Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:21402

Op 27 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.39324, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:21402. De plaats van zitting was Haarlem.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.39324
Datum uitspraak:
27 July 2026
Datum publicatie:
31 July 2026

Indicatie

De maatregel van vreemdelingenbewaring is rechtmatig. Er zijn voldoende gronden voor de bewaring. Eiseres heeft niet met medische stukken onderbouwd dat zij vanwege psychische problemen en haar leeftijd niet in detentie kan verblijven. Verweerder handelt voldoende voortvarend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.39324

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres,

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. S. Jankie),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. van Midden).

Procesverloop

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 14 juli 2026 heeft verweerder aan eiseres de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Dit beroep is ook een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 20 juli 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek na de behandeling op zitting gesloten.

Overwegingen

Waarover gaat deze uitspraak?

1. De rechtbank beoordeelt of verweerder aan eiseres, die stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1955, de maatregel van bewaring als bedoeld in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) heeft kunnen opleggen. De rechtbank is van oordeel dat dit wel het geval is. Het beroep is ongegrond. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Welke gronden liggen ten grondslag aan de maatregel van bewaring?

2. Verweerder heeft aan eiseres de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat er een onderduikrisico bestaat en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

2.1.

In de maatregel heeft verweerder als gronden voor het aannemen van een onderduikrisico, zoals die zijn genoemd in artikel 5.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), vermeld dat eiseres:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen of een poging daartoe heeft gedaan, waarbij zij zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;p. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

2.2.

De rechtbank stelt vast dat eiseres de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden niet betwist. Ook ambtshalve toetsend is de rechtbank van oordeel dat er voldoende gronden zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen.

Is eiseres detentieongeschikt?

3. Eiseres voert aan dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom geen lichter middel is toegepast. Volgens haar is de maatregel van bewaring onevenredig bezwarend vanwege haar psychische problemen en hoge leeftijd.

3.1.

De rechtbank volgt eiseres niet. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen medische stukken heeft overgelegd. Dat eiseres vanwege psychische problemen en haar leeftijd niet in detentie kan verblijven, heeft zij dus niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.

Werkt verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiseres?

4. Eiseres betwist dat verweerder voldoende voortvarend aan haar uitzetting werkt. Volgens eiseres heeft verweerder sinds haar inbewaringstelling op 14 juli 2026 geen handelingen gericht op haar uitzetting verricht.

4.1.

De rechtbank volgt eiseres niet. Daarbij stelt zij voorop dat eiseres op het moment van het sluiten van het onderzoek slechts zes dagen in bewaring zat. Ter zitting heeft verweerder bovendien toegelicht dat de aanvraag van een laissez-passer al was opgestart. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te oordelen dat verweerder onvoldoende voortvarend zou handelen. De beroepsgrond slaagt niet.

Ziet de rechtbank nog andere redenen voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is?

5. Ook ambtshalve toetsend is de rechtbank niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot aan het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig is geweest. Er is ook niet gesteld of gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiseres of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen haar terugkeer.

Wat is de conclusie?

6. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. J.E.C. de Groot, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.