dezelfde hal zagen we dat een gokkast kennelijk opengebroken was. We zagen dat er zwartkleurige scherven op de grond lagen. Wij zagen dat de deur tussen de hal en de keuken open stond. Vervolgens zijn wij naar het kookgedeelte gelopen. We zagen dat een kooktoestel op de grond lag. Wij zagen dat aan de linkerzijde van het kookgedeelte, op de vloer, ruggelings een vrouw lag, die kennelijk was overleden. Wij zagen dat zich in de linker mondhoek een kennelijk geronnen bloedstraal bevond. Wij zagen dat de vrouw een blauw gekleurd voorhoofd had.

2. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 2, sub 5, blz. 36, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als eigen waarneming of ondervinding van de desbetreffende verbalisant:

Op 4 juli 1993 zijn in het Chinese restaurant [B] aan de [a-straat 1] te [plaats] twee personen geconfronteerd met het in de keuken van dat restaurant aangetroffen stoffelijk overschot van een vrouw.

Deze personen betroffen:

1. [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , zijnde de kok van restaurant [B] voornoemd en aldaar vanaf mei 1991 werkzaam;

2. [betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] 1934 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [b-straat 1] , zijnde de echtgenoot van het slachtoffer. Nadat beide personen met het stoffelijk overschot van de vrouw waren geconfronteerd, verklaarden zij ieder, dat zij daarin de in leven genaamd zijnde vrouw [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1936 te [geboorteplaats] , wonende te [plaats] , [b-straat 1] (het hof leest: [b-straat 1] ), herkenden.

3. Een als bijlage dossier 2, sub 2, blz. 32, bij het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44 gevoegde copie van een verslag betreffende een niet natuurlijke dood, d.d. 4 juli 1993 opgemaakt door J.W.M.M. de Veth, lijkschouwer van de gemeente [plaats] , voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt:

Ondergetekende verklaart het lijk van mevrouw [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1936 te [geboorteplaats] , gewoond hebbende te [plaats] aan de [b-straat 1] , persoonlijk te hebben geschouwd en er niet van overtuigd te zijn, dat de dood door een natuurlijke oorzaak is ingetreden. Bij de lijkschouw, die ter plaatse van het ongeval plaatsvond om 12.15 uur, waren mijn bevindingen:

-verwondingen aan het hoofd

-brilhematoom

-bloedverlies uit neus, mond en (het hof leest in, mede gelet op relaas op blz. 51:) linkeroor

-met de hand voelbare daling van de lichaamstemperatuur

-beginnende lijkstijfheid aan de armen.

Tijdstip van overlijden: korter dan 8 uur te voren en langer dan 4 uur te voren.

Bij de uitwendige lijkschouw, die om 16.45 uur plaatsvond in het mortuarium, waren mijn bevindingen:

-lijkvlekken

-gezwollen rood gelaat

-puntvormige bloedinkjes in de hals/nek, in het gelaat en aan de binnenzijde van de oogleden, ten gevolge van verstikking

-in de hals een horizontale streepvormige afdruk van een (mogelijk stomp)' voorwerp, mogelijk passend bij een voorwerp gebruikt voor verwurging

-op het achterhoofd een kale plek ter grootte van een gulden, aan de rand een puntvormige verwonding welke gebloed heeft. Ter plaatse hiervan maar dan onder de behaarde hoofdhuid een impressie in de schedel ter grootte van een gulden

-op diverse plaatsen blauwe plekken.

4. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 2, sub 4, blz. 35, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als eigen waarneming of ondervinding van de desbetreffende verbalisanten:

Op 5 juli 1993 te 12.00 uur is het stoffelijk overschot van [slachtoffer] ter sectie overgebracht naar het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk alwaar gearriveerd werd te 13.30 uur. Op 5 juli 1993 te 14.30 uur werd door de patholoog anatoom dr. Voortman een aanvang genomen met de sectie op het stoffelijk overschot van [slachtoffer] . Deze sectie werd te 17.00 uur beëindigd. Door dr. Voortman werd de navolgende voorlopige conclusie gegeven van zijn bevindingen:

"De sectie-bevindingen wijzen op verstikking als doodsoorzaak, opgeleverd door inwerking van uitwendig mechanisch, hevig samendrukkend geweld op de hals (passend bij wurging of wurggreep). Daarbij had uitwendig mechanisch botsend en samendrukkend geweld op hoofd, borstkas en bovenste deel buik ingewerkt, waardoor o.m. beiderzijds verscheidene ribbreuken waren veroorzaakt. Door overstrekking van de halswervelkolom (bv doordat het hoofd heftig naar achteren slaat) was beschadiging van de halswervelkolom aan de voorzijde ontstaan".

5. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te [plaats] , nr. 04/07/93-44, als dossier 5, sub 2, blz. 112, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van [betrokkene 2] aan de desbetreffende verbalisanten:

Ik ben in 1958 met mijn vrouw, genaamd [slachtoffer] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1936, gehuwd. In 1976 ben ik naar [plaats] gekomen. In 1983 ben ik in de [b-straat] gaan wonen. In 1980 ben ik als eigenaar een restaurant onder de naam " [B] " gaan exploiteren in de [a-straat] te [plaats] . In 1988 is mijn zoon [betrokkene 3] mede-eigenaar geworden van het restaurant [B] . [betrokkene 3] is gehuwd, heeft een zoon en een dochter, en woont vlak bij mij in de [c-straat] te [plaats] . Mijn vrouw paste vaak op de kinderen van onze zoon. Meestal in hun woning. Mijn vrouw had zelf een sleutel van het restaurant. Ze ging soms 's-morgens naar het restaurant.

Zaterdagmorgen iets na 09.00 uur is mijn vrouw naar mijn zoon die in de [c-straat] woont, gegaan. Mijn zoon [betrokkene 3] heeft in Antwerpen afgelopen woensdag een tweede restaurant geopend en is daar gebleven. Mijn vrouw zou op de kinderen passen en in die woning overnachten. Ik heb mijn vrouw zaterdag 3 juli 1993, omstreeks 20.30 uur, in die woning voor het laatst in leven gezien.

6. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 5, sub 4, blz. 121, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van [betrokkene 3] aan de desbetreffende verbalisant:

Ik ben restauranthouder van het Chinees Restaurant " [B] ", gevestigd aan de [a-straat 1] te [plaats] . Mijn moeder is genaamd [slachtoffer] , geboren te [geboorteplaats] op 3 oktober 1936. Zaterdag 3 juli 1993 moest mijn vrouw mij komen helpen in de zaak te [plaats] en ze is die dag omstreeks 15.00 uur naar mij toe gekomen. Mijn moeder zou op de kinderen passen en was naar mijn huis gekomen. Mijn vrouw en ik besloten om de nacht in [plaats] door te brengen. Ik heb op zondag 4 juli 1993, omstreeks 00.30 uur, naar mijn woning gebeld en ik kreeg mijn moeder aan de lijn. Mijn moeder heeft een sleutel van het restaurant.

7. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 6, sub 1, blz. 182, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van [betrokkene 4] aan de desbetreffende verbalisanten:

Ik werk sinds mei 1991 in restaurant " [B] ", gevestigd aan de [a-straat 1] te [plaats] . Vandaag, 4 juli 1993, ben ik omstreeks 10.40 uur opgehaald door [betrokkene 5] en [betrokkene 6] , die beiden als kok werken in restaurant " [B] ". Samen met hen reed ik vervolgens naar het restaurant om daar zoals gewoonlijk te ontbijten. Na ongeveer 10 à 15 minuten kwamen wij aan bij het restaurant. Ik ben toen naar de ingang van het restaurant gelopen. Ik ging naar de deur van het afhaalcentrum. Die deur was niet op slot en ik kon hem open duwen. Ik ben naar binnen gegaan. [betrokkene 5] en [betrokkene 6] kwamen direkt achter mij aan de zaak binnen. Toen ik binnen was, liep ik direkt richting keuken. Op mijn weg naar de keuken zag ik dat er iets met de gokautomaat was. Die gokautomaat staat direkt rechts naast de deur van het afhaaldeel en ik moest erlangs naar de keuken. Ik zag dat voor de automaat een bakje op de grond lag. Dit was een bakje, afkomstig uit die automaat, waar het geld altijd inzit. Ik liep door naar de keuken en ging die binnen. Toen ik in de keuken kwam, zag ik dat er een brander op de grond lag. Toen ik verder de keuken inkeek, zag ik dat iemand op de grond lag, voor de kooktafel. Ik zag direkt dat het [slachtoffer] , de moeder van de eigenaar [betrokkene 3] , was. Ik realiseerde me direkt dat er iets ergs gebeurd was. Ik heb gezien dat zij op haar rug lag.

8. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 2, sub 6, blz. 38, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als eigen waarneming of ondervinding van de desbetreffende verbalisanten:

De speelautomaat die in het afhaalcentrum van restaurant [B] staat is eigendom van de firma [C] te 's-Hertogenbosch. Met betrekking tot de procedure rond het leegmaken van de geldlade van deze speelautomaat verklaren de beide zoons van het slachtoffer, [betrokkene 7] en [betrokkene 8] , dat dit enkel gebeurt door personeel van de firma [C] . Zij hebben geen sleutel om de automaat te legen. De automaat wordt elke veertien dagen geleegd.

9. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 8, sub 2, blz. 299, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van [betrokkene 9] aan de desbetreffende verbalisanten:

Ik ben werkzaam als exploitatiemanager bij de firma [C] te 's-Hertogenbosch. Ik kom bij restaurant [B] sinds oktober 1990. Ik bezoek de zaak om de veertien dagen. Toen ik daar voor het laatst op 26 juni 1993 ben geweest, was de speelautomaat in orde. Er was geen braakschade. Ik ben in het bezit van een moedersleutel, waarmee ik de speelautomaat kan openen. De heer [slachtoffer] heeft geen sleutels van de geldlade. De door U bedoelde speelautomaat staat bij [B] drie maanden in de zaak. Ik ben de enige die bij hem de geldladen leeghaalde. De gemiddelde opbrengst per veertien dagen is ongeveer tussen de f. 750,- en f. 1100, -. Dit is een normaal gemiddelde in soortgelijke zaken.

10. Een proces-verbaal van technisch onderzoek van het Korps Rijkspolitie, district Breda, afdeling technische recherche, zaaknr. 040793 1200 9104, als dossier 3, sub 1, blz. 41, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt:

als relaas de desbetreffende verbalisanten:

Op 4 juli 1993 werd door ons een onderzoek ingesteld naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van een vrouw in het restaurant [B] , gevestigd in perceel [a-straat 1] te [plaats] .

als relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :

Door ons werd een onderzoek ingesteld in de keuken. Op de vloer tussen een werktafel en een kookunit werd het stoffelijk overschot aangetroffen van een vrouw. Het rechterbeen van het slachtoffer lag vrijwel geheel onder het onderste blad van de werktafel geschoven.

als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

In de ruimte, bestemd voor klanten van afhaalmaaltijden, troffen wij een speelautomaat aan. De onderste klep aan de voorzijde van de kast bleek opengewrikt te zijn. Deze klep lag voorover op de vloer. De drie geldbakken die onder in de kast hadden gestaan werden links naast de kast op de vloer aangetroffen. Deze bakken bleken leeg te zijn.

11. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 19, sub 10, blz. 669, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van [betrokkene 10] aan de desbetreffende verbalisanten:

Een tot twee weken voor de dag van de overval op het Chinees restaurant " [B] " in de [a-straat] te [plaats] , bevond ik mij op de kamer van [betrokkene 11] aan de [d-straat 1] te [plaats] . De volgende personen waren daar toen ook: [verdachte] , [betrokkene 12] , [betrokkene 13] en [betrokkene 14] . We hebben toen gezamenlijk wat gekletst. Tijdens een van die gesprekken werd toen een voorstel gedaan over een overval op het Chinees restaurant " [B] ". Het werd door iedereen serieus opgepakt. We waren er allemaal van overtuigd dat er voldoende te halen was bij dit restaurant. Tijdens het gesprek is er uiteindelijk een plan ontstaan. Dit plan is in de daaropvolgende dagen uitgewerkt. De volgende personen zijn serieus met de voorbereiding verder gegaan: Ikzelf, [betrokkene 14] , [verdachte] , [betrokkene 13] en [betrokkene 12] . Als ik spreek over de jongens dan bedoel ik daarmee [betrokkene 13] , [betrokkene 12] en [verdachte] voornoemd. De jongens zouden het uiteindelijke plan bedenken en het vervoer regelen. In de weken voorafgaand aan de overval hebben wij veelvuldig over het plan gesproken. Het uiteindelijke plan was als volgt. De buit moest bestaan uit geld. De jongens moesten naar binnen in het pand. Iemand moest er voor zorgen dat er een werknemer van het restaurant bij het pand zou komen om het alarm uit te schakelen.

De jongens zouden dan naar binnen gaan. Het pand zou dan worden doorzocht op de aanwezigheid van geld. Begin juli 1993 is het tot een uiteindelijke uitvoering gekomen. 's-Nachts hebben [betrokkene 13] , [betrokkene 12] en [verdachte] een Chinees vrouwtje mee naar binnen genomen in restaurant " [B] ". Ik ben toen op de uitkijk blijven staan. Na ongeveer een half uur kwamen [betrokkene 12] , [betrokkene 13] en [verdachte] naar buiten gerend. Ze waren zichtbaar opgewonden. Met een bloedgang zijn ze in de auto gestapt. Ik ben ook in deze auto gestapt. Toen zijn we met hoge snelheid weggereden. De jongens droegen zich erg "opgefokt" en zenuwachtig.

12. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 19, sub 11, blz. 00675, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van [betrokkene 10] aan de desbetreffende verbalisanten:

Bij de voorbereidingen op de overval op het Chinees restaurant " [B] " te [plaats] waren ikzelf, [betrokkene 14] , [verdachte] , [betrokkene 13] en [betrokkene 12] betrokken. We hebben diverse keren met elkaar gesproken over het uiteindelijke plan voor de overval. Er zijn toen wat afspraken gemaakt. De jongens, ik bedoel hiermee [betrokkene 13] , [betrokkene 12] en [verdachte] , hebben hierbij een belangrijke rol gespeeld. Omdat we ervanuit gingen dat het restaurant voorzien was van een alarm installatie werd gezocht naar een mogelijkheid om het restaurant binnen te komen. Hiervoor werd de volgende oplossing gevonden. Ergens in de omgeving van het restaurant zou een oud Chinees vrouwtje wonen. Dit vrouwtje had de sleutels van het restaurant. Het was een oudere vrouw en we hadden dus weinig weerstand van haar te verwachten. De vrouw zou goedschiks danwel kwaadschiks mee naar het restaurant worden genomen. [betrokkene 13] , [verdachte] en [betrokkene 12] zouden met de auto in de buurt blijven. Indien de vrouw zou tegenstribbelen kon ze met de auto worden afgevoerd. Uiteindelijk hebben de jongens besloten de overval te plegen in de nacht van zaterdag 3 juli op zondag 4 juli 1993. We hebben toen om twee uur 's-morgens bij restaurant " [B] " afgesproken. Omstreeks dit tijdstip ben ik met [verdachte] , [betrokkene 12] en [betrokkene 13] in een auto gestapt. Vervolgens zijn we met zijn vieren naar de [a-straat] gereden. Aangekomen op de [a-straat] heeft [betrokkene 12] de auto geparkeerd op een parkeerterreintje recht tegenover het restaurant " [B] ". Vervolgens zijn we uitgestapt. We hebben toen ruim anderhalf tot twee uur gewacht op [betrokkene 14] en [betrokkene 15] . Zij kwamen namelijk op eigen gelegenheid naar " [B] ". Tegen vier uur kwamen [betrokkene 14] en [betrokkene 15] aangereden. Ze waren toen veel te laat. Ik ben vervolgens met [betrokkene 14] en [betrokkene 15] de Chinese vrouw gaan halen. We zijn te voet naar de vrouw gelopen. Vanaf het restaurant " [B] " zijn we naar de woning van de Chinese vrouw gelopen. Aangekomen bij het huis heeft [betrokkene 15] aangebeld. [betrokkene 15] heeft op de bel gedrukt. Ik stond op een afstand van ongeveer twee à drie meter van deze deur. [betrokkene 14] stond naast [betrokkene 15] . Na korte tijd ging het licht in de gang aan. Het Chinese vrouwtje opende vervolgens de voordeur. Het vrouwtje was gekleed in nachtkleding. Het vrouwtje werd met enige drang mee naar buiten genomen. Vervolgens zijn we in de richting van het restaurant " [B] " gelopen. Een van de jongens heeft de vrouw toen met geweld achter in de auto geduwd. Voor de ingang van het restaurant is de vrouw uit de auto gekomen. Ze werd toen gedwongen naar de deur van het restaurant te lopen. Het vrouwtje werkte echter niet mee. Ze werd toen door [betrokkene 13] , [betrokkene 12] en [verdachte] diverse keren opzettelijk met kracht geslagen. Dit ging op een beestachtige wijze. Door het gebruikte geweld kwam de vrouw ten val. Toen de vrouw op de grond lag werd zij hard getrapt door [betrokkene 13] . Vervolgens hebben de jongens de vrouw omhoog getrokken. Korte tijd later werd de deur geopend. Vervolgens hebben [betrokkene 12] , [betrokkene 13] en [verdachte] de vrouw mee naar binnen genomen. Ik ben op de uitkijk gaan staan. De jongens zijn ongeveer een half uur binnen in het restaurant geweest.

13. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 19, sub 12, blz. 679, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt:

als relaas van de verbalisanten:

Op 5 mei 1994 werd door ons gehoord een vrouw die opgaf te zijn genaamd [betrokkene 10] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [plaats] , wonende te [woonplaats] .

