Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:20027

Op 10 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.50863, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:20027. De plaats van zitting was Arnhem.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL25.50863
Datum uitspraak:
10 July 2026
Datum publicatie:
20 July 2026

Indicatie

Asiel; Somalië; Al-Shabaab; gedwongen huwelijk; taalanalyse; besnijdenis; beroep gegrond; rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.50863

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen [eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M.R. Stuart).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. De minister heeft de herkomst van eiseres namelijk terecht ongeloofwaardig bevonden. Ook heeft de minister het gedwongen huwelijk met een Al-Shabaab-lid ongeloofwaardig terecht ongeloofwaardig gevonden. Het beroep is wel gegrond, omdat de minister eerst in beroep heeft erkend dat eiseres niet besneden is. De rechtsgevolgen van het besluit worden echter in stand gelaten, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres geen reëel risico op ernstige schade loopt om te worden besneden bij terugkeer naar Somalië. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 6 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

2.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.

De rechtbank heeft de zaak op 5 december 2025 op zitting behandeld. De rechtbank heeft toen besloten om de behandeling van de zaak aan te houden om eiseres de gelegenheid te bieden een medisch onderzoek aan de rechtbank te overleggen, en aan te geven of zij een contra-expertise wenst uit te voeren.

2.3.

Eiseres heeft op 21 januari 2026 een medisch onderzoek overgelegd. Naar aanleiding hiervan heeft de minister heeft zijn besluit op 2 februari 2026 aanvullend gemotiveerd.

2.4.

Op 26 februari 2026 heeft eiseres ook een contra-expertise overgelegd. Hierop heeft de minister op 9 maart 2026 gereageerd.

2.5.

Vervolgens heeft de rechtbank het beroep samen met de voorlopige voorziening (NL25.50864) op 25 maart 2026 nogmaals op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Overwegingen

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2010. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is afkomstig uit Miirtuugo in Zuid-Somalië. De stiefvader van eiseres is lid van Al-Shabaab. De zus van eiseres was uitgehuwelijkt door haar stiefvader aan een andere man die Al-Shabaab-lid is. De zus van eiseres is voor haar huwelijk besneden en daaraan overleden. De stiefvader van eiseres heeft toen gezegd dat eiseres met de man van haar overleden zus moest trouwen en dus ook besneden moest worden. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiseres te worden gedood door de man van haar zus. Ook vreest zij bij terugkeer te worden besneden.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- gedwongen huwelijk met een lid van Al-Shabaab;

- de verklaring dat eiseres niet besneden is.

De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit en nationaliteit van eiseres geloofwaardig zijn. De herkomst van eiseres vindt de minister echter niet geloofwaardig. Uit een taalanalyse van het TOELT blijkt namelijk dat de spraak van eiseres eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië – waar zij stelt vandaan te komen – maar geheel overeen komt met het Somalisch zoals dat gangbaar is in Noord-Somalië. De minister vindt daarom ook dat eiseres hem hierover heeft misleid. Gelet op de ongeloofwaardige herkomst van eiseres, heeft de minister ook de gedwongen uithuwelijking aan een man van Al-Shabaab ongeloofwaardig geacht. (Voetnoot 1) De minister heeft vervolgens beoordeeld of de geloofwaardige asielmotieven reden geven om aan eiseres een asielvergunning te verlenen. (Voetnoot 2) Dat is volgens de minister niet het geval. De minister komt gezien het voorgaande – en in het bijzonder de misleiding – tot de conclusie dat de asielaanvraag van eiseres kennelijk ongegrond is.

4.1.

Naar aanleiding van het door eiseres overgelegde medisch onderzoek, heeft de minister bij aanvullende motivering van 2 februari 2026 de verklaringen van eiseres dat zij niet besneden is alsnog geloofwaardig geacht. De minister is echter tot de conclusie gekomen dat ook het feit dat eiseres niet besneden is geen aanleiding vormt om aan haar een asielvergunning te verlenen.

Heeft de minister de herkomst van eiseres ongeloofwaardig mogen vinden?

5. Eiseres heeft niet betwist dat zij haar herkomst niet volledig heeft onderbouwd met (objectieve) documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of de herkomst alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat de verklaringen van eiseres – gelet op de uitkomst van de taalanalyse – geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. (Voetnoot 3) Ook kan eiseres daarom in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. (Voetnoot 4)

5.1.

