1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank wijst dit verzoek toe. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen.
2.1.
In het bestreden besluit heeft de minister tegen eiseres een terugkeerbesluit uitgevaardigd, omdat zij de vrije termijn waarbinnen zij visumvrij in het Schengengebied mag verblijven met 621 dagen had overschreden. In dit besluit is eiseres opgedragen binnen vier weken terug te keren naar haar land van herkomst, Brazilië.
3. Eiseres voert aan dat de minister in het bestreden besluit in strijd met artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn (Voetnoot 3) geen rekening heeft gehouden met haar specifieke situatie, waaronder haar gezondheidstoestand, familiebanden en het belang van het kind. Ten tijde van het bestreden besluit was zij hoogzwanger, waardoor een terugkeer op korte termijn niet van haar verwacht mocht worden. Door geen rekening met deze omstandigheden te houden, is het bestreden besluit volgens eiseres onzorgvuldig tot stand gekomen en pakt het voor haar onevenredig uit. Ook heeft eiseres naar voren gebracht dat het terugkeerbesluit mogelijk een belemmering vormt voor het afronden van haar verblijfsprocedure in Portugal.
Het oordeel van de rechtbank
4. De minister heeft op de zitting erkend dat in het bestreden besluit ten onrechte niet op de door eiseres naar voren gebrachte individuele omstandigheden is ingegaan en dat daarmee sprake is van een motiveringsgebrek. De rechtbank zal het beroep gelet hierop gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen.
5. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de minister in het verweerschrift alsnog op de door eiseres naar voren gebrachte individuele omstandigheden is ingegaan en hiermee voldoende heeft gemotiveerd dat deze omstandigheden geen aanleiding hoefden te geven om op grond van artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn af te zien van het uitvaardigen van het bestreden besluit. De minister heeft in dit kader terecht het standpunt ingenomen dat eiseres de door haar gestelde omstandigheden niet heeft onderbouwd, behalve dat zij ten tijde van het terugkeerbesluit zichtbaar hoogzwanger was. De minister heeft hierin geen reden hoeven zien om geen terugkeerbesluit uit te vaardigen, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het voor haar op dat moment medisch niet verantwoord was om te vliegen. Ook in de omstandigheid dat eiseres bezig is met het verkrijgen van een verblijfsrecht in Portugal, heeft de minister geen reden hoeven zien om van uitvaardiging van het terugkeerbesluit af te zien. Voor zover het bestreden besluit nadelig zou zijn voor het verkrijgen van een verblijfsrecht in Portugal, is dit namelijk een omstandigheid die voor rekening en risico van eiseres komt.
6. De rechtbank volgt eiseres verder niet in de stelling dat de minister het motiveringsgebrek achteraf niet kon herstellen. De rechtbank is namelijk met de minister van oordeel dat het bestreden besluit met een deugdelijke motivering niet anders was uitgevallen en eiseres is voldoende in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de aanvullende motivering in het verweerschrift.