Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart de onder feit 2 impliciet primair ten laste gelegde ‘voorbedachten rade’ niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het overige onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 2 (impliciet subsidiair):
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], voor het bewezene niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging ter zake daarvan.
Gelast dat verdachte ter beschikking gesteld wordt en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.
Bepaalt dat de totale duur van de maatregel TBS met dwangverpleging niet gemaximeerd is.
1 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023173764-G6375699), Broek);
1 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023173764-G6375700, Shirt).
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
1 STK Mes (Omschrijving: PL1300-2023173764-G6375850).
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van in totaal € 55.623,72, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis, d.d. 1 augustus 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit € 13.123,72 aan vergoeding van materiële schade en € 42.500,00 aan vergoeding van immateriële schade.
Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] van een bedrag van € 55.623,72, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis d.d. 1 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt 75 dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij 1] , van een bedrag van in totaal € 44.065,79, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis, d.d. 1 augustus 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.565,79 aan vergoeding van materiële schade en € 42.500,00 aan vergoeding van immateriële schade.
Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] van een bedrag van € 44.065,79, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis d.d. 1 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt 59 dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij 2] , van een bedrag van in totaal € 43.568,13, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis, d.d. 1 augustus 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.068,13 aan vergoeding van materiële schade en € 42.500,00 aan vergoeding van immateriële schade.
Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 2] van een bedrag van € 43.568,13, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis d.d. 1 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt 59 dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij 3] , van een bedrag van in totaal € 35.414,98, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis, d.d. 1 augustus 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit € 10.414,98 aan vergoeding van materiële schade en € 25.000,00 aan vergoeding van immateriële schade.
Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 3] van een bedrag van € 35.414,98, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis d.d. 1 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt 48 dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2/benadeelde partij 4]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2/benadeelde partij 4] , van een bedrag van in totaal € 92.702,69, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis, d.d. 1 augustus 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit € 22.702,69 aan vergoeding van materiële schade en € 70.000,- aan vergoeding van immateriële schade.
Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.
Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2/benadeelde partij 4] van een bedrag van € 92.702,69, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis d.d. 1 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt 124 dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H.B.W. Beekman, voorzitter,
mr. M. Vaandrager en mr. M. Wiewel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.M. Zoetelief, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 mei 2024.