Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:12957

Op 19 May 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.18672, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:12957. De plaats van zitting was Middelburg.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.18672
Datum uitspraak:
19 May 2026
Datum publicatie:
21 May 2026

Indicatie

Geen gronden ingediend – geen reactie – geen verschoonbare reden – beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.18672

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser,

v-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. A. Jhingoer),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Procesverloop

Bij het besluit van 5 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb (Voetnoot 1) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat een beroepschrift de gronden van het beroep. Als niet is voldaan aan dit vereiste, kan het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard mits de indiener de gelegenheid heeft gekregen om het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.

2. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. De rechtbank heeft hem op 3 april 2026 in de gelegenheid gesteld om alsnog de gronden van het beroep in te dienen binnen een termijn van vier weken. Daarbij is aan eiser medegedeeld dat het beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Er zijn geen gronden ingediend. De rechtbank heeft daarom op 4 mei 2026 aan eiser verzocht om binnen vijf werkdagen mede te delen of hiervoor een verschoonbare reden is. Ook hierop heeft eiser niet gereageerd.

3. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoot

Voetnoot 1

Algemene wet bestuursrecht.