Eiseres betoogt dat de minister ten onrechte haar herkomst niet geloofwaardig vindt. Eiseres heeft naar eigen zeggen concrete aanknopingspunten aangedragen waaruit blijkt dat niet van de door TOELT verrichte taalanalyse uit kan worden gegaan. Eiseres verwijst daartoe naar een tegenonderzoek van het Zweedse taalbureau Verified dat zij heeft laten verrichten. Ook heeft de minister onvoldoende bij de beoordeling betrokken dat de oma van eiseres een Noord-Somalisch accent heeft en dat eiseres bepaalde taalkenmerken van haar oma heeft overgenomen. Eiseres verwijst hierbij naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht. (Voetnoot 5) Daarnaast betoogt eiseres dat een taalanalyse hoe dan ook niet altijd een passend middel is om de herkomst te bepalen. (Voetnoot 6) Het wetenschappelijk onderzoek naar het Somalisch en zijn dialecten is inmiddels namelijk beperkt en verouderd door conflicten en migratie in de afgelopen decennia. Dat iemand die zijn jonge jaren in een bepaald gebied heeft doorgebracht een gangbaar dialect uit dat gebied zal spreken, is bovendien een aanname die niet altijd opgaat. Tenslotte voert eiseres aan dat niet is tegengeworpen dat de uitgebreide verklaringen van eiseres over haar herkomstgebied ongeloofwaardig zijn. De taalanalyse doet volgens eiseres geen afbreuk aan deze verklaringen.

Juridisch kader

5.2.

De rechtbank overweegt dat het in de eerste plaats aan de vreemdeling is om zijn asielrelaas – waaronder zijn gestelde herkomst – aannemelijk te maken. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat als de minister twijfels heeft over de door een vreemdeling gestelde herkomst, hij de vreemdeling tegemoet kan komen in zijn bewijslast door een taalanalyse te laten verrichten. (Voetnoot 7) Daarbij geldt dat een taalanalyse van TOELT een deskundigenbericht is, waar de minister in beginsel van uit mag gaan. (Voetnoot 8) Als de vreemdeling concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de taalanalyse, de begrijpelijkheid van de in de taalanalyse gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag de minister niet zonder nadere motivering op de taalanalyse afgaan. Zo nodig moet de minister TOELT een reactie vragen op wat over de taalanalyse is aangevoerd.

Het rapport van TOELT

5.3.

Zoals hierboven weergegeven heeft TOELT in haar rapport van 23 december 2024 geconcludeerd dat het Somalisch van eiseres eenduidig niet kan worden herleid tot de gestelde spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië en dat het niet aannemelijk is dat eiseres hier langere tijd heeft verbleven. Het Somalisch van eisers komt, aldus TOELT, in zijn geheel overeen met het Somalisch zoals dat gangbaar is in Noord-Somalië.

Het rapport van Verified

5.4.

In haar rapport van 10 februari 2026 over de taalanalyse van TOELT komt Verified tot de conclusie dat de taalanalyse van TOELT onnauwkeurig en onvoldoende gemotiveerd is, omdat het geen rekening houdt met een aantal relevante factoren. Zo wordt Noord-Somalisch volgens vakliteratuur niet uitsluitend in het Noorden van Somalië gesproken. In het herkomstgebied van eiseres spreekt 40% van de bevolking Noord-Somalisch. Daarnaast kan de taal van eiseres beïnvloed zijn door haar noordelijke minderheidsclanachtergrond. Ook zijn er elementen van het meest wijdverspreide Zuid-Somalische dialect aanwezig in de taal van eiseres. Ten slotte verliet eiseres Somalië op een leeftijd waarop zij nog een dialect kon aanleren, namelijk toen zij dertien was.

Het weerwoord van TOELT

5.5.

