3.3.
3.3.1.
Vrijspraak van het onder feit 2 ten laste gelegde
Het onderzoek in deze zaak heeft geen direct bewijs opgeleverd van een concrete criminele herkomst van de contante geldbedragen die bij verdachte zijn aangetroffen.
Uit het dossier volgt naar het oordeel van de rechtbank evenwel een gerechtvaardigd vermoeden dat de in de tenlastelegging onder feit 2 opgenomen geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn. Deze contante geldbedragen zijn namelijk samen met een grote hoeveelheid verdovende middelen in een afgesloten kast aangetroffen in de woning van verdachte. In diezelfde woning zijn ook op andere locaties verdovende middelen aangetroffen. Daarnaast zijn er op de telefoon van verdachte meerdere chatgesprekken en foto’s aangetroffen die het beeld scheppen dat verdachte zich mogelijk met (de verkoop van) verdovende middelen bezig hield. Onder deze omstandigheden vormt ook het gegeven dat meerdere valuta zijn aangetroffen een indicatie dat de geldbedragen uit misdrijf afkomstig zouden kunnen zijn.
Van verdachte mag onder deze omstandigheden worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de (legale) herkomst van deze geldbedragen die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van de geldbedragen.
Verklaring over de herkomst van de geldbedragen en conclusie
Tijdens de zitting heeft verdachte een verklaring afgelegd over de herkomst van de geldbedragen. Het gaat om geld dat hij heeft verdiend met zijn werk als mobiele fietsenmaker c.q. slotenmaker. Een aanzienlijk deel van de klanten van verdachte zou voor deze diensten contant hebben betaald, hetgeen verklaart dat een dergelijke hoeveelheid contant geld is aangetroffen. Een aantal van de klanten heeft daarbij ook in Britse ponden betaald, dat vond verdachte leuk en ook interessant gelet op de gunstige wisselkoers.
De raadsvrouw van verdachte heeft één dag voor de zitting stukken overgelegd, die de verklaring van verdachte zouden ondersteunen. Het gaat om facturen uit de periode van drie maanden voor het ten laste gelegde, met daarop de namen van klanten en uitgevoerde diensten. Op deze facturen staat vermeld dat de klanten contant hebben betaald. Daarnaast zijn de onderliggende aanvragen van deze klanten overgelegd, waaruit de verdere persoonsgegevens van deze klanten blijken. Volgens de raadsvrouw kan uit deze stukken worden opgemaakt dat verdachte alleen al in de drie maanden voorafgaand aan 23 oktober 2023 van zijn klanten in ieder geval ruim € 7.000,- in contanten heeft ontvangen.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte, mede gelet op de door de raadsvrouw verstrekte stukken, een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van de in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen. De rechtbank betrekt daarbij ook dat uit het strafdossier blijkt dat verdachte werkzaamheden als mobiele fietsenmaker heeft uitgevoerd. Dit heeft hij vlak na zijn aanhouding verklaard. Gelet hierop heeft verdachte het witwasvermoeden voldoende bestreden. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat aan het late tijdstip van de verklaring over de herkomst van de geldbedragen niet de conclusie kan worden verbonden dat de verklaring niet verifieerbaar of hoogst onwaarschijnlijk zou zijn. De verklaring is weliswaar pas op zitting afgelegd, maar het had op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen om in dit geval nader onderzoek te doen instellen dan wel om gelegenheid daartoe te verzoeken door middel van aanhouding. Dit is niet gebeurd.
Dit alles betekent dat niet kan worden bewezen dat verdachte de geldbedragen heeft witgewassen en dat hij van het onder feit 2 ten laste gelegde wordt vrijgesproken.
3.3.2.
