Procesverloop
Procesverloop
Verweerder heeft op 30 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw (Voetnoot 1) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 13 mei 2026 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1989 en de Somalische nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 10 april 2026 (Voetnoot 2) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds 8 april 2026.
4. Eiser heeft, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen beroepsgronden aangevoerd tegen het voortduren van de maatregel van bewaring.
5. Uit de voortgangsrapportage en overige stukken in het dossier blijkt niet van gewijzigde omstandigheden die van invloed zijn op de grondslag van de maatregel of de gronden voor de maatregel, dan wel de vraag naar een lichter middel. De rechtbank ziet verder geen aanleiding om te oordelen dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt in de voorbereiding van eisers feitelijke overdracht: op grond van artikel 28, derde lid, van de Dublinverordening wordt de overdracht uitgevoerd uiterlijk binnen zes weken vanaf de impliciete of expliciete aanvaarding van het overname- of terugnameverzoek, dan wel vanaf het tijdstip waarop het beroep niet langer schorsende werking heeft overeenkomstig artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening. Eiser heeft hangende het beroep (Voetnoot 3) tegen het aan hem bekend gemaakte overdrachtsbesluit 13 februari 2026 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Op dit verzoek is nog niet beslist. (Voetnoot 4) Uit het voortgangsrapport volgt dat verweerder op 23 april 2026 een vlucht heeft aangevraagd, maar dat de voorgenomen overdracht op 6 mei 2026 is geannuleerd omdat nog niet is beslist op het beroep.
6. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan het voortduren van de bewaring onrechtmatig moet worden geacht.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.