3.3
Feiten en omstandigheden
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. (Voetnoot 1)
[onderneming 2]
In de periode van 11 januari 2016 tot en met 25 oktober 2016 zijn vanaf bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [medeverdachte 7] (Voetnoot 2) (hierna: [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 1] ) overboekingen gedaan naar bankrekening [rekeningnummer 2] van [onderneming 2] (hierna: [onderneming 2] ) van in totaal € 736.148,98 (Voetnoot 3). Uit het overzicht in DOC-511 blijkt dat de bankrekening [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 1] vrijwel geheel wordt gevoed door gelden die kopers van FGS hebben overgemaakt. Dit zijn betalingen die direct van kopers werden ontvangen en overboekingen vanaf bankrekening [rekeningnummer 3] van Stichting [stichting 1] (hierna: [stichting 1] . [rekeningnummer 3] ). (Voetnoot 4) De ontvangsten op laatstgenoemde rekening bestonden eveneens voornamelijk uit gelden die rechtstreeks door kopers waren overgemaakt. (Voetnoot 5)
In de periode van de overboekingen was [medeverdachte 3] medebestuurder van [medeverdachte 7] . (Voetnoot 6)
[persoon] heeft verklaard dat hij [onderneming 2] samen met zijn echtgenote heeft opgericht in november 2014 en dat hij de vennootschap heeft verkocht aan [medeverdachte 2] , omdat hij deze niet meer gebruikte. Een dag nadat zijn echtgenote als bestuurder werd uitgeschreven vanwege deze verkoop, werd [verdachte] ingeschreven. (Voetnoot 7) [verdachte] is van 24 december 2015 tot en met de ontbinding van [onderneming 2] op 25 november 2016 bestuurder en medeaandeelhouder geweest. (Voetnoot 8) [verdachte] heeft verklaard dat het best zou kunnen dat hij bestuurder is geweest, maar dat hij daar verder niets mee heeft gedaan. Hij heeft geen rol gehad bij [onderneming 2] en weet niet meer waarom hij bestuurder was. Hij weet niets over het verdienmodel, de klanten, administratie en eventuele werknemers. (Voetnoot 9) Hij heeft verklaard dat hij niet bekend was met bankrekeningen van [onderneming 2] en niet weet wie toegang tot de rekeningen had. (Voetnoot 10) Op de computer van [verdachte] is een reseller overeenkomst tussen [medeverdachte 7] en [onderneming 2] gevonden met als datum 1 juli 2015, waarin [verdachte] namens [onderneming 2] staat vermeld. In een e-mailbericht van 7 maart 2016 vraagt [medeverdachte 2] [verdachte] een reseller overeenkomst te tekenen. Vervolgens wijst [verdachte] [medeverdachte 2] in een bericht van 8 maart 2016 op de datum van de overeenkomst en op het feit dat hij toen geen bestuurder was. (Voetnoot 11) [verdachte] heeft verklaard dat zijn handtekening erop staat en dat hij denkt dat hij de reseller overeenkomst heeft ondertekend, maar dat de datum er blijkbaar achteraf bij is gezet. (Voetnoot 12) [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij [onderneming 2] zag als [medeverdachte 2] en dat de betalingen voor zijn commissies waren. Ook over de reseller overeenkomst tussen [medeverdachte 7] en [onderneming 2] verklaart hij dat hij deze zag als betrekking hebbend op [medeverdachte 2] , omdat [medeverdachte 2] met de overeenkomst kwam. [medeverdachte 3] zegt dat hij te maken had met [medeverdachte 2] en [handelsnaam] . (Voetnoot 13) Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard dat [medeverdachte 2] tegen hem zei dat hij al die verschillende resellers had om belastingtechnische redenen. (Voetnoot 14) [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij denkt dat hij als manager heeft gefunctioneerd voor [onderneming 2] . (Voetnoot 15) Bij een van de bankrekeningen van [onderneming 2] stonden ook het telefoonnummer en e-mailadres van [medeverdachte 2] vermeld als contactgegevens. (Voetnoot 16)
