De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
1
in de periode van 18 december 1994 tot en met 17 december 2000 te Amsterdam, met [benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 1] , hebbende verdachte
- zijn tong in de mond van die [benadeelde partij 1] gestopt en
- de vagina van die [benadeelde partij 1] betast en gelikt en
- de borsten van die [benadeelde partij 1] betast en
- een of meer vinger(s) in de vagina van die [benadeelde partij 1] gebracht en
- zijn (stijve) penis aan die [benadeelde partij 1] getoond en
- zijn (stijve) penis laten vastpakken door die [benadeelde partij 1] en
- zich door die [benadeelde partij 1] laten aftrekken en
- zijn (stijve) penis in de vagina van die [benadeelde partij 1] gebracht en
- zijn (stijve) penis in de mond van die [benadeelde partij 1] gebracht en
- zijn (stijve) penis in de anus van die [benadeelde partij 1] gebracht;
2
in de periode van 18 december 1994 tot en met 17 december 2000 te Amsterdam,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen te plegen, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 1] ,
- zijn (stijve) penis in de vagina van die [benadeelde partij 1] heeft gebracht
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6
in de periode van 21 juni 1994 tot en met 20 juni 1997 te Amsterdam, met [benadeelde partij 2] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,
handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 2] , hebbende verdachte
- die [benadeelde partij 2] op de mond gekust en
- de vagina van die [benadeelde partij 2] betast en
- een of meer vinger(s) in de vagina van die [benadeelde partij 2] gebracht en
- zijn (stijve) penis aan die [benadeelde partij 2] getoond en
- zijn (stijve) penis laten vastpakken door die [benadeelde partij 2] en
- zich door die [benadeelde partij 2] laten aftrekken en
- zijn (stijve) penis in de vagina van die [benadeelde partij 2] gebracht;
8
in de periode 21 juni 1997 tot en met 20 juni 1998 te Amsterdam, met [benadeelde partij 2] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 2] , hebbende verdachte
- die [benadeelde partij 2] op de mond gekust en
- de vagina van die [benadeelde partij 2] betast en
- een of meer vinger(s) in de vagina van die [benadeelde partij 2] gebracht en
- zijn (stijve) penis aan die [benadeelde partij 2] getoond en
- zijn (stijve) penis laten vastpakken door die [benadeelde partij 2] en
- zich door die [benadeelde partij 2] laten aftrekken en
- zijn (stijve) penis in de vagina van die [benadeelde partij 2] gebracht.
Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte ter zake van het onder 5 en 10 ten laste gelegde.
Verklaart het onder 3, 4, 7 en 9 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 6 en 8 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van de feiten 1 en 6
telkens: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
ten aanzien van feit 2
poging tot met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
ten aanzien van feit 8
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 78 (achtenzeventig) maanden.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 267,20 (tweehonderd zevenenzestig euro en twintig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en € 30.000,- (dertigduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 133,60 vanaf 20 januari 2022, over € 133,60 vanaf 31 januari 2022 en over € 30.000,- vanaf 18 december 1997, steeds tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tot betaling van de toegewezen bedragen aan [benadeelde partij 1] voornoemd.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat € 30.267,20 (dertigduizend tweehonderd zevenenzestig euro en twintig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 133,60 vanaf 20 januari 2022, over € 133,60 vanaf 31 januari 2022 en over € 30.000 vanaf 18 december 1997, steeds tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 158 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 385,- (driehonderd vijfentachtig euro) aan vergoeding van materiële schade en € 30.000,- (dertigduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 385,- vanaf 31 december 2022 en over € 30.000,- vanaf 21 juni 1996, steeds tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tot betaling van de toegewezen bedragen aan [benadeelde partij 2] voornoemd.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat € 30.385, (dertigduizend driehonderd vijfentachtig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 385,- vanaf 31 december 2022 en over € 30.000 vanaf 21 juni 1996, steeds tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 159 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. L.F. Bögemann, voorzitter,
mrs. A.S. Dogan en H.H.J. Zevenhuijzen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.A. Baaijens, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 juni 2026.