Strafrecht overig

Poging tot doodslag door in 2019 in Eygelshoven na ruzie in uitgaansleven met mes in hart van ander te…

Hoge Raad, 24 januari 2023

Zaakgegevens

Op 24 januari 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 januari 2023
Datum publicatie
24 januari 2023
Zaaknummer
22/00431
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:92
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag door in 2019 in Eygelshoven na ruzie in uitgaansleven met mes in hart van ander te steken, art. 287 Sr.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2021

    ECLI:NL:RBLIM:2021:2956
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 januari 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:393

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 24 januari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:92

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00431

Datum 24 januari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 januari 2022, nummer 20-000990-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2023.