Bij de doorzoeking in de woning en van de gegevensdragers van [verdachte] heeft de politie geen administratie van [onderneming 2] aangetroffen. (Voetnoot 17) [onderneming 2] heeft over 2014 tot en met 2016 geen aangiften vennootschapsbelasting gedaan. Uit de belastingsystemen blijkt verder dat [onderneming 2] over 2015 en 2016 geen loonbetalingen heeft opgegeven behalve in 2015 aan [medeverdachte 2] van € 10.379,-. (Voetnoot 18) Uit de bankgegevens van [onderneming 2] blijkt dat tussen 5 januari 2016 en 2 november 2016 vanaf de bankrekeningen van [onderneming 2] € 26.700,- naar [verdachte] is overgemaakt en € 155.942,70 aan contante opnames is gedaan. (Voetnoot 19)
[bedrijf 4]
In de periode van 9 januari 2016 tot en met 11 september 2017 zijn vanaf de bankrekeningen [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 4] van [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 4] ) (Voetnoot 20) overboekingen gedaan naar bankrekening [rekeningnummer 5] van [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ) van in totaal € 1.224.439,50 (Voetnoot 21). Voor bankrekening [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 4] geldt dat deze voornamelijk gevoed werd door overboekingen vanaf bankrekening [rekeningnummer 6] van Stichting [stichting 2] (hierna: [stichting 2] . [rekeningnummer 6] ), op welke bankrekening ook vooral overboekingen van FGS-gelden plaatsvonden (Voetnoot 22), en door kleinere overboekingen vanaf [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 1] en rekeningen van [stichting 1] . (Voetnoot 23)
In de periode van de overboekingen was [medeverdachte 3] tot 6 april 2017 medebestuurder van [medeverdachte 7] . Na die datum was [medeverdachte 2] enig bestuurder. (Voetnoot 24) [medeverdachte 4] is in september 2016 voor [medeverdachte 7] komen werken en ging na een paar maanden ook de uitbetaling van commissies doen. (Voetnoot 25) Zij was gemachtigd voor rekening [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 1] . (Voetnoot 26)
[verdachte] is van 26 november 2013 tot en met 1 mei 2016 enig bestuurder en aandeelhouder geweest van [bedrijf 4] en daarna tot de datum van uitschrijving bij de Kamer van Koophandel (24 mei 2017) indirect bestuurder. Op 5 oktober 2016 was de inschrijving al ambtshalve doorgehaald. (Voetnoot 27) [verdachte] heeft verklaard dat alleen hij de bankrekening van [bedrijf 4] beheerde. (Voetnoot 28) Ook over [bedrijf 4] heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij dat zag als [medeverdachte 2] en dat de overboekingen betalingen voor zijn commissies waren. (Voetnoot 29)
Bij de doorzoeking in de woning en van de gegevensdragers van [verdachte] heeft de politie geen administratie van [bedrijf 4] aangetroffen. (Voetnoot 30) [bedrijf 4] heeft over 2014 tot en met 2017 geen aangiften vennootschapsbelasting gedaan. (Voetnoot 31) [verdachte] heeft verklaard dat er geen bedrijfsactiviteiten waren in [bedrijf 4] toen hij bestuurder werd, er geen verdienmodel was, er geen klanten en werknemers waren en hij geen administratie bijhield. [verdachte] denkt dat hij de belastingaangifte en deponering van de jaarrekening is vergeten. (Voetnoot 32)
Uit de bankgegevens van [bedrijf 4] blijkt dat tussen 2 november 2016 en 19 juli 2017 vanaf de bankrekeningen van [bedrijf 4] € 10.700,- naar [verdachte] is overgemaakt en € 79.474,- aan contante opnames is gedaan. (Voetnoot 33)
[bedrijf 5]
In de periode van 2 mei 2016 tot en met 19 oktober 2018 zijn vanaf de bankrekeningen [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 1] en [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 4] overboekingen gedaan naar de bankrekeningen [rekeningnummer 7] (Voetnoot 34), [rekeningnummer 8] (Voetnoot 35) en [rekeningnummer 9] (Voetnoot 36) van [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ) (Voetnoot 37) van in totaal € 2.429.662,11 (2.330.660,56 + 79.187 + 19.814,55). Deze overboekingen hebben grotendeels plaatsgevonden vanaf mei 2017.