Aan haar werden toen de volgende foto's getoond:

nr. 94 BRDA 03 102, [betrokkene 13] , 25/06/1975;

nr. 92GP BRDA 10 227, [betrokkene 12] , 11/05/1975;

nr. 92GP BRDA 11 316, [verdachte] , 26/11/1974.

als verklaring van [betrokkene 10] voornoemd aan de desbetreffende verbalisanten:

U toont mij een foto voorzien van het nummer 94 BRDA 03 102. De persoon hierop herken ik als de mij bekende [betrokkene 13] .

U toont mij een foto voorzien van nummer 92GP BRDA 10 227. De persoon hierop herken ik als de mij bekende [betrokkene 12] .

U toont mij een foto voorzien van nummer 92GP BRDA 11 316. De persoon hierop herken ik als de mij bekende [verdachte] , bijgenaamd [verdachte] .

14. De verklaring van de getuige [betrokkene 14] ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze -zakelijk weergegeven - inhoudt:

Twee à drie weken voor de bewuste zaterdagavond, 3 juli 1993, was er op de [d-straat 1] afgesproken om te gaan inbreken bij het Chinees Restaurant " [B] " in de Sint [a-straat] te [plaats] . Het plan kwam van [verdachte] , [betrokkene 13] , en [betrokkene 12] .

Er is toen een afspraak gemaakt dat wij op zondagmorgen, 4 juli 1993, rond 02.00 uur bij het restaurant " [B] " zouden zijn en dat wij daar [verdachte] , [betrokkene 13] en [betrokkene 12] zouden treffen. Ik ben toen uitgegaan met [betrokkene 15] . Door omstandigheden zijn wij pas omstreeks 04.00 uur, dat is veel later dan was afgesproken, naar de afgesproken plaats gegaan.

Toen wij in de [a-straat] aankwamen troffen wij aldaar [verdachte] , [betrokkene 13] , [betrokkene 12] en [betrokkene 10] . Zij stonden daar te wachten.

Het begon net licht te worden toen [betrokkene 15] en ik aankwamen. Het was nog schemerachtig.

[betrokkene 15] , [betrokkene 10] en ik zijn toen te voet naar een woning gegaan. Toen wij dat gingen doen, was het nog steeds schemerachtig. De jongens hadden een auto bij zich.

Zij zijn toen achter ons aangereden tot de [e-straat] . Op de hoek van de straat zijn zij blijven wachten. Ik heb hen daarna pas weer gezien toen wij terugkwamen met mevrouw [slachtoffer] .

Het huis waar mevrouw [slachtoffer] was, was een gewone woning. [betrokkene 15] heeft aangebeld. Na een paar minuten ging een lamp in de woning aan. Mevrouw [slachtoffer] deed open. Zij had haar pyjama aan. Zij is met ons meegegaan. Wij hebben haar op een gegeven moment vooruitgeduwd en de richting aangegeven die zij moest lopen. Wij liepen daartoe naast en achter haar. Bij het eind van het paadje in de volgende straat stond de auto van de jongens.

Bij de auto waren de drie jongens aanwezig, toen wij daar aankwamen.

Het is juist dat mevrouw [slachtoffer] zich verweerde. Zij was voordat zij in de auto stapte al geslagen door iemand. De vrouw is in de auto geduwd door een van de drie jongens. Wij zijn allemaal weer teruggegaan naar het restaurant de " [B] ". Wij zijn gestopt bij de deur van het afhaalgedeelte van het restaurant.

[betrokkene 10] is toen op de hoek van de straat gaan staan. Mevrouw [slachtoffer] is, toen wij stilstonden, uit de auto gestapt. Er is haar toen om de sleutels gevraagd. Die wilde zij niet afgeven. Een van de jongens heeft toen met geweld die sleutels van haar afgepakt en daarna de deur van het restaurant opengemaakt. Mevrouw [slachtoffer] is geslagen en getrapt. Daardoor zakte zij ineen op de straat. De jongens hebben toen nog doorgetrapt. Er werd ook getrokken aan haar. Maar zij bleef tegenstribbelen. Zij schreeuwde hard. Dat was ook een reden om haar zo te schoppen.

De drie jongens en mevrouw [slachtoffer] zijn toen het restaurant binnengegaan. Mevrouw [slachtoffer] werd naar binnen geduwd en getrapt.

