Procesverloop
Procesverloop
3. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Colombiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1979. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, D.P. Naware als tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser was getuige van een mishandeling. Eiser keek in een menigte van mensen toe hoe twee leden van de vigilantes informales (illegale burgerwacht) een man mishandelde. Eiser stond naast iemand die het incident heeft gefilmd en heeft verspreid via het internet. De twee leden van de illegale burgerwacht zijn naderhand gearresteerd door de politie en later vrijgelaten. Zij hebben eiser als doelwit, omdat hij te maken zou hebben met het filmen en verspreiden van de video van het incident. Eiser is op een avond op de motor achtervolgd door twee leden van de illegale burgerwacht waarbij twee keer in de lucht is geschoten. Ook is eiser telefonisch bedreigd door een lid van de illegale burgerwacht. Eiser kan geen bescherming krijgen van de Colombiaanse autoriteiten, omdat de illegale burgerwacht met hen samenwerkt.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst; en
- problemen met de vigilantes informales (illegale burgerwacht).
6. De minister vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar de problemen met de illegale burgerwacht niet. De minister vindt dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Volgens de minister is er onvoldoende aanleiding voor de illegale burgerwacht om eiser tot doelwit te maken en is er geen aanleiding om aan te nemen dat zij eiser zullen herkennen, omdat eiser in een menigte stond. Bovendien vond het incident plaats in een andere stad dan waar eiser woont en is hij daar dus geen bekend gezicht. Dat uit het Algemeen ambtsbericht Colombia van juni 2024 (ambtsbericht) blijkt dat er meerdere illegale en gewapende groeperingen actief zijn in Colombia en dat zij zich ook richten op onschuldige burgers is volgens de minister onvoldoende om aan te nemen dat eiser daarom ook een risico loopt om daarvan slachtoffer te worden. Ten slotte heeft eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend. Eiser is op 5 juli 2023 Nederland ingereisd en hij heeft op 31 oktober 2023 asiel aangevraagd. Dit doet volgens de minister afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn asielmotieven. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd en aan hem een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
7. Eiser heeft in Nederland een echtgenote waarmee hij familie- of gezinsleven heeft opgebouwd in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Volgens de minister komt eiser niet in aanmerking voor een reguliere vergunning op grond van zijn gezinsleven. Ook is het opleggen van een inreisverbod niet in strijd met zijn recht op familie- of gezinsleven.
De geloofwaardigheid van de problemen met de illegale burgerwacht
8. Eiser voert aan dat de minister zijn problemen met de illegale burgerwacht ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Eiser heeft voldoende en aannemelijk verklaard over zijn problemen en waarom de illegale burgerwacht hem zoekt. De illegale burgerwacht kan hem herkennen, omdat hij in verband wordt gebracht met de persoon die het incident heeft
gefilmd en omdat de afstand tussen de plek van het incident en eisers woonplaats beperkt is. Op de zitting heeft eiser dit verduidelijkt. Eiser is oorspronkelijk afkomstig uit [plaats 1] , maar is later verhuisd naar [plaats 2] waar het incident ook heeft plaatsgevonden. Het incident heeft op ongeveer één kilometer van eisers woning plaatsgevonden. Volgens eiser kan de minister daarom niet aan hem tegenwerpen dat de illegale burgerwacht hem niet zou herkennen, dat hij geen bekend gezicht is in [plaats 2] en dat het incident plaatsvond in een andere plaats dan waar hij woont. Ook komen eisers verklaringen overeen met informatie uit het ambtsbericht. Verder voert eiser aan dat de minister ten onrechte aan hem tegenwerpt dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Eiser had veel angst om zich bij de Nederlandse autoriteiten te melden, omdat hij vreesde dat de illegale burgerwacht contact met hen zou opnemen.
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister ontoereikend heeft gemotiveerd dat eisers problemen met de illegale burgerwacht ongeloofwaardig zijn. Uit het dossier blijkt dat de plek waar het incident waarvan eiser getuige was plaatsvond in dezelfde plaats als waar eiser woont. De minister is er in het bestreden besluit daarentegen van uitgegaan dat eiser in [plaats 1] woont en dat het incident plaatsvond in [plaats 2] . De minister is daarmee in het bestreden besluit van een onjuist uitgangspunt uitgegaan bij het beoordelen van eisers asielrelaas. Dit feit werkt door in de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers problemen. De minister werpt namelijk aan eiser tegen dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat de illegale burgerwacht eiser zou herkennen. Gelet op dat onjuiste uitgangspunt van de minister tegen de achtergrond van eisers verklaringen dat de illegale burgerwacht een soort buurtwacht is en dat het incident dichtbij zijn woning plaatsvond, heeft de minister niet deugdelijk gemotiveerd dat eisers problemen met de illegale burgerwacht ongeloofwaardig zijn.
Asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend
10. De rechtbank is wel met de minister van oordeel dat aan eiser kon worden tegengeworpen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn asielmotieven. Eiser heeft daarover aangevoerd dat hij niet wist dat hij asiel kon aanvragen en ook dat hij bang was dat de illegale burgerwacht contact zou opnemen met de Nederlandse autoriteiten. Dit was volgens eiser zodanig dat hij moest worden overgehaald om asiel aan te vragen. De rechtbank vindt dit geen verschoonbare redenen voor het niet doen van een asielaanvraag. Eiser is universitair geschoold, zijn familie verblijft al enige tijd in Nederland en eiser heeft toegang tot het internet. Dat eiser niet wist dat hij asiel kon aanvragen kan de rechtbank daarom niet volgen.
Artikel 8 van het EVRM
11. Eiser voert verder aan dat de minister ten onrechte geen reguliere vergunning aan hem heeft verleend op grond van zijn gezinsleven met zijn echtgenote in Nederland. Eiser voldoet aan alle voorwaarden en zal op afstand niet in staat zijn om dezelfde invulling te geven aan zijn gezinsband zoals hij dat in Nederland doet. Ook heeft de minister zijn opgebouwde privéleven niet bij de beoordeling betrokken.
12. De rechtbank overweegt dat de minister in het bestreden besluit heeft aangenomen dat sprake is van familie- of gezinsleven tussen eiser en zijn echtgenote in Nederland zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. De minister heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Colombia
uit te oefenen, dat eiser en zijn echtgenote allebei banden hebben met Colombia en dat het niet onredelijk is om van eiser te verwachten dat hij terugkeert naar Colombia voordat beoordeeld wordt of hij voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor een reguliere verblijfsvergunning. De rechtbank is met eiser van oordeel dat de minister hiermee geen inzichtelijke belangenafweging heeft gemaakt waarbij kenbaar is gemotiveerd hoe de belangen van de Nederlandse staat en die van eiser zijn afgewogen. De minister zal daarom alsnog een belangenafweging moeten maken waarbij hij alle belangen kenbaar betrekt en waarbij wordt gemotiveerd hoe deze tegen elkaar zijn afgewogen. De minister zal bij deze belangenafweging onder andere ook moeten meewegen dat de echtgenote van eiser werk en inkomen heeft en over woonruimte beschikt.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat eiser in zoverre gelijk heeft dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Dit omdat de minister opnieuw de geloofwaardigheid van eisers asielmotieven zal moeten beoordelen en de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM nader zal moeten motiveren. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen. De minister zal dus opnieuw op zijn aanvraag een beslissing moeten nemen. Deze uitspraak betekent daarom niet dat eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning.
14. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van zes weken.
15. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.