Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:15908

Op 29 May 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.24071 NL25.24072, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:15908. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL25.24071 NL25.24072
Datum uitspraak:
29 May 2026
Datum publicatie:
12 June 2026

Indicatie

Trefwoorden: Asiel, politieke activiteiten Venezuela en Colombia

Samenvatting: De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiseres wat betreft de ondervonden problemen in Colombia en de gestelde vrees bij terugkeer niet het voordeel van de twijfel wordt gegund.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.24071 en NL25.24072

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiseres] , eiseres, en [eiser], eiser,

V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] , samen: eisers (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),

en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Brock). Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Procesverloop

Bij besluiten van 1 mei 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de asielaanvragen van eisers afgewezen als ongegrond in de verlengde asielprocedure.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen F.G. Moretto. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

1. Eiseres heeft zowel de Colombiaanse als de Venezolaanse nationaliteit. Eiseres heeft verklaard dat zij politieke activiteiten heeft verricht tegen de regering van Venezuela door protesten te organiseren, deel te nemen aan bijeenkomsten en campagne te voeren. Eiseres is hiervoor veroordeeld met detentie en een maatregel met strafwerk en een verbod om deel te nemen aan verdere politieke activiteiten. Ook werd haar een meldplicht opgelegd. Eiseres heeft ter onderbouwing het strafdossier uit Venezuela overgelegd. Eiseres is op advies van haar advocaat en partijgenoot in 2018 naar Colombia verhuisd omdat er geruchten waren dat eiseres opnieuw zou worden gearresteerd. De zoon van eiseres is een paar maanden later met hulp van de zus van eiseres ook naar Colombia gekomen. In Colombia bleef eiseres politiek actief en kreeg zij telefonische bedreigingen. Eiseres vermoedt dat zij is bedreigd door de criminele organisatie [naam 1] die met de Venezolaanse autoriteiten samenwerkt. Nadat zij was verschenen op een foto waaruit haar verblijfplaats in Colombia bleek en waarop zij is te zien met een tegenstander van het regime die vervolgens is gearresteerd, is zij op advies van haar advocaat samen met haar zoon uit Colombia vertrokken en naar Nederland gevlucht. Eiseres heeft een kopie van een aangifte van de bedreigingen en whatsapp-berichten met de politie overgelegd. De zoon van eiseres, 16 jaar oud ten tijde van de asielaanvraag, heeft geen zelfstandig asielrelaas.

Het bestreden besluit

2. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;

2. De problemen die eiseres als gevolg van haar politieke activiteiten in Venezuela heeft ondervonden;

3. De problemen die eiseres als gevolg van haar politieke activiteiten in Colombia heeft ondervonden.

3. De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn. Ook het tweede asielmotief, namelijk dat eiseres problemen in Venezuela heeft ondervonden vanwege haar politieke activiteiten, is geloofwaardig. De vrees van eiseres om bij terugkeer naar Venezuela gemarteld en gedetineerd te worden is volgens de minister aannemelijk.

4. Het derde asielmotief vindt de minister niet geloofwaardig. In het bestreden besluit is neergelegd dat eiseres de verklaringen over de problemen die zij in Colombia heeft ondervonden niet heeft onderbouwd met objectieve documenten. Door de minister wordt beperkt waarde gehecht aan de overgelegde kopie van het aangiftebewijs en whatsapp-berichten aan de politie omdat deze stukken niet op echtheid kunnen worden gecontroleerd. De minister heeft vervolgens aan de hand van de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw beoordeeld of het derde asielmotief alsnog geloofwaardig is en eiseres het voordeel van de twijfel wordt gegund. Volgens de minister is dat niet het geval. Eiseres heeft volgens de minister wisselend verklaard omdat zij in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat de bedreigers zich voorstelden als [naam 1] , terwijl eiseres in het nader gehoor heeft verklaard dat zij niet weet wie er achter de dreigtelefoontjes zat omdat de persoon aan de

andere kant van de lijn zich niet had geïdentificeerd en zij aanneemt dat het de criminele organisatie [naam 1] was. De omstandigheid dat twee ex-politiek gevangenen door de Venezolaanse autoriteiten in Colombia zijn opgepakt en de verklaring dat een politiek leider door Colombia met hulp van [naam 1] is uitgeleverd aan Venezuela, zien niet op de persoon van eiseres waardoor hier volgens de minister geen waarde aan kan worden gehecht. De verklaring dat de advocaat van eiseres het advies heeft gegeven om Colombia te verlaten omdat zij op een foto is verschenen van een politiek evenement in [plaats 1] , waardoor de Venezolaanse regering op de hoogte zou zijn geraakt van haar verblijfplaats, is volgens de minister niet geconcretiseerd. Ook de verklaring van eiseres dat de advocaat een persbericht had doorgestuurd waarin mensen werden genoemd die gezocht werden voor hun politieke activiteiten en ook haar naam hierin werd genoemd, is niet onderbouwd. Eiseres heeft volgens de minister daarom niet aannemelijk gemaakt dat zij in Colombia nog steeds het doelwit was voor de Venezolaanse autoriteiten en door [naam 1] is bedreigd.