Ik ben toen buiten blijven staan. [betrokkene 15] is ook buiten blijven staan. Ik heb toen ook nog gezien dat [betrokkene 10] op de hoek van de straat is blijven staan. [betrokkene 10] is niet mee naar binnen gegaan. Op een gegeven moment ben ik het restaurant binnen gegaan. Er was een hoop lawaai geweest voordat ik in de keuken kwam. Ik ben door het afhaalgedeelte naar binnen gegaan. Via een gangetje kom je bij de keuken uit. Ik zag mevrouw [slachtoffer] op de grond liggen. Ik zag een van de jongens nog trappen naar mevrouw [slachtoffer] . Ik heb een jongen mevrouw [slachtoffer] nog bij de keel zien pakken. Hij stond in de wurghouding met zijn handen om de keel van mevrouw [slachtoffer] . Op een vraag: "Moet dat nou", reageerden zij door te zeggen: "Ja, zij heeft ons gezien. Als. zij blijft leven, kan zij ons herkennen". Ik zag dat mevrouw [slachtoffer] bloed op haar gezicht en bovenlijf had. Op een gegeven moment zijn de jongens naar buiten gegaan. Ik heb de jongens niet meer zien wegrijden.

15. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 13, sub 26, blz. 449, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van [betrokkene 14] aan de desbetreffende verbalisanten:

Ten tijde van het gebeurde in de nacht van 3 op 4 juli 1993 heb ik niets gezien of gehoord van een buit. Later hoorde ik dat ze geld hadden buit gemaakt.

16. De verklaring van de getuige [betrokkene 15] ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze -zakelijk weergegeven - inhoudt:

Ik zal in het kort nog een keer vertellen wat er op 4 juli 1993 is gebeurd.

Ik heb van het plan, om bij het Chinees restaurant de " [B] " te [plaats] in te breken, gehoord toen ik op 4 juli 1993 samen met [betrokkene 14] uit de auto stapte in de [a-straat] te [plaats] . Ik was die avond uit geweest met [betrokkene 14] . [betrokkene 14] en ik zijn omstreeks 04.15 uur of 04.30 uur, het begon buiten te dagen, naar de [a-straat] gegaan.

Op de [a-straat] troffen wij toen [betrokkene 12] , [betrokkene 13] en [verdachte] . Ik kende de jongens toen al, ik had ze reeds eerder gezien. Ik heb de jongens toen herkend. Daarover is geen misverstand mogelijk.

Een van de jongens vroeg toen het adres van de eigenaar van het restaurant de " [B] ". Ik wist waar de eigenaar woonde. Ik heb toen gezegd dat ik de eigenaar wist te wonen. Toen werd aan mij gevraagd naar dit adres te gaan.

Wij werden achtervolgd door een auto, waarin [betrokkene 12] , [betrokkene 13] en [verdachte] zaten. Zij zijn met de auto op de hoek van de [e-straat] / [c-straat] blijven staan. Wij zijn naar het huis van de eigenaar gegaan. Toen wij daar aankwamen, begon het al een beetje licht te worden.

Mevrouw [slachtoffer] deed toen open. Zij had nachtkleding aan, volgens mij een pyjama. Zij is toen met ons meegegaan. Zij is tussen ons in meegelopen. Op een gegeven moment werd mevrouw [slachtoffer] in de auto getrokken door een van de jongens. Zij werd achterin gezet. Mevrouw [slachtoffer] maakte toen veel kabaal en geluid.

In de auto zijn toen voorts [verdachte] , [betrokkene 12] en [betrokkene 13] gestapt.

Wij zijn teruggegaan naar het restaurant. Toen wij daar aankwamen kwam de auto ook al aanrijden. Het portier werd opengemaakt en mevrouw [slachtoffer] werd eruit getrokken. Toen maakte zij ook veel kabaal. De sleutels werden van haar afgepakt. Zij werd toen geslagen. De deur van het afhaalgedeelte van het restaurant is toen met de sleutels opengemaakt. De drie jongens hebben mevrouw [slachtoffer] toen mee naar binnen genomen. Ik ben toen ook naar binnen gegaan, doch niet gelijk met hen.

Ik hoorde toen van alles. In de keuken speelde zich toen niet veel goeds af. Ik hoorde het gegil van een vrouw en het lawaai van vallende pannen en zo.

Ik ben toen in de keuken geweest. In de keuken waren de drie jongens, [betrokkene 14] en mevrouw [slachtoffer] . Ik heb mevrouw [slachtoffer] toen op de grond zien liggen. De drie jongens sloegen en schopten mevrouw [slachtoffer] , terwijl zij op de grond lag. Zij gilde toen. [betrokkene 14] stond toen aan de andere kant van de keuken. Tussendoor heeft een van de jongens mevrouw [slachtoffer] nog bij haar keel gepakt en haar op die manier omhoog getild. Hij had mevrouw [slachtoffer] toen in een wurggreep. Mevrouw [slachtoffer] verzette zich en spartelde tegen.

