Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:13938

Op 8 April 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.60462, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:13938. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL25.60462
Datum uitspraak:
8 April 2026
Datum publicatie:
28 May 2026

Indicatie

Beroep niet tijdig beslissen – het niet tijdig beslissen op de gestelde termijn van de uitspraak van 13 maart 2025 – niet-ontvankelijk.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.60462

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P.J. Schüller), en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 13 maart 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen zestien weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag). Eiseres stelt nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3

Is het beroep van eiseres ontvankelijk?

3. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiseres procesbelang heeft bij de beoordeling van dit beroep. Naar oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang in de onderhavige zaak. Eiseres heeft op 9 december 2025 beroep ingesteld, omdat de minister niet tijdig zou hebben beslist op haar aanvraag. Bij besluit van 16 oktober 2025 had de minister

1. Zaaknummer NL24.39637.

2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

echter wel degelijk al een (inwilligend) besluit genomen. Dat maakt dat het beroep van eiseres niet ontvankelijk is.

Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?

4. Doordat het beroep niet-ontvankelijk is, komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

08 april 2026

Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.