Volgens de minister heeft eiseres tussen 2018 en 2023 juist zonder problemen in Colombia kunnen verblijven omdat zij deelnam aan de samenleving en meewerkte aan politieke campagnes. De minister concludeert dat de verklaringen van eiseres over de problemen die zij in Colombia heeft ondervonden geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en niet wordt voldaan aan artikel 31, zesde lid, van de Vw.

5. Eiseres voert aan dat de minister de ondervonden problemen in Colombia ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Onder verwijzing naar het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) J.K. en anderen tegen Zweden1 betoogt eiseres dat de minister ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft toegepast zoals is neergelegd in artikel 31, zesde lid, van de Vw. Het EHRM heeft in dit arrest neergelegd dat sprake moet zijn van sterke redenen om te twijfelen aan het asielrelaas en hiervan is geen sprake. Uit de aangehaalde algemene bronnen2 blijkt dat criminele organisaties, waaronder [naam 1] , een lange arm hebben in Venezuela om tegenstanders van het regime ook over de grens op te sporen. Eiseres wijst ook op het algemeen ambtsbericht over Colombia uit 2024 waarin is neergelegd dat de guerrilla’s in Colombia samenwerken met de Venezolaanse overheid en vooraf actief zijn langs de Colombiaans-Venezolaanse grens waar eiseres verbleef. Het relaas past volgens eiseres dan ook in het beeld van informatie dat algemeen bekend is. Eiseres betoogt verder dat de minister niet heeft betwist dat zij een prominente rol speelde in de oppositie. Eiseres kon en kan duizenden leden van de oppositie mobiliseren als verkozen coördinator van de [naam 2] in [plaats 2] . Wat zij deed leidde tot haar vervolging in Venezuela. De minister betwist ook niet dat zij dreigtelefoontjes in Colombia heeft ontvangen. Eiseres wijst in dit verband op artikel 31, vijfde lid, van de Vw. Nu de minister haar positie en de bedreigingen niet heeft betwist is sprake van een duidelijke aanwijzing voor een gegronde vrees bij terugkeer. Eiseres betoogt dat zij haar vermoeden dat zij is bedreigd door [naam 1] , in opdracht van de Venezolaanse autoriteiten, heeft onderbouwd met haar politieke profiel en de objectieve nieuwsbronnen met daarin voorbeelden van wat andere personen met een met eiseres vergelijkbaar profiel is overkomen. Anders dan de minister stelt, is ook geen sprake van wisselende verklaringen tussen het aanmeldgehoor en het nader gehoor over de herkomst van de bedreiging. Volgens eiseres is de vertaling uit het Spaans gelijk aan wat zij steeds heeft willen zeggen, namelijk dat zij denkt dat het gaat om leden van [naam 1]

1. Arrest van 23 augustus 2016, no. 59166/12, ECLI:CE:ECHR:2016:0823JUD005916612.

2 Waaronder een nieuwsbericht van Al Jazeera van 13 januari 2025, een nieuwsbericht van de Argentijnse online krant Infobae van 20 maart 2025, een nieuwsbericht van Human Rights Foundation van 25 april 2025, en een artikel van Freedom House van 13 november 2025.

die haar bedreigden. Eiseres heeft ter zitting onder verwijzing naar het beleid van de minister nader betoogd dat het aanmeldgehoor niet is bedoeld om zonder meer wisselende verklaringen tegen te werpen.

Beoordeling door de rechtbank

6. Niet in geschil is dat eiseres als gevolg van haar prominente rol in de oppositie in Venezuela is gedetineerd onder erbarmelijke omstandigheden en een meldplicht opgelegd heeft gekregen waarbij het haar werd verboden om nog verdere activiteiten ‘tegen het regime’ te verrichten. Over stelling van de minister in het verweerschrift dat eiseres geen belangrijke en vooraanstaande rol in de oppositie zou hebben gespeeld, merkt de rechtbank op dat dit standpunt eerst in verweer naar voren is gebracht en geen steun vindt in de besluitvorming. De rechtbank stelt verder vast dat niet in geschil is dat eiseres in Colombia is bedreigd. Dit is ter zitting door de gemachtigde van de minister erkend. De gemachtigde van de minister heeft ter zitting ook erkend dat in de besluitvorming aannemelijk is gevonden dat eiseres aangifte van de bedreigingen heeft gedaan. De minister heeft dus geloofwaardig gevonden dat eiseres als prominente tegenstander van het Venezolaanse regime in Venezuela gevangen is gezet, na haar vlucht in Colombia is bedreigd en dat eiseres hier aangifte van heeft gedaan. De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt door wie zij is bedreigd en dat deze bedreigingen samenhangen met de problemen die zij heeft ondervonden in Venezuela.