In het weerwoord van 10 maart 2026 reageert TOELT op het rapport van Verified, waarbij zij haar conclusies in de taalanalyse handhaaft. TOELT stelt zich allereerst op het standpunt dat het rapport van Verified geen eigen conclusie bevat over de herkomst van eiseres, en daarom niet als een contra-expertise kan worden aangemerkt. Daarnaast is het volgens TOELT niet relevant dat Noord-Somalisch niet alleen in het noorden van Somalië wordt gesproken, omdat volgens vakliteratuur uitsluitend Zuid-Somalisch wordt gesproken in het specifieke gestelde herkomstgebied van eiseres. Dat 40% van de bevolking in eiseres’ herkomstgebied Noord-Somalisch zou spreken, is gebaseerd op een survey die niets kan zeggen over de daadwerkelijke situatie van gesproken Somalisch in Somalië. Verder doet Verified onverifieerbare beweringen over de persoonlijke leefomstandigheden van eiseres om haar noordelijke spraak te verklaren. Ten slotte komen de door Verified genoemde noordelijke kenmerken in de taal van eiseres voor in zowel noordelijke als zuidelijke dialecten van het Somalisch, zodat de aanwezigheid van deze elementen in iemands taal niet diagnostisch is voor de herkomst van de betreffende persoon.

Het oordeel van de rechtbank

5.6.

De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft de herkomst van eiseres terecht ongeloofwaardig gevonden. De rechtbank volgt de minister namelijk in zijn standpunt dat eiseres er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat zij uit Miirtuugo in Zuid-Somalië afkomstig is. De minister heeft zich daarbij ook terecht gebaseerd op de uitkomst van de taalanalyse van TOELT. Vooropgesteld wordt dat het – gelet op het onder 5.1 weergegeven kader – niet onmiddellijk relevant is of het rapport van Verified een eigen, duidelijke conclusie bevat over de herkomst van eiseres en om die reden wel of niet zou kunnen worden aangemerkt als een contra-expertise. (Voetnoot 9) Van belang is of eiseres concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht die twijfel zaaien over de taalanalyse van TOELT. Hoewel eiseres met het rapport van Verified dergelijke concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht, is de rechtbank van oordeel dat het weerwoord van TOELT die gewekte twijfels overtuigend heeft weerlegd. Zo heeft TOELT voldoende gemotiveerd dat uit wetenschappelijk verantwoorde bronnen – waar Verified zich ook deels op baseert – duidelijk kan worden afgeleid dat uitsluitend Zuid-Somalisch (Benadiri) gangbaar is in het specifieke herkomstgebied van eiseres, terwijl Verified in haar rapport niet met dergelijke bronnen aannemelijk maakt dat die dialectsituatie inmiddels zou zijn veranderd. TOELT heeft ook gemotiveerd en onweersproken gesteld dat Verified het voorkomen van Noord-Somalisch in het gestelde herkomstgebied van eiseres baseert op een survey waarvan de respondenten grotendeels buiten Somalië woonden, zodat hun afkomst en achtergrond niet geverifieerd is. Ook heeft TOELT erop gewezen dat CLEAR Global – de organisatie achter de survey – geen inzicht geeft in de gegevens die ten grondslag liggen aan de resultaten van de survey of een uitleg over de gebruikte wetenschappelijke methodiek, en dat CLEAR Global duidelijk aangeeft dat de resultaten van de survey slechts indicatief zijn en niet de werkelijke gesproken taalsituatie in Somalië weergeven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat TOELT voldoende heeft gemotiveerd dat op basis van de survey geen conclusies kunnen worden getrokken over de distributie of vitaliteit van de in het dagelijks leven gesproken dialecten in Somalië. Verder heeft TOELT voldoende gemotiveerd dat het onaannemelijk is dat de spraak van eiseres geheel ondergesneeuwd zou raken door contact met sprekers van andere Somalische dialecten na haar vertrek uit Somalië. TOELT heeft er namelijk op gewezen dat de vormende jaren voor het leren van de moedertaal tussen het eerste en vijftiende levensjaar ligt, en eiseres voor het overgrote deel van die jaren in Miirtuugo stelt te hebben verbleven. Daarbij heeft TOELT terecht opgemerkt dat de invloed van de door Verified genoemde factoren op de spraak van eiseres, zoals het contact met sprekers van andere dialecten en de noordelijke clanachtergrond, hoe dan ook onverifieerbaar zijn. Over de door Verified genoemde kenmerken van Benadiri in de spraak van eiseres heeft TOELT voldoende gemotiveerd gesteld dat die kenmerken voorkomen in zowel noordelijke als zuidelijke dialecten van het Somalisch, zodat ze niet kunnen worden gebruikt om iemands herkomst te bepalen. Daarbij heeft TOELT ook opgemerkt dat Verified het ruime aantal spraakvoorbeelden in het rapport van TOELT onbesproken en dus onweerlegd laat, terwijl Verified anderzijds geen substantieel aantal solide voorbeelden van typisch zuidelijk taalgebruik in de spraak van eiseres naar voren brengt. Ten slotte slaagt eiseres’ betoog dat taalanalyses niet altijd een passend hulpmiddel zijn ook niet. Uit het voorgaande blijkt immers dat TOELT op basis van wetenschappelijke bronnen concreet en voldoende gemotiveerd is ingegaan op de argumenten die Verified aan haar analyse ten grondslag heeft gelegd, waarbij moet worden opgemerkt dat haar argumenten zelf óók deels gebaseerd zijn op die wetenschappelijke bronnen. De enkele stelling dat het wetenschappelijk onderzoek naar het Somalisch en zijn dialecten beperkt en verouderd is, is te algemeen om aan de weerleggingen van TOELT af te doen. Dat het niet altijd op zou gaan dat iemand die zijn jonge jaren in een bepaald gebied heeft doorgebracht een gangbaar dialect uit dat gebied zal spreken, wordt om dezelfde reden niet gevolgd door de rechtbank. Daar komt bij dat de enkele mogelijkheid dat een persoon ondanks langdurig verblijf in het herkomstgebied een ander dialect spreekt dan aldaar gangbaar is, geen verklaring biedt voor de constatering van TOELT dat de spraak van eiseres in zijn geheel overeenkomt met het Noord-Somalisch en eenduidig geen kenmerken bevat van het Zuid-Somalisch. Ten slotte blijkt uit het rapport van de taalanalyse van TOELT dat deze onderworpen is geweest aan de controle van een linguïst en dat het werk van taalanalisten aan een voortdurende kwaliteitscontrole is onderworpen. Ook is de taalanalist blijkens het rapport afkomstig uit Zuid-Somalië, is Somalisch zijn moedertaal, is hij uitgebreid getest en heeft hij zich in staat getoond om verschillende varianten van het Somalisch te beoordelen en te herleiden.

