[betrokkene ] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de betrokkene.
1. De verdachte is bij arrest van 9 maart 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Het cassatieberoep is bij akte van 15 maart 2022 ingesteld door de griffier bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nadat deze daartoe op 14 maart 2022 (en dus tijdig) “namens de [betrokkene ]” bepaaldelijk was gevolmachtigd door K.J. Breedijk, advocaat te Tilburg, optredend als advocaat van de maten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] . Bij schriftuur heeft mr. Breedijk één middel van cassatie voorgesteld.
3. Mr. Breedijk heeft te kennen gegeven dat het in deze ontnemingszaak én in de strafzaak (die bij de Hoge Raad bekend is onder nummer 22/00899) om dezelfde kwestie gaat en dat beide zaken om die reden in één schriftuur worden behandeld. In deze strafzaak zal ik vandaag ook concluderen.
4. Ik volsta met mutatis mutandis te verwijzen naar de in de strafzaak vaststaande feiten en naar de door mij aldaar weergegeven beschouwingen.
5. Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden