Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994. Dubbel verstek. 1…
Hoge Raad, 21 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:84 · Hoge Raad · 21 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-84
Zaakgegevens
Op 21 januari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 januari 2025
- Datum publicatie
- 16 januari 2025
- Zaaknummer
- 22/04926
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:84
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994. Dubbel verstek. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.a Sv. Is cassatieberoep tijdig ingesteld? 2. Betekening dagvaarding in hoger beroep, in cassatie overgelegde stukken ten grondslag gelegd aan betekeningsklacht. Is dagvaarding in h.b. in persoon uitgereikt aan verdachte, nu handtekening op akte niet overeenkomt met die op paspoort van verdachte?
Ad 1. en 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is beroep ontvankelijk en is middel terecht voorgesteld. CAG: Bij stukken bevindt zich akte van uitreiking, gehecht aan dagvaarding van verdachte om te verschijnen op tz. in h.b., welke inhoudt dat dagvaarding is uitgereikt aan verdachte in persoon. Deze akte is onder “handtekening voor ontvangst” voorzien van handtekening. Namens verdachte is in cassatie gesteld dat dagvaarding in h.b. niet in persoon aan verdachte is uitgereikt maar aan ander. Steller van middel wijst in dit verband o.m. op kopie van paspoort van verdachte, waarop handtekening van verdachte is geplaatst, en verklaring van moeder van verdachte, waarin zij stelt dat handtekening op akte van uitreiking van haar afkomstig is en dat zij is vergeten om stuk aan haar dochter te geven. Handtekening op paspoort van verdachte wijkt af van handtekening die op akte van uitreiking is geplaatst. Gelet daarop is het aannemelijk dat het niet verdachte is geweest die heeft getekend voor ontvangst van dagvaarding in h.b. en dat deze derhalve niet in persoon is uitgereikt aan verdachte. Dit brengt mee dat cassatieberoep tijdig is ingesteld en dat middel slaagt.
HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 maart 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:5582Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1200Hoge Raad · 21 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:84
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04926
Datum 21 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2018, nummer 20-002540-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.O. Zandt, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en van het eerste cassatiemiddel
Het cassatieberoep is tijdig ingesteld, zodat het beroep ontvankelijk is. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.1 tot en met 2.5. Daaruit volgt ook dat het cassatiemiddel – dat klaagt over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt) – terecht is voorgesteld.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2025.