Rechtbank Den Haag, voorlopige voorziening+bodemzaak bestuursrecht overig

ECLI:NL:RBDHA:2026:9160

Op 11 February 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening+bodemzaak procedure behandeld op het gebied van bestuursrecht overig, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.46569 (beroep), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:9160. De plaats van zitting was Den Haag.

Instantie:
Zaaknummer(s):
NL25.46569 (beroep)
Datum uitspraak:
11 February 2026
Datum publicatie:
15 April 2026

Indicatie

Asiel Laos, de minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat eisers vanwege hun Hmong afkomst geen problemen zullen ervaren in Laos. De algemene landeninformatie geeft veelal een verslechterd beeld van de situatie van de Hmong bevolking in Laos. De minister heeft die informatie onvoldoende betrokken in de beoordeling. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL25.46569 (beroep)

NL25.46570 (beroep)

NL25.50072 (voorlopige voorziening)

V-nummers: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser, [eiseres] , eiseres,

mede namens hun minderjarige kind [naam kind], allen van Laotiaanse nationaliteit, samen te noemen als eisers

(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).

Procesverloop

Procesverloop

Eisers hebben op 25 juni 2023 aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 17 september 2025 deze aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Eiseres heeft daarbij aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt niet te worden uitgezet totdat op haar beroep is beslist.

De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna de rechtbank) heeft de beroepen en het verzoek op 28 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, Y. Wongsuwan als tolk in de Thaise taal en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Het asielrelaas

1. Eisers leggen aan hun asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser verklaart dat zijn neef en diens vrouw eind 2015 zijn doodgeschoten door militairen toen zij naar huis liepen en dat hij gerechtigheid wilde voor hen. Hiertoe heeft eiser verschillende pogingen gedaan. Hij heeft gesproken met de militairen in het dorp waar zijn neef is doodgeschoten en met een hogergeplaatste militair in Muang Tien. Hierna heeft hij geprobeerd om een zaak aan te spannen bij een rechtbank. Ook heeft hij gesproken met een parlementslid over het incident. Deze pogingen hebben tot niets geleid. In april 2017 is eiser toen hij in zijn auto zat beschoten door militairen. Eiser heeft aangifte gedaan, maar de politie heeft niet kunnen vaststellen wie de daders zijn geweest. In november 2018 is hij alleen vertrokken uit Laos en sindsdien hebben de militairen eenmaal navraag gedaan naar hem bij eiseres. Eiseres is in mei 2023 naar Europa gevlogen om bij eiser te zijn. Eisers behoren verder tot de Hmong-bevolking, een etnische minderheid in Laos.

Het bestreden besluit

2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:

identiteit, nationaliteit en herkomst;

problemen vanwege de moord op de neef van eiser.

2.1.

De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig zijn. De problemen van eiser vanwege de moord op zijn neef worden niet geloofwaardig geacht. Verder meent de minister dat het behoren tot de Hmong bevolkingsgroep onvoldoende is voor het aannemen van een gegronde vrees voor vervolging. Niet is gebleken van dusdanig ernstige beperkingen van de bestaansmogelijkheden dat het onmogelijk was voor eisers om te functioneren. De minister concludeert dat de asielaanvragen kennelijk ongegrond zijn. (Voetnoot 1)

Identiteit, nationaliteit en herkomst: Hmong bevolking in Laos

3. Eisers voeren aan dat de minister onderzoek had moeten doen naar de omstandigheden voor de Hmong in Laos. Als etnische minderheid worden zij achtergesteld en onderdrukt door de autoriteiten. Dat eisers hebben verklaard wel toegang tot scholing, gezondheidszorg en werkgelegenheid te hebben gehad, doet niet af aan de behandeling van de Hmong als etnische minderheid. De minister had onderzoek moeten doen naar de verschillende bronnen die zijn aangevoerd in de zienswijze, gelet op de ex nunc-toetsing.

3.1.

De minister stelt zich in het bestreden besluit van eiser op het standpunt dat de bronnen die eiser aanhaalt in de zienswijze niet rijmen met eisers verklaringen. Eiser heeft immers in het nader gehoor verklaard dat de Hmong dezelfde rechten hebben als andere burgers van Laos en toegang hebben tot scholing en gezondheidszorg. Eiser dient aannemelijk en inzichtelijk te maken dat hij persoonlijk vervolgd zal worden bij terugkeer. Dit heeft hij niet gedaan. Ook in de zienswijze onderbouwt eiser dat niet, aldus de minister.

3.2

De rechtbank stelt om te beginnen vast dat de minister in het bestreden besluit van eiseres geen enkel woord heeft gewijd aan het behoren tot de Hmong bevolkingsgroep, dan wel in dit verband heeft verwezen naar het besluit van eiser. Dit terwijl in de zienswijze ook voor eiseres is betoogd dat zij een risico loopt op vervolging bij terugkeer op basis van haar etnische afkomst. De rechtbank vindt dat onzorgvuldig. Er is dus sprake van een gebrek.

Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister in het bestreden besluit van eiser onvoldoende is ingegaan op de door eiser in de zienswijze genoemde bronnen. Ook dit is een zorgvuldigheidsgebrek. De minister dient immers een volledige en actuele beoordeling te maken. Hij kan dan niet volstaan met de enkele verwijzing naar de verklaringen van eiser die zijn afgelegd tijdens het nader gehoor.

