Procesverloop
Procesverloop
Verweerder heeft op 16 mei 2026 aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw (Voetnoot 1) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft een kennisgeving voortduren vreemdelingenbewaring aan de rechtbank gezonden. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Eiser heeft ook verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 4 augustus 2026 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1981 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van vreemdelingenbewaring al eerder heeft getoetst. (Voetnoot 2) Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van vreemdelingenbewaring rechtmatig is vanaf het moment van sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 27 mei 2026.
4. Eiser stelt in zijn reactie op de voortgangsrapportage