Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:15088

Op 29 May 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.14427, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:15088. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.14427
Datum uitspraak:
29 May 2026
Datum publicatie:
5 June 2026

Indicatie

Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dublin Frankrijk.

Dictum: Niet-ontvankelijk

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.14427 en NL26.14429

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1] , V-nummer: [V-nummer]

[eiser 2] , V-nummer: [V-nummer] , eisers (gemachtigde: mr. J. Hemelaar),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hun niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt een zitting niet nodig en heeft partijen gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Zijn de beroepen van eisers ontvankelijk en gegrond?

3. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Indien de minister onderzoekt of de aanvraag niet in behandeling dient te worden

1. Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2025/4 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2025 weer een beslistermijn van zes maanden.

genomen4, vangt deze termijn aan op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.5

4. Eisers hebben op 16 juli 2025 hun asielaanvragen in Nederland ingediend. Naar aanleiding van deze aanvragen heeft de minister op 16 oktober 2025 aan de Franse autoriteiten verzocht om eisers over te nemen.6 Deze verzoeken zijn geaccepteerd op

17 december 2025. Nederland had vanaf 18 december 2025 zes maanden de tijd om eisers over te dragen. De minister heeft op 12 maart 2026 de verzoeken bij de Franse autoriteiten ingetrokken. Hierdoor staat de verantwoordelijkheid van Nederland vast op 12 maart 2026 en ging de termijn van zes maanden om op de asielverzoeken te beslissen lopen.

5. In de zaken van eisers betekent dit dat de minister uiterlijk op 12 september 2026 dient te beslissen op de aanvragen. Aangezien deze beslistermijnen nog niet zijn verstreken, hebben eisers hun beroepen te vroeg ingesteld. De beroepen zijn daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van

M.H.G.P. Tober, griffier.

4 Artikel 30 van de Vw.

5 Artikel 42, zesde lid, van de Vw.

6 Artikel 18, eerste lid en onder b van de Dublinverordening.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

29 mei 2026

Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.