In de periode van de overboekingen was [medeverdachte 3] tot 6 april 2017 medebestuurder van [medeverdachte 7] en na die datum was [medeverdachte 2] enig bestuurder van [medeverdachte 7] . (Voetnoot 38) In een deel van deze periode verrichtte [medeverdachte 4] betalingen voor [medeverdachte 7] en was zij gemachtigd voor [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 1] . Over de betalingen vanaf [medeverdachte 7] . [rekeningnummer 4] heeft zij verklaard dat zij wel toegang had tot die rekening, maar dat zij denkt dat niet zij maar [medeverdachte 2] die betalingen heeft verricht. (Voetnoot 39)
[medeverdachte 2] is bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 5] geweest van 31 maart 2016 tot 29 maart 2017. Daarna is [verdachte] indirect bestuurder geweest en vanaf 15 oktober 2017 direct bestuurder. (Voetnoot 40) [verdachte] heeft verklaard dat hij bestuurder was van [bedrijf 5] en de administratie heeft bijgehouden in Excel en ringbanden, waarvan na een verhuizing een deel bij [medeverdachte 2] terecht is gekomen. Hij kan zich maar één bankrekening van [bedrijf 5] herinneren en daar had hij toegang tot. (Voetnoot 41) [medeverdachte 3] heeft verklaard dat [bedrijf 5] ook [medeverdachte 2] was. (Voetnoot 42)
Tijdens een doorzoeking heeft de politie in de woning van [verdachte] een map met administratie van [bedrijf 5] aangetroffen. Daarin is geen document aangetroffen dat wijst op verkoop van enig goed of het behalen van omzet. Tijdens deze doorzoeking en andere doorzoekingen in bedrijfspanden die aan [bedrijf 5] konden worden gelieerd en in gegevensdragers van [verdachte] is evenmin dit soort administratie van [bedrijf 5] aangetroffen. (Voetnoot 43) In de garage van [medeverdachte 2] zijn wel ordners aangetroffen met facturen van [bedrijf 5] gericht aan [medeverdachte 7] . De FIOD heeft een aantal van die facturen onderzocht en geconstateerd dat voor die facturen geldt dat daarop per klant unieke FGS-nummers worden vermeld, die [handelsnaam] bij verkopen in haar administratie had geregistreerd, waarbij het door [bedrijf 5] gefactureerde bedrag steeds een rond percentage (10, 20 of 30%) bedraagt van het FGS-aankoopbedrag bij [handelsnaam] . De overboekingen zijn via de omschrijvingen veelal aan de factuurnummers te koppelen. (Voetnoot 44)
Uit het systeem van de Belastingdienst is gebleken dat [bedrijf 5] niet is opgenomen in het systeem voor de loonbelasting. Er zijn geen arbeidscontracten aangetroffen. (Voetnoot 45) [verdachte] heeft verklaard dat [bedrijf 5] de handel in horloges en juwelen als verdienmodel had. Hij heeft ook verklaard dat er wel eens goud is verkocht door [bedrijf 5] , maximaal tien keer. (Voetnoot 46) In het dossier bevindt zich geen reseller overeenkomst tussen [medeverdachte 7] en [bedrijf 5] . Er is niet gebleken dat [bedrijf 5] werkzaamheden heeft verricht voor [medeverdachte 7] .
Uit de bankgegevens van [bedrijf 5] blijkt dat tussen 11 juli 2017 en 23 oktober 2018 vanaf de bankrekeningen van [bedrijf 5] € 130.843,62 naar [verdachte] is overgemaakt. (Voetnoot 47)
3.4
Het oordeel van de rechtbank
[onderneming 2] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] hebben de in de tenlastelegging genoemde gelden ontvangen vanaf rekeningen van [medeverdachte 7] . Die rekeningen van [medeverdachte 7] werden vrijwel geheel gevoed door gelden van kopers van FGS. [medeverdachte 7] ontving deze gelden als commissie. De rechtbank heeft in de vonnissen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , die ook vandaag zijn gewezen, bewezen verklaard dat de van FGS-kopers verkregen gelden afkomstig zijn uit oplichting en hetzelfde geldt dus voor de daaruit betaalde commissies. Voor zover de rekeningen van [medeverdachte 7] ook met andere gelden werden gevoed, die niet direct tot de van FGS-kopers verkregen gelden zijn te herleiden, geldt dat er op deze rekeningen vermenging heeft plaatsgevonden en dat de gehele saldi op die rekeningen als (groten)deels afkomstig uit misdrijf kunnen worden aangemerkt.
