Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:17530

Op 23 June 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.32841, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:17530. De plaats van zitting was Arnhem.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.32841
Datum uitspraak:
23 June 2026
Datum publicatie:
29 June 2026

Indicatie

Bewaring, lichter middel, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.32841

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Faber),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. G.J. Westendorp).

Procesverloop

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft met een afstandsverklaring afstand gedaan van zijn recht om ter zitting te worden gehoord. Hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Overwegingen

Had de minister moeten volstaan met een lichter middel?

1. Eiser voert aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel dan de inbewaringstelling. Hem had de mogelijkheid geboden moeten worden om zelfstandig terug te keren naar Brazilië.

1.1.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in de maatregel van bewaring voldoende gemotiveerd dat niet met een lichter middel dan de inbewaringstelling kon worden volstaan. De minister verwijst daarbij terecht naar de onbetwiste gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd en het onttrekkingsrisico dat daaruit volgt. Ook heeft de minister hierbij mogen betrekken dat het toepassen van een lichter middel in het recente verleden niet heeft geleid tot het vertrek van eiser uit het grondgebied van de Europese Unie. Eerder is namelijk gepoogd om eiser, met behulp van het IOM (Voetnoot 1), zelfstandig terug te laten keren naar Brazilië. Eiser zou op 23 februari 2026 per vliegtuig vertrekken naar Brazilië, met een tussenlanding in Spanje. Hij is echter bij deze tussenlanding uitgestapt. Vervolgens is hij via Portugal naar Polen gereisd, en vanaf daar weer naar Nederland. Eiser heeft de Europese Unie dus niet verlaten, en daarmee niet zelfstandig uitvoering gegeven aan het terugkeerbesluit van 27 januari 2026. De minister heeft het toepassen van een lichter middel daarom niet (langer) doelmatig hoeven achten. De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

2. Los van de door eiser aangevoerde grond, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens verder geen grond om te komen tot het oordeel dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest. (Voetnoot 2)

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. van Kouwen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoot

Voetnoot 1

International Organization for Migration.

Voetnoot 2

Vergelijk HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar), HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X) en ABRvS 12 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:329.