7. Uit de door eiseres overgelegde informatie komt een beeld naar voren dat intimidatie van oppositieleden die naar Colombia zijn vertrokken door criminele groeperingen als [naam 1] veelvuldig voorkomt. Deze groeperingen werken samen met de Venezolaanse autoriteiten om oppositieleden op te sporen en te bedreigen. De bedreigingen die eiseres heeft ondervonden en waarvan zij vermoedt dat [naam 1] deze heeft geuit, passen dan ook in het beeld dat uit algemene bronnen bekend is. De rechtbank overweegt verder dat de stelling van de minister dat sprake is van wisselende verklaringen over de bedreigingen, niet wordt gevolgd. Eiseres heeft op pagina 9 van het aanmeldgehoor verklaard dat zij doodsbedreigingen kreeg en men ‘zich voorstelde’ als [naam 1] . In het nader gehoor heeft eiseres op pagina 26 verklaard dat zij niet exact weet wie er achter de telefoontjes zat, omdat de persoon zich aan de andere kant van de lijn niet heeft geïdentificeerd maar dat zij gezien de omstandigheden aanneemt dat het om de criminele organisatie [naam 1] gaat. Naar het oordeel van de rechtbank is de door eiseres hiervoor gegeven verklaring, namelijk dat de Spaanse vertaling van (zich) voorstellen, “se presentaron”, op beide manieren kan worden vertaald,3 in het licht van het bovenstaande niet onaannemelijk. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat niet in geschil is dat eiseres is bedreigd. De minister mag volgens zijn beleid bovendien niet zonder meer verklaringen uit het aanmeldgehoor tegenwerpen als deze tegenstrijdig zouden zijn met de verklaringen in het nader gehoor. Uit paragraaf C1/4.3.2.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat de vreemdeling in ieder geval in de gelegenheid moet worden gesteld uitleg te geven over de tegenstrijdigheden. Nu de minister eiseres in het nader gehoor niet in de gelegenheid heeft gesteld om de eerder gedane verklaring in het aanmeldgehoor uit te leggen, kan de tegenwerping ook om deze reden geen stand kan

3 Dat wil zeggen: zich voorstellen (letterlijke vertaling) en zich zodanig voordoen dat eiseres daaruit de identiteit afleidde (abstracte/functionele vertaling).

houden. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat eiseres de herkomst van de bedreigingen niet aannemelijk heeft gemaakt.

8. De rechtbank overweegt verder dat eiseres op pagina 27 van het nader gehoor een verklaring heeft gegeven voor de tegenwerping van de minister dat zij een periode in Colombia zonder problemen heeft kunnen verblijven. Eiseres heeft namelijk verklaard dat het in de periode tussen haar vertrek uit Venezuela en augustus 2022 een relatief rustige periode was, toen Iván Duque nog de president van Colombia was en het Venezolaanse volk meer werd beschermd. Over 2019 heeft eisers verklaard dat het een rustig jaar was omdat het geen verkiezingstijd was. Ook heeft eiseres verklaard dat zij als gevolg van de pandemie twee en een half jaar binnen moest leven. De minister heeft deze verklaringen ten onrechte niet meegenomen bij zijn beoordeling.

9. Het bovenstaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres wat betreft de ondervonden problemen in Colombia en de gestelde vrees bij terugkeer niet het voordeel van de twijfel wordt gegund zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de Vw.

Conclusie en gevolgen

10. Dit betekent dat de beroepen gegrond zijn. De bestreden besluiten worden vernietigd omdat sprake is van een motiveringsgebrek. Dat wat verder is aangevoerd behoeft geen bespreking.

11. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister nieuwe besluiten moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van zes weken.

12. Omdat de beroepen gegrond zijn krijgt de gemachtigde van eisers een vergoeding van de proceskosten. Deze vergoeding bedraagt €1.868,- omdat de gemachtigde van eisers één beroepschrift heeft ingediend voor zowel eiseres als haar zoon en de zaken tegelijk op de zitting zijn behandeld waaraan de gemachtigde van eisers heeft deelgenomen. Er zijn verder geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank:

verklaart de beroepen gegrond;

vernietigt de bestreden besluiten;

draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen met inachtneming van deze uitspraak;

veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.