Toen de jongen mevrouw [slachtoffer] losliet, probeerde ze weg te kruipen. Terwijl ze op haar knieën zat, met haar rug naar de jongens toe, heeft een van hen haar een forse trap in haar rug gegeven, waardoor ze met haar gezicht op de grond viel.

Terwijl ze daar lag heeft [betrokkene 12] met de pan, een soort wok, op haar achterhoofd geslagen. Daarna bewoog mevrouw [slachtoffer] niet meer.

Ik heb bloed gezien op de grond en bij mevrouw [slachtoffer] . Mevrouw [slachtoffer] lag met een been onder de tafel.

17. Een proces-verbaal van de gemeentepolitie te Breda, nr. 04/07/93-44, als dossier 15, sub 26, blz. 573, deel uitmakend van het "moeder"proces-verbaal nr. 07/04/93-44, in de wettelijke vorm opgemaakt, voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als verklaring van [betrokkene 15] aan de desbetreffende verbalisanten:

Toen [verdachte] , [betrokkene 13] en [betrokkene 12] het restaurant " [B] " binnengingen, duwden zij die vrouw met geweld voor zich uit naar binnen. [betrokkene 14] en ik zijn ook naar binnen gegaan. Ik ben naar het afhaalgedeelte gelopen. Ik hoorde dat er veel lawaai uit de keuken kwam; veroorzaakt door het gegil en gekrijs van de Chinese vrouw. Ik liep door de keukendeur de keuken binnen. Op dat moment zag ik dat de Chinese vrouw achter de grote keukentafel lag. Ik zag dat zij op haar rug op de keukenvloer lag. Ik zag dat het gezicht van de Chinese vrouw onder het bloed zat. Ik zag dat [verdachte] , [betrokkene 13] en [betrokkene 12] hysterisch op haar stonden in te trappen. Ik hoorde en zag dat de vrouw luide pijnkreten uitte en dat zij trachtte zich te verweren tegen het slaan en schoppen van de drie jongens. Ik zag dat, ondanks het feit dat de vrouw zich telkens probeerde op te richten, zij telkens weer tegen de grond werd geschopt. De drie jongens sloegen de vrouw met kookgerei zoals pannen en potten. Ook sloegen ze haar met gebalde vuisten op het hoofd en bovenlichaam. Ik zag dat een van de drie jongens de Chinese vrouw, die nog steeds op haar rug lag te spartelen, met beide handen beetpakte, waarbij hij zijn handen onder het hoofd rond de hals sloot. Ik zag dat hij zijn handen iets dicht kneep en dat hij de vrouw vanaf de vloer omhoog trok, tot het eind van de tafel. Terwijl de vrouw door die jongen werd meegesleurd, zag ik dat de twee andere jongens haar constant bleven schoppen. Ik zag dat zij met kracht met gestrekte benen de vrouw in haar zij trapten, waarbij zij het lichaam raakten met hun schoenzolen. Ik hoorde op een gegeven moment dat de vrouw een rochelend geluid maakte. Ik zag dat de eerste jongen hierop, terwijl hij inmiddels met de vrouw aan het einde van de tafel was gekomen, zijn handen rond haar hals weghaalde. Ik zag dat de vrouw geknield op de keukenvloer zat. Hierna zag ik dat die jongen de vrouw met zichtbaar veel kracht, met één van zijn geschoeide voeten, hard in de rug trapte, waarbij hij het lichaam aan de achterzijde met zijn schoenzool raakte. Ik zag dat de vrouw als gevolg van de trap in haar rug, met kracht tegen de keukenvloer smakte, waarbij zij met haar aangezicht op de vloer terecht kwam. Ik zag dat [verdachte] , [betrokkene 13] en [betrokkene 12] de Chinese vrouw beetpakten en haar omdraaiden, zodat ze met haar rug op de keukenvloer kwam te liggen. Ik zag dat het hoofd van de vrouw ernstig verwond was. Toch gingen de drie genoemde jongens ongestoord verder met het mishandelen van de weerloze Chinese vrouw. Ik zag dat zij haar bleven schoppen, slaan en dat zij zelfs op haar sprongen.

Ik heb een van de jongens horen zeggen: "Ze moet dood, want ze heeft ons gezien".

Ik zag vervolgens dat een jongen een wadjang-pan met beide handen hoog boven zijn hoofd hief en vervolgens met een krachtzwaai de pan neerwaarts liet gaan. Ik zag en hoorde dat de pan de vrouw met kracht op het hoofd raakte. Ik zag dat die jongen na de klap de pan uit zijn handen liet vallen. Ik zag dat de vrouw na de laatste klap totaal bewegingloos op de vloer bleef liggen.

