Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:20498

Op 20 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.25605, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:20498. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.25605
Datum uitspraak:
20 July 2026
Datum publicatie:
23 July 2026

Indicatie

Tweede beroep niet tijdig, nareis, 8 EVRM, afwijzing verzoek vrijstelling griffierecht, aangetekende griffierechtnota bezorgd, griffierecht te laat betaald, beroep niet-ontvankelijk

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.25605

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 4 november 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel – 8 EVRM (hierna: de aanvraag). Eiser stelt nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 200,-.

3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan eiser niets kan doen.

4. Eiser heeft aangevoerd dat hij het griffierecht niet kan betalen. De rechtbank heeft eiser op 6 mei 2026 een brief gestuurd met daarin het verzoek om binnen twee weken aanvullende gegevens over zijn inkomen en vermogen aan te leveren. Er is geen reactie

1. ECLI:NL:RBDHA:2025:23415.

gekomen op deze brief. De rechtbank heeft eiser daarom op 26 mei 2026 schriftelijk laten weten zijn verzoek tot vrijstelling van de verplichting tot het betalen van griffierecht af te wijzen.

5. De rechtbank heeft eiser op 2 juni 2026 een aangetekende nota verstuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen. In deze nota staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet tijdig betaalt. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de nota op 4 juni 2026 om 13.45 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.

6. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Eiser heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.

7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak doen over het beroep. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb).

8. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.

9. Omdat eiser het griffierecht alsnog wel heeft betaald, maar dus te laat, zal dit aan hem worden terugbetaald.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

20 juli 2026

Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.