[medeverdachte 7] verrichtte de overboekingen met gelden die zij uit hoofde van een commissie had ontvangen, hetgeen maakt dat de naar [onderneming 2] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] overgeboekte gelden middellijk uit misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van de in de tenlastelegging genoemde bedragen. [verdachte] is bestuurder en/of aandeelhouder geweest van de drie rechtspersonen die de gelden hebben ontvangen. Voor [onderneming 2] geldt dat dit was in de gehele periode van ontvangsten, en voor [bedrijf 4] en [bedrijf 5] tijdens een groot deel daarvan. [verdachte] heeft met zijn handelen een onmisbare schakel in het geheel van het strafbare feit gevormd. Hij heeft door zijn positie ook steeds feitelijke zeggenschap gehad over de ontvangen gelden. Zo heeft hij meermaals verklaard dat hij als enige het beheer had over de bankrekeningen. Door [medeverdachte 2] de rechtspersonen en hun bankrekeningen te laten gebruiken voor de transacties, heeft [verdachte] tenminste bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de ontvangen gelden uit misdrijf afkomstig waren. Hij zag op de diverse bankrekeningen immers zeer hoge bedragen binnenkomen. De drie ondernemingen hebben samen ruim € 4 miljoen van [medeverdachte 7] ontvangen, terwijl daar geen tegenprestatie tegenover stond. Er werd ook geen of nauwelijks administratie bijgehouden, er werd geen belastingaangifte gedaan en er waren geen werknemers. [verdachte] heeft desondanks een reseller-overeenkomst voor [onderneming 2] ondertekend. [verdachte] zelf heeft ten slotte meer dan € 400.000,- ontvangen, terwijl hij geen deskundigheid bezat of rol heeft vervuld die de ontvangst van dergelijke bedragen kon rechtvaardigen.
Verdachte heeft de gelden dus verworven, voorhanden gehad en weer overgedragen. Het meewerken aan een constructie waarbij deze gelden werden overgeboekt naar rekeningen van de drie rechtspersonen, terwijl de gelden feitelijk aan [medeverdachte 2] ten goede kwamen, levert bovendien de ten laste gelegde verhullingshandelingen op. Voor de overboekingen naar [bedrijf 5] geldt ten slotte nog dat deze waren voorzien van verhullende omschrijvingen.
Medeplegen
Verdachte heeft bij het witwassen nauw en bewust samengewerkt met anderen. Het hele traject is immers in gezamenlijkheid uitgevoerd.
In de periode dat [medeverdachte 3] nog bestuurder en eigenaar van [medeverdachte 7] was, zorgde hij dat de gelden werden overgemaakt. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat de betalingen voor [medeverdachte 2] bestemd waren, dat het commissiegelden betroffen en dat het zo gedaan werd vanwege belastingtechnische redenen. [medeverdachte 3] wist dat het geld een criminele herkomst had aangezien hij betrokken is geweest bij de bewezenverklaarde oplichting. Dit geldt ook voor [medeverdachte 2] en in deze periode was [medeverdachte 2] dus aan de ontvangende kant betrokken bij de overboekingen.
Nadat [medeverdachte 2] [medeverdachte 7] had overgenomen kon hij zelfstandig bepalen dat de overboekingen plaatsvonden. [medeverdachte 2] was ook toen nog steeds feitelijk betrokken bij de drie ontvangende rechtspersonen. In die periode hij heeft dus gelden ontvangen, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij van de criminele herkomst op de hoogte was. Na de overname van [medeverdachte 7] door [medeverdachte 2] heeft in ieder geval [medeverdachte 4] ook overboekingen gedaan. Door haar strafbare betrokkenheid bij de oplichting, wist [medeverdachte 4] ook van de criminele herkomst van de commissiegelden.
Ook [medeverdachte 7] geldt in dit geval als medepleger. De gedragingen die de diverse verdachten in dit kader binnen [medeverdachte 7] hebben verricht, kunnen op grond van de door de Hoge Raad ontwikkelde criteria aan [medeverdachte 7] worden toegerekend, zodat zij ook als dader van het witwassen kan worden aangemerkt.
De rechtbank vindt gelet hierop medeplegen bewezen.
Gewoonte
Verdachten hebben over een periode van ongeveer drie jaar voor in totaal ongeveer € 4,39 miljoen geldbedragen witgewassen en het overboeken van de gelden heeft plaatsgevonden naar drie verschillende rechtspersonen en door middel van meerdere, opeenvolgende transacties. Het handelen heeft stelselmatig plaatsgevonden. De rechtbank vindt op basis hiervan bewezen dat verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
In de uitoefening van zijn beroep/bedrijf
De transacties vonden plaats vanaf de bankrekening van [medeverdachte 7] en naar de bankrekeningen van de drie ontvangende rechterpersonen. Gezien het zakelijke karakter van de transacties heeft verdachte dit feit gepleegd in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zodat de rechtbank ook deze witwas-variant zal bewezen verklaren.