Het oordeel over het onder feit 1 ten laste gelegde
Verdachte heeft bekend dat hij een deel van de in de tenlastelegging opgenomen verdovende middelen in zijn bezit heeft gehad. Hij heeft tijdens de zitting verklaard dat hij de schoenendoos die in de kast onder de trap is aangetroffen van iemand heeft aangenomen om in de woning te bewaren. Verder heeft verdachte verklaard dat hij in de doos heeft gekeken en dat hij wist dat zich daarin verschillende verdovende middelen bevonden. Hij heeft er ook één zakje met wit poeder uitgehaald.
Ten aanzien van de overige in de woning aangetroffen verdovende middelen heeft verdachte verklaard dat hij niet wist dat deze in de woning lagen. Toch vindt de rechtbank dat ook kan worden bewezen dat verdachte deze verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
In de woning van verdachte (en zijn vader) zijn op meerdere plekken verdovende middelen aangetroffen. De grote zak met daarin roze poeder (MDMA) is in de trapkast aangetroffen, waar ook de met drugs gevulde schoenendoos is gevonden. Daarnaast heeft een verbalisant verklaard dat bij het doorzoeken van de woning zakjes met vermoedelijk verdovende middelen uit de bank zijn gevallen toen deze werd verschoven.
Uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte zijn verder chatberichten naar voren gekomen die de indruk geven dat verdachte zich met verdovende middelen heeft beziggehouden. Met het account ‘[naam account]’, tevens de naam van een onderneming van verdachte, zijn namelijk meerdere berichten verstuurd waarin over drugs lijkt te worden gesproken. Zo schrijft de gebruiker van het account op 26 februari 2023: “ik heb wat am en californië” en “AM €42 beuk handel Californië € 7.” Verder schrijft de gebruiker op 14 oktober 2023: “Heb je am liggen welke prijs.” Daarnaast is in de telefoon een ‘drugsmenu’ aangetroffen, dat op 17 oktober 2023 – enkele dagen voor de aanhouding van verdachte en doorzoeking van de woning – is aangemaakt.
In de trapkast is verder ook een labelmaker aangetroffen. Tijdens de doorzoeking zijn in de woning meerdere labels aangetroffen met opschriften die overeenkomen met het in de telefoon van verdachte aangetroffen ‘drugsmenu’, zoals ‘speed’, ‘keta’, ‘colo’ en ‘XTC’.
Verdachte heeft, zoals hiervoor overwogen, ontkend dat hij andere drugs dan die zich in de schoenendoos bevonden in zijn bezit heeft gehad. Hij heeft verder verklaard zich niet met drugs(handel) bezig te houden. De drugs moeten door iemand anders in de woning zijn achtergelaten, zonder dat hij ervan wist. Hij heeft erop gewezen dat er ook andere mensen toegang hebben gehad tot de woning en dat er soms ook andere mensen gebruik hebben gemaakt van zijn telefoon.
Verdachte heeft zijn verklaring op geen enkele wijze onderbouwd en het dossier biedt voor zijn verklaring ook geen aanknopingspunten, waarbij de rechtbank nog overweegt dat de vader van verdachte op het moment van de aanhouding van verdachte en de doorzoeking van de woning in Marokko verbleef. Om die reden wordt deze verklaring van verdachte als niet aannemelijk ter zijde geschoven.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte wetenschap heeft gehad van alle verdovende middelen die in zijn woning zijn aangetroffen en daarover ook heeft kunnen beschikken. Nu uit onderzoek is gebleken dat de verschillende verdovende middelen amfetamine, cocaïne, MDMA, GHB en 2C-B betreffen, kan worden bewezen dat verdachte deze verdovende middelen op 23 oktober 2023 opzettelijk aanwezig heeft gehad. In de tenlastelegging zijn geen exacte hoeveelheden opgenomen, zodat voor de bewezenverklaring niet relevant is om hoeveel amfetamine het ging.
Van het ten laste gelegde medeplegen zal verdachte worden vrijgesproken, nu niet is gebleken dat hij bij het aanwezig hebben van voornoemde verdovende middelen nauw en bewust met een of meer anderen heeft samengewerkt.