5.7.

Bovendien heeft de minister zich tijdens de zitting terecht op het standpunt gesteld dat eiseres ook met haar verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij uit Miirtuugo afkomstig is, nu zij oppervlakkig en summier over haar omgeving heeft verklaard. Zo wist eiseres niet welke plaats in de omgeving van Miirtuugo het meest dichtbij lag of hoe de school in het dorp heette. Ook wist eiseres niet of er een stalen toren of rotondes in Miirtuugo aanwezig zijn. (Voetnoot 10) Gelet op de verklaring van eiseres dat zij in Miirtuugo is opgegroeid en er tot aan haar vertrek in 2023 heeft gewoond, (Voetnoot 11) heeft de minister dit terecht onvoldoende gevonden. Dat de hoormedewerker tijdens het gehoor aangaf voldoende te weten over de woonplaats van eiseres – waar de gemachtigde van eiseres ter zitting op heeft gewezen – doet hier niet aan af. Daarmee is immers niet gezegd dat eiseres toereikend heeft verklaard.

Heeft de minister het gedwongen huwelijk terecht ongeloofwaardig gevonden?

6. Eiseres betoogt dat de minister haar gedwongen huwelijk met een lid van Al-Shabaab ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Naar eigen zeggen heeft eiseres hierover gedetailleerde, consistente verklaringen afgelegd. Dat de minister de herkomst van eiseres niet gelooft kan afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van dit asielmotief, maar is niet doorslaggevend. Daar komt bij dat Al-Shabaab ook ten noorden van Mogadishu gebieden onder hun controle hebben. (Voetnoot 12)

6.1.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft het gedwongen huwelijk van eiseres met een lid van Al-Shabaab terecht ongeloofwaardig gevonden. Onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Afdeling (Voetnoot 13) heeft de minister terecht gesteld dat de problemen van eiseres in verband met de uithuwelijking slechts betekenis hebben tegen de achtergrond van de herkomst van eiseres uit Zuid-Somalië, nu de gestelde problemen zich daar zouden hebben voorgedaan. Onder 5 tot en met 5.7 is geoordeeld dat de minister de herkomst van eiseres uit Miirtuugo in Zuid-Somalië terecht ongeloofwaardig heeft gevonden. De rechtbank volgt de minister er dan ook in dat de problemen die zij daar stelt te hebben gehad ook ongeloofwaardig zijn, en dat een verdere beoordeling van de geloofwaardigheid achterwege kon blijven.

