uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44206
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.J.M. Mohrmann),
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. P. Loijenga).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw1. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft namelijk de identiteit van eiser en de gestelde problemen met de familie [naam 1] ongeloofwaardig mogen vinden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1979. De minister heeft met het bestreden besluit van 9 september 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep2, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Yuksel als tolk en de gemachtigde van de minister.
1. Vreemdelingenwet 2000.
2 Geregistreerd onder zaaknummer NL25.44207, hierop wordt bij aparte uitspraak beslist.
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
Wat is het asielrelaas van eiser?
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. De oom van eiser, [naam 2] , is in 2005 vermoord door de familie [naam 1] . Doordat het moordonderzoek werd beïnvloed door deze familie, heeft eiser informatie over de daders doorgegeven aan de autoriteiten. De politie heeft naar aanleiding daarvan een aantal mensen gearresteerd. Sindsdien wordt eiser bedreigd door de familie [naam 1] . In 2014 hebben leden van deze familie kokend water over hem heen gegooid en in 2022 hebben zij eiser geprobeerd te doden door hem in elkaar te slaan.
Wat is het standpunt van de minister in het bestreden besluit?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
- de problemen met de familie [naam 1] naar aanleiding van de moord op de oom van eiser.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn, maar dat de identiteit van eiser ongeloofwaardig is. Ten aanzien van dit asielmotief werpt de minister tegen dat zijn verklaringen hieromtrent geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen (artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw), dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daar geen goede verklaring voor heeft (artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw) en eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd (artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw).
De problemen met de familie [naam 1] naar aanleiding van de moord op de oom van eiser zijn volgens de minister ook ongeloofwaardig. Ten aanzien van dit asielmotief werpt de minister tegen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen (artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw), dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend (artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw) en dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd (artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw). De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond3.
Heeft de minister de identiteit van eiser ongeloofwaardig mogen vinden?
Wat is het betoog van eiser?
5. Eiser voert aan dat zijn identiteit ten onrechte ongeloofwaardig is geacht. Eiser heeft niet tegenstrijdig verklaard over zijn Turkse identiteitskaart. De begrippen paspoort en identiteitskaart zijn namelijk door elkaar gehaald. Gelet op de samenwerkingsverplichting kan de minister zo nodig in Griekenland onderzoek doen om de twijfel over de identiteit weg te nemen. Griekenland zal, omdat eiser een asielprocedure in Nederland is gestart, de originele documenten niet aan hem willen retourneren. Eiser heeft zijn identiteit naar zijn vermogen aannemelijk gemaakt met kopieën van de Turkse identiteitskaart en een familie-uittreksel. Ten onrechte zijn deze buiten de beoordeling gelaten. Ook zijn de Kimlik-gegevens uit E-Devlet niet bij de beoordeling betrokken. De gegevens die hieruit volgen zijn strikt persoonsgebonden. Hieruit blijkt dan ook dat eiser zegt wie hij stelt te zijn.
3 Op grond van artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw.
5.1.
Eiser voert daarnaast aan dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij geen goede verklaring heeft voor het feit dat hij zich te laat heeft gemeld voor zijn asielaanvraag en dat hij in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Volgens eiser is hij door kennissen misleid en heeft hij verkeerde informatie van hen gekregen. Als dit niet het geval was geweest, had hij zich uiteraard in Ter Apel aangemeld en zich niet, pas na een maand, met valse papieren geïdentificeerd bij de gemeente.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister de gestelde identiteit van eiser op goede gronden ongeloofwaardig heeft gevonden. Eiser heeft wel degelijk tegenstrijdig verklaard over de afwezigheid van zijn Turkse identiteitskaart. Tijdens de zitting heeft eiser de tegenstrijdigheden niet kunnen wegnemen, omdat hij nog steeds niet heeft verklaard wat er precies is gebeurd met zijn identiteitsdocumenten.
Daarnaast is de stelling van eiser dat de Griekse autoriteiten zijn identiteitsdocumenten niet terug willen geven onvoldoende onderbouwd. Eiser heeft immers niet zelf geprobeerd om deze documenten terug te krijgen.
Uit de kopie van de ID-kaart is niet op te maken dat dit eiser betreft en het familie-uittreksel is op zichzelf geen identificerend document.
De minister heeft ook van belang kunnen vinden dat de overgelegde Kimlik-gegevens geen identificerende gegevens zijn. Tijdens de zitting heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat er gegevens op staan, maar dat het onduidelijk blijft of dit de gegevens van eiser zijn. De stelling van eiser dat deze gegevens strikt persoonsgebonden zijn en alleen kunnen worden opgevraagd als deze van hem zijn, is niet onderbouwd.
De rechtbank is het ook met de minister eens dat eiser geen goede verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en dat zijn handelen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn relaas. Eiser is op 16 juli 2023 aangekomen in Nederland en heeft zich pas op 29 september 2023 gemeld voor asiel. In plaats van zich te melden voor asiel is eiser na een maand illegaal verblijf naar de gemeente gegaan met een valse ID-kaart om zich daar in te schrijven voor een woning. Eiser wordt hier uiteindelijk voor veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken. Toen men eiser wilde uitzetten naar Turkije heeft eiser voor het eerst aangegeven asiel te willen aanvragen en hij heeft zich uiteindelijk op 29 september 2023 gemeld voor asiel. De stelling van eiser dat hij zou zijn misleid door anderen en dat als zij hem niet de verkeerde informatie hadden gegeven hij niet met valse papieren naar de gemeente zou zijn gegaan, verklaart niet waarom eiser zich niet in de maand daarvoor bij Ter Apel of de gemeente heeft gemeld om asiel aan te vragen. Dit had wel van eiser verwacht mogen worden. Op zitting is ook niet duidelijk geworden waarom eiser dat niet heeft gedaan. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft de minister de problemen met de familie [naam 1] ongeloofwaardig mogen vinden?
