Procesverloop
Procesverloop
Bij besluit van 7 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft afstand gedaan van het recht om op zitting te worden gehoord. De afstandsverklaring van 28 juli 2025 is opgenomen in het digitale dossier. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1994.
2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. De rechtbank stelt vast dat de gronden van de maatregel van bewaring niet zijn betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. De gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen.
4. Eiser stelt dat hij detentieongeschikt is en daarom de maatregel van bewaring niet het juiste middel is voor hem. Het gaat geestelijk niet goed met eiser. Eerder heeft hij ook twee en een half jaar in [locatie] verbleven. Eiser is wel bezocht door een arts en zijn diagnose was dat eiser wel in orde was maar op dat moment wilde eiser niet praten. Eiser is erg in de war en praat met niemand. De vraag is of hij kan verblijven in de Penitentiaire Inrichting [plaats 1] .
5. De rechtbank oordeelt als volgt. Eiser heeft dit standpunt niet onderbouwd met (medische) informatie. Eiser is na een week verblijf in het detentiecentrum [plaats 2] overgeplaatst naar de Penitentiaire Inrichting [plaats 1] , waar volgens de minister adequate zorg aan eiser kan worden verleend. De rechtbank merkt op dat uit de maatregel van bewaring volgt dat eiser bij zijn insluiting in het strafrecht is beoordeeld door de crisisdienst. Zij zagen geen noodzaak tot geestelijke hulp, maar gaven aan dat hij in verzet is, niet in de war. Gezien vorenstaande is niet gebleken dat eiser detentieongeschikt is. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toetsing
6. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van het dossier en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.