Loopt eiseres een reëel risico op ernstige schade vanwege het feit dat zij niet besneden is?

7. Aangezien de minister naar aanleiding van het medisch onderzoek alsnog geloofwaardig heeft geacht dat eiseres niet besneden, is de rechtbank van oordeel dat er een motiveringsgebrek aan het besluit kleeft, zodat het beroep om die reden slaagt en het bestreden besluit moet worden vernietigd. De minister heeft zich vervolgens echter op het standpunt gesteld dat eiseres geen reëel risico op ernstige schade loopt vanwege het feit dat zij niet besneden is. De rechtbank beoordeelt hierna of de minister met zijn aanvullende motivering terecht en voldoende gemotiveerd tot die conclusie is gekomen, en dus of er aanleiding bestaat om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Dit doet de rechtbank aan de hand van het betoog dat eiseres daartegen naar voren heeft gebracht.

Het betoog van eiseres

7.1.

Eiseres betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat zij geen reëel risico loopt op ernstige schade omdat zij niet besneden is. Gelet op het feit dat vrijwel alle vrouwen tussen de 15 en 49 jaar besneden zijn, het feit dat besnijdenis een algemene praktijk is in Somalië en er een grote sociale druk bestaat waar moeilijk aan te ontkomen is – wat de minister in het voornemen zelf heeft gesteld – kan eiseres niet volgen hoe de minister nu tot de conclusie komt dat er geen risico is dat eiseres alsnog zal worden besneden, temeer nu uit de door de minister aangehaalde informatie blijkt dat 28% van de vrouwen na de leeftijd van 9 jaar wordt besneden. Ook zal de moeder van eiseres het besnijden van eiseres niet tegen kunnen houden. Haar moeder heeft dit bij haar zus immers ook niet kunnen voorkomen. In het voornemen heeft de minister dat ook aangehaald om het relaas van eiseres op dit punt ongeloofwaardig te achten, maar de minister draait het nu om. Dat eiseres zich heeft kunnen onttrekken aan de besnijdenis, biedt ook geen enkele garantie voor de toekomst. Eiseres verwijst hierbij naar COI Focus Somalië. Daarnaast betekent het feit dat eiseres – als meisje van (destijds) 13 – niet concreet kon maken wat besnijdenis is, niet dat er geen sprake is van een vrees. Eiseres heeft ook verklaard dat haar moeder haar om deze reden uit het land heeft laten vertrekken. Bovendien kunnen zowel eiseres als de minister niet om de hoge percentages omtrent besnijdenis heen. De minister werpt dan ook ten onrechte tegen dat er geen concrete vrees naar voren is gekomen. Verder loopt eiseres – zoals de minister zelf opmerkt – niet minder risico dan andere vrouwen op besnijdenis door socio-economische, geografische of opleidingsgerelateerde omstandigheden. Ook is duidelijk dat besnijdenis niet wordt gestraft. Eiseres verwijst verder naar een Country Policy and Information Note van het UK Home Office (Voetnoot 14) en naar een Country Guidance van EUAA. (Voetnoot 15) Daaruit blijkt dat een onbesneden, ongehuwde Somalische vrouw tot 39 jaar een reëel risico op besnijdenis loopt, en bij meisjes die geen besnijdenis hebben ondergaan er over het algemeen een gegronde vrees voor vervolging bestaat in heel Somalië. Tot slot verwijst eiseres naar een rapport van de Danish Immigration Service (DIS) (Voetnoot 16), waarin staat dat meisjes die geen besnijdenis hebben ondergaan het risico lopen door de omringende samenleving te worden gemarginaliseerd, omdat zij als onrein en immoreel worden beschouwd.

Het juridisch kader

7.2.