Al die tijd is [betrokkene 14] in de keuken blijven staan.

5. Beoordeling van het middel

5.1. Met betrekking tot het gebruik van de hiervoor in 4.2 onder 11, 12 en 13 vermelde processen-verbaal voor zover inhoudende de aldaar weergegeven, tegenover de verbalisanten afgelegde, verklaringen van [betrokkene 10] - van welke verklaringen de raadsman van de verdachte de betrouwbaarheid heeft betwist - heeft het Hof het volgende overwogen:

[betrokkene 10] is door de politie langdurig verhoord. Zij heeft in die tijd diverse verklaringen afgelegd. Zij heeft tijdens deze verhoren verklaard over tal van bijzonderheden, die later bleken overeen te komen met de inhoud van de overige bewijsmiddelen. Pas op 30 mei 1994 heeft [betrokkene 10] bij de rechter-commissaris deze verklaringen ingetrokken onder de enkele mededeling dat zij die verklaringen onder druk had afgelegd en dat zij slechts heeft verklaard wat verhorende rechercheurs haar zouden hebben voorgehouden.

Het hof acht deze enkele mededeling van [betrokkene 10] bij de rechter-commissaris onaannemelijk, gelet op het feit, dat [betrokkene 10] , die reeds eerder in andere zaken door de politie is verhoord en dientengevolge daarin de nodige ervaring heeft opgedaan en derhalve weet wat de gevolgen kunnen zijn van het afleggen van een bekennende verklaring, zichzelf niet ten aanzien van een feit, waarop -zelfs voor de rol als medeplichtige- een grote sanctie is gesteld, onnodig zal belasten, enkel omdat zij onder druk zou zijn gezet.

Het hof acht de hiervoor voor het bewijs gebezigde verklaringen van [betrokkene 10] dan ook geloofwaardig.

5.2. Nu deze processen-verbaal niet het enige bewijsmiddel zijn waaruit verdachtes betrokkenheid bij het telastegelegde feit rechtstreeks kan volgen staat aan het gebruik daarvan niet in de weg dat [betrokkene 10] , die haar de verdachte belastende verklaringen bij de Rechter-Commissaris had ingetrokken, niet als getuige voor de terechtzitting van het Hof is opgeroepen of gedagvaard. Anders dan in het middel wordt betoogd kan hieraan niet afdoen dat het om een zeer ernstig feit gaat. Opmerking verdient nog dat de stukken van het geding niet inhouden dat door de verdediging enig initiatief is genomen om deze getuige ter terechtzitting te (doen) ondervragen.

5.3. Het Hof heeft in zijn hiervoor onder 5.1 weergegeven overwegingen als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het de verklaringen van [betrokkene 10] tegenover de politie betrouwbaar acht en dat daaraan niet afdoet hetgeen zij tegenover de Rechter-Commissaris heeft verklaard - te weten dat zij die verklaringen tegenover de politie onder druk in strijd met de waarheid heeft afgelegd - omdat het die niet nader gespecificeerde verklaring van [betrokkene 10] tegenover de Rechter-Commissaris niet aannemelijk acht. Dat oordeel, waarbij het Hof betekenis mocht toekennen aan de omstandigheid dat [betrokkene 10] toen zij die - ook haar zelf belastende - verklaringen aflegde, niet voor het eerst als verdachte door de politie werd gehoord, is niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet verder worden getoetst. De in de toelichting op het middel vervatte klacht dat de door het Hof gegeven motivering ontoereikend is faalt derhalve.

5.4. De klacht in de toelichting op het middel dat uit de processen-verbaal van de terechtzitting niet kan blijken dat "het bestaan van dergelijke verhoren aan de orde is gekomen" - waarbij kennelijk wordt gedoeld op de door het Hof vermelde verhoren van [betrokkene 10] door de politie in andere zaken - mist, gelet op het bepaalde in art. 417, eerste lid, Sv, feitelijke grondslag, aangezien blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van de Rechtbank van 19 oktober 1994 aldaar door de voorzitter mondeling de korte inhoud is medegedeeld van een "moeder" proces-verbaal nr. 04-07-93-44, inhoudende subprocessen-verbaal met bijlagen van de gemeentepolitie Breda, afdeling Centrale Recherche, met daarin opgenomen een verklaring van [betrokkene 10] waaruit het Hof heeft kunnen afleiden dat zodanige verhoren hebben plaatsgevonden.

5.5. Het middel faalt dus in al zijn onderdelen.

6. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

7. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, in bijzijn van de waarnemend-griffier Van Wijk, en uitgesproken op 10 september 1996.