Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:18196

Op 1 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL24.34681, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:18196. De plaats van zitting was Middelburg.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL24.34681
Datum uitspraak:
1 July 2026
Datum publicatie:
3 July 2026

Indicatie

asiel – PKV – toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.34681

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

de minister van Asiel en Migratie  (Voetnoot 1), verweerder.

Procesverloop

Procesverloop

Verzoeker heeft op 5 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 december 2021.

Op 10 september 2024 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.

Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb (Voetnoot 2) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. (Voetnoot 3) Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en alsnog een besluit heeft genomen op deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen, is verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoetgekomen.

3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op

€ 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van

€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).

Deze uitspraak is gedaan op 1 juli 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoot

Voetnoot 1

Voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Voetnoot 2

Algemene wet bestuursrecht.

Voetnoot 3

Besluit proceskosten bestuursrecht.