In de uitspraken van 12 juni 2015 (Voetnoot 17) en van 24 augustus 2022 (Voetnoot 18) heeft de Afdeling het volgende overwogen. In algemene landeninformatie van landen waar vrouwelijke genitale verminking een cultureel verschijnsel is, wordt veelal geschreven over een percentage van de vrouwelijke bevolking dat besneden is. Soms wordt dit percentage verder uitgewerkt per bevolkingsgroep of toegespitst op vrouwen uit een specifieke regio. Hoewel niet zonder betekenis is zo'n percentage op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat een vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico loopt op besnijdenis. Er zijn namelijk daarnaast nog veel verschillende andere factoren die het risico op besnijdenis in een individueel geval kunnen vergroten of juist verkleinen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de voorkeur van de ouders, de vraag of andere vrouwelijke familieleden zijn besneden en de leeftijd van de desbetreffende vrouw. Aan de hand van de eigen verklaringen van een vreemdeling en de relevante landeninformatie moet de minister al deze verschillende factoren kenbaar en in onderlinge samenhang betrekken bij de besluitvorming. Op die manier kan de minister zich op een deugdelijk gemotiveerd standpunt stellen wat betreft de vraag of een reëel risico op besnijdenis aannemelijk is gemaakt.

Het oordeel van de rechtbank

7.3.

De rechtbank stelt voorop dat de minister eiseres’ gedwongen huwelijk met een Al-Shabaab-lid terecht ongeloofwaardig heeft gevonden, gelet op wat onder 6.1 is geoordeeld. Voor zover de vrees te worden besneden daaruit voortvloeit, heeft de minister de aannemelijkheid van die vrees dan ook niet hoeven beoordelen. Dat betekent dat alleen nog voorligt of eiseres in het algemeen een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië vanwege het feit dat zij niet besneden is.

7.4.

De rechtbank is van oordeel dat de aanvullende motivering van de minister de conclusie kan dragen dat eiseres haar vrees voor besnijdenis bij terugkeer naar Somalië niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank ziet dus aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Hiertoe overweegt zij als volgt. Allereerst heeft de minister terecht meegewogen dat eiseres heeft verklaard dat haar moeder niet achter besnijdenis staat, nu uit landeninformatie blijkt dat moeders (en grootmoeders) een sterke, bepalende, stem hebben in de besnijdenis van meisjes. (Voetnoot 19) De stelling van eiseres dat haar moeder haar niet voor besnijdenis zou kunnen behoeden omdat zij dit bij haar zus ook niet heeft kunnen voorkomen, wordt niet gevolgd door de rechtbank. Eiseres’ gedwongen huwelijk met een man van Al-Shabaab heeft de minister immers terecht ongeloofwaardig gevonden, en dus ook dat eiseres’ zus vóór haar huwelijk aan diezelfde man is besneden en daaraan is overleden. Ook heeft de minister in dit verband terecht betrokken dat ook de grootmoeder van eiseres er niet voor heeft gezorgd dat zij besneden is toen zij nog in Somalië verbleef. Verder heeft de minister er terecht op gewezen dat eiseres niet concreet heeft kunnen verklaren over haar vrees voor besnijdenis. Over de praktijk van besnijdenis heeft eiseres alleen verklaard dat het slecht is, dat het medische problemen veroorzaakt en dat haar zus en haar moeder haar er niet veel over vertelden. (Voetnoot 20) Hoewel dat niet betekent dat de vrees voor besnijdenis niet bestaat, heeft de minister dit terecht in het nadeel van eiseres meegewogen bij de beoordeling van de aannemelijkheid van die vrees. Aangezien eiseres voor besnijdenis stelt te vrezen bij terugkeer naar Somalië, mag de minister namelijk van eiseres verwachten dat zij meer over de praktijk zou kunnen verklaren en waarom ze ervoor vreest. Uit eiseres’ verklaringen blijkt ook onvoldoende duidelijk van wie er een concrete dreiging van besnijdenis uitgaat. (Voetnoot 21) Ten slotte heeft de minister er terecht op gewezen dat eiseres zich – ondanks de grote sociale druk die er in Somalië rondom besnijdenis bestaat – tot aan haar vertrek op haar dertiende kennelijk aan de praktijk van besnijdenis heeft kunnen onttrekken, terwijl uit de landeninformatie volgt dat veruit de meeste vrouwen in Somalië juist al tussen de leeftijd van 5 en 9 jaar worden besneden. (Voetnoot 22) Eiseres heeft dus klaarblijkelijk kunnen ontkomen aan besnijdenis, zelfs toen zij op veruit de meest gangbare leeftijd was om in Somalië te worden besneden. Weliswaar betekent dat op zich niet dat eiseres in de toekomst niet zou kunnen worden besneden, maar uit de verklaringen van eiseres blijkt ook niet waarom zij zich niet zou kunnen blijven onttrekken aan besnijdenis bij terugkeer. De minister heeft dit dan ook terecht in het nadeel van eiseres meegewogen bij de aannemelijkheid van haar vrees. Dat onbesneden meisjes en vrouwen volgens landeninformatie over het algemeen een reëel risico op besnijdenis lopen, leidt niet tot een ander oordeel. Dat dat risico er over het algemeen is, betekent immers niet dat er geen sprake kan zijn van individuele omstandigheden die de conclusie in individuele gevallen anders kunnen maken. Uit het voorgaande blijkt dat de minister verschillende individuele factoren kenbaar heeft meegewogen in zijn beoordeling van de aannemelijkheid van eiseres’ vrees. Op grond van die omstandigheden is hij terecht tot de conclusie gekomen dat eiseres – ondanks de algemene aannemelijkheid van het risico op besnijdenis – de vrees voor besnijdenis bij terugkeer naar Somalië in haar geval niet aannemelijk heeft gemaakt.

Verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuld-beleid voor AMV

8. Eiseres heeft in haar beroepsgronden een aantal argumenten naar voren gebracht in het kader van de verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuld-beleid voor AMV. De rechtbank zal hier echter niet op ingaan, aangezien de minister nog aan het onderzoeken is of eiseres adequate opvang heeft in Somalië.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond, omdat de minister in beroep heeft erkend dat eiseres besneden is. Maar omdat de minister terecht en voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat eiseres alsnog geen reëel risico loopt te worden besneden bij terugkeer naar Somalië, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Eiseres krijgt dus geen gelijk.

9.1.

De rechtbank zal de minister wel veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten van eiseres. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.335,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de nadere zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;

veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.335,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoot

Voetnoot 1

ABRvS 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2015:4061.

Voetnoot 2

Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) zoals dat luidde tot 12 juni 2026.

Voetnoot 3

Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000 zoals dat luidde tot 12 juni 2026.

Voetnoot 4

Artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw 2000 zoals dat luidde tot 12 juni 2026.

Voetnoot 5

Rb. Den Haag, (zp. Utrecht) 18 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4505, r.o. 10.3.

Voetnoot 6

Eiseres verwijst naar de artikelen “Brandbrieven Tweede Kamer” van WE ARE HERE ([website 1]) en “Language cannot determine origin” van het Department of Linguistics and Scandinavian Studies ([website 2]). Ook noemt zij het artikel “Taalanalyse bij Somalische asielzoekers: ondeugdelijk en surrealistisch” van [persoon A] uit 2013.

Voetnoot 7

Zie ABRvS 16 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM2266.

Voetnoot 8

Zie onder andere ABRvS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:197 en ABRvS 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:490.

Voetnoot 9

Zie ook ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2590.

Voetnoot 10

Verslag van het aanmeldgehoor van 18 juli 2024, pagina 14.

Voetnoot 11

Idem, pagina’s 5 en 12.

Voetnoot 12

Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiseres naar de internetpagina “1.2.1. Territorial control maps” van de European Union Agency for Asylum ([website 3]).

Voetnoot 13

ABRvS 24 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4061.

Voetnoot 14

Home Office, “Country Policy and Information Note; Somalia: Women fearing gender based violence”, van april 2018.

Voetnoot 15

EUAA, “Country Guidance: Somalia”, van augustus 2023.

Voetnoot 16

Danish Immigration Service, “Somalia; Female Genital Mutilation (FGM)”, van februari 2021.

Voetnoot 17

ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2004 en ECLI:NL:RVS:2015:2005.

Voetnoot 18

ABRvS 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2430.

Voetnoot 19

COI Focus, “Somalië; Vrouwelijke genitale verminking (VGV)”, van 20 februari 2025, pagina 28.

Voetnoot 20

Verslag van het nader gehoor van 20 november 2024, pagina 15.

Voetnoot 21

Idem, pagina 23.

Voetnoot 22

COI Focus, “Somalië; Vrouwelijke genitale verminking (VGV)”, van 20 februari 2025, pagina 2.