3.2.

De minister heeft op de zitting alsnog inhoudelijk gereageerd op de door eisers in hun zienswijze aangehaalde bronnen, waar zij ook in beroep op wijzen. De minister heeft zich – samengevat – op het standpunt gesteld dat de stukken te algemeen zijn en niet zijn gespecificeerd op de situatie van eisers. Het stuk van World without Genocide (Voetnoot 2) gaat volgens de minister voornamelijk over de Chau Fa (de Hmong bevolking die, gedwongen, in de jungle leeft), waartoe eiser niet behoort. Het overgelegde stuk uit 2018 (Voetnoot 3) geeft meer een beschrijving van hoe het probleem is ontstaan, maar niet hoe het nu is. Verder blijkt uit het stuk van de UNHCR (Voetnoot 4) dat er restricties zijn, maar uit eisers verklaringen blijkt niet dat die ook voor hen golden. Eiser heeft die problemen niet ervaren. Hij heeft scholing, gezondheidszorg en een woning gehad. Er blijkt ook uit dat er initiatieven zijn om de positie van de Hmong bevolking te verbeteren.

3.4.

De rechtbank stelt vast dat voor Laos geen landenbeleid of ambtsbericht is opgesteld. Uit landeninformatie waar eiser zich op beroept blijkt onder andere dat de Hmong bevolking wordt geconfronteerd met een gebrek aan economische kansen, discriminatie en vervolging. (Voetnoot 5) Verder blijkt ook uit andere bronnen, zoals het rapport van Genocide Watch (Voetnoot 6) dat de Hmong systematisch wordt gediscrimineerd, vervolgd en met geweld geconfronteerd. De overheid onderdrukt maatschappelijke organisaties en kritiek. (Voetnoot 7) Volgens Genocide Watch bevinden de onderdrukking en vervolgingen zich in een gevorderd stadium van escalatie. De ChaoFa die in de jungle leeft wordt specifiek benoemd als een groep binnen de Hmong bevolking waar gevreesd wordt voor een finale uitroeiing, maar in verschillende bronnen (Voetnoot 8) wordt er in zijn algemeenheid ook gesproken over de toenemende vrees de afgelopen jaren voor de verslechterende condities van de gehele Hmong bevolking in Laos.

3.5.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister het geconstateerde gebrek in de besluitvorming onvoldoende heeft gerepareerd op de zitting met zijn aanvullende motivering. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eisers vanwege hun Hmong afkomst geen problemen zullen ervaren in Laos. Het argument van de minister dat uit het gehoor van eiser niet is gebleken dat hij te maken heeft gehad met problemen voorafgaand aan zijn vertrek, omdat hij scholing, gezondheidszorg en werk heeft gehad, doet niet af aan wat hiervoor is overwogen. Dat standpunt geeft immers geen blijk van een actuele beoordeling van de situatie. Juist nu de bronnen veelal een verslechterend beeld geven van de situatie voor de Hmong bevolking in Laos. Daar komt bij dat eiser ook heeft verklaard dat Hmong burgers zonder problemen kunnen worden doodgeschoten (Voetnoot 9), wat ook in de landeninformatie wordt benoemd (Voetnoot 10). De beroepsgrond slaagt.

3.6.

De rechtbank is van oordeel dat reeds hierom het beroep gegrond is en de overige gronden behoeven dan ook geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is gegrond. De afwijzing van de asielaanvraag van eisers is onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank vernietigt dan ook de bestreden besluiten en draagt de minister op om nieuwe besluiten te nemen binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak. De minister dient in de nieuwe beoordeling ook de in beroep overgelegde stukken te betrekken.

5. Nu het beroep gegrond is bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De rechtbank wijst dat verzoek dan ook af.

6. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eisers gemaakte proceskosten van € 2.802,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift (Voetnoot 11), 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van

€934,-).

Beslissing

Beslissing

De rechtbank in de zaken geregistreerd onder nummers NL25.46569 en NL25.46570:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvragen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

De voorzieningenrechter in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.50072:

- wijst het verzoek af.

De rechtbank/voorzieningenrechter in alle zaken:

- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoot

Voetnoot 1

Dat is gebaseerd op artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw.

Voetnoot 2

Laos, van december 2024.

Voetnoot 3

Sigma Iota Rho Journal of International Relations, The Hmong Crisis: The Secret Tragedy of Laos, van 4 februari 2018.

Voetnoot 4

De VN-Vluchtelingenorganisatie, Assessment for Hmong in Laos, van 31 december 2003.

Voetnoot 5

World without Genocide, Laos, van december 2024.

Voetnoot 6

Genocide Watch Country report: Laos, van maart 2025.

Voetnoot 7

Idem.

Voetnoot 8

Bijvoorbeeld op pagina 4 in het rapport van de Unrepresented Nations & Peoples Organization, submission to the UN Office of the High Commissioner for Human Rights, The Hmong Peoples in Laos.

Voetnoot 9

Op pagina 16 van het nader gehoor.

Voetnoot 10

Bijvoorbeeld in het hierboven genoemde rapport van Genocide Watch van maart 2025, maar ook in het rapport van Asia Pacific Centre for the Resposibility to Protect, Atrocity crimes risk assessment series Lao people’s democratic republicts, van maart 2021, pagina 15.

Voetnoot 11

Er is sprake van samenhangende zaken zoals volgt uit artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.