Wat is het betoog van eiser over de correcties en aanvullingen?
6. Eiser voert aan dat de correcties en aanvullingen op het rapport van het nader gehoor onvoldoende zijn meegenomen in de besluitvorming. Deze correcties en aanvullingen hadden juist tot de conclusie moeten leiden dat eiser wel degelijk overtuigend over de dreigementen van de familie [naam 1] heeft verklaard.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6.1.
De rechtbank merkt in de eerste plaats op dat het de verantwoordelijkheid van gemachtigde is om de correcties en aanvullingen op tijd aan te leveren. Daarnaast zijn de correcties en aanvullingen ook grotendeels opgenomen in de zienswijze en heeft de minister
deze betrokken in de besluitvorming. Dat deze niet tot de voor eiser gewenste uitkomst heeft geleid maakt niet dat sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding of een gebrek in het besluit. De rechtbank verwijst ook naar wat hierna wordt overwogen over de gestelde problemen met de familie [naam 1] . De correcties en aanvullingen hoefden voor de minister niet tot een andere beslissing te leiden. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Wat is het betoog van eiser over de gestelde problemen met de familie [naam 1] ?
7. Eiser stelt dat het medische bewijs met betrekking tot de klaplong zijn relaas ondersteunt. Hij heeft de klaplong namelijk opgelopen door de mishandeling. De exacte oorzaak is in medisch opzicht niet relevant en hierdoor niet opgenomen in de medische gegevens. Dit is eiser niet tegen te werpen. Ook voert eiser aan dat hij zich waarschijnlijk heeft vergist als het gaat om het jaar waarin de mishandeling heeft plaatsgevonden. Eiser stelt tijdens het nader gehoor dat hij de leden van de familie is tegengekomen tijdens de coronapandemie. Deze was in 2020, net zoals de behandeling van de klaplong. Eiser voert daarnaast aan dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat de familieband met zijn oom [naam 2] niet aannemelijk is gemaakt. Eiser verwijst daarvoor naar wat hij heeft aangevoerd over de ongeloofwaardigheid van zijn identiteit. Tot slot voert eiser aan dat hij niet wisselend heeft verklaard over de intenties van de familie [naam 1] . Eiser weet van de intenties na de begrafenis van [naam 2] . Verder verwijst eiser naar wat in de zienswijze hierover naar voren is gebracht. Wat betreft de verwijzing naar de maffia stelt eiser nogmaals dat de familieband met zijn oom voldoende is aangetoond. De vermoedens van eiser dat hij te maken heeft met de maffia volgt niet alleen uit de dood van zijn oom, maar ook uit de opvolgende intimidaties, bedreigingen en mishandelingen door de familie [naam 1] .
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen met de familie [naam 1] op goede gronden ongeloofwaardig heeft bevonden. Niet ter discussie staat dat eiser is behandeld voor een klaplong. Uit de stukken blijkt echter niet dat de klaplong is veroorzaakt door de mishandeling. Dit betekent dat de link met de mishandeling ontbreekt. Tijdens de zitting stelt eiser dat hij zich moet hebben vergist in het jaar waarin de mishandeling heeft plaatsgevonden. Volgens eiser moet het in het begin van 2020 hebben plaatsgevonden toen de coronapandemie was uitgebroken. Dit maakt volgens eiser duidelijk dat er een causaal verband bestaat tussen de mishandeling en de ziekenhuisopname. De rechtbank volgt deze eerst ter zitting naar voren gebrachte correctie niet. De rechtbank acht daarbij relevant dat deze correctie niet is opgenomen in de correcties en aanvullingen en ook niet in de zienswijze, terwijl dit wel voor de hand had gelegen. Bovendien was in 2021 en 2022 ook nog sprake van de coronapandemie en had de mishandeling ook na de behandeling van de klaplong plaats kunnen vinden. De link tussen de gestelde mishandeling en de klaplong is dus nog steeds niet aannemelijk gemaakt.
Ook heeft de minister terecht tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn identiteit en de familieband met zijn oom hierdoor niet geloofwaardig is. De rechtbank verwijst hiervoor naar wat in 5.2. daarover is opgenomen. De door eiser ingebrachte stukken omtrent de moord op [naam 2] , kunnen hem daarom niet baten. Daarbij komt dat de moordenaars uit die documenten, niet de mannen zijn tegen wie eiser aangifte heeft gedaan. De link tussen de familie [naam 1] en de moord op [naam 2] ontbreekt eveneens.
Verder is de rechtbank het met de minister eens dat eiser summier en wisselend heeft verklaard de dreigementen en de intenties van de familie [naam 1] . Eiser heeft de gestelde bedreigingen niet geconcretiseerd. De minister heeft verder van belang kunnen vinden dat eiser heeft gesteld twintig jaar lang problemen te hebben gehad met deze familie en dat zij
hem meerdere keren hebben bedreigd met de dood, maar dat de dreigementen in deze lange periode niet zijn uitgevoerd, ook niet op momenten dat de familie daar, uitgaande van eisers verklaringen, wel de kans toe had. De stelling van eiser dat hij vermoedt met de maffia te maken te hebben is niet onderbouwd. De minister heeft verder ook ten aanzien van de gestelde problemen met de familie [naam 1] van belang mogen vinden dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn relaas. De rechtbank verwijst hiervoor naar wat in 5.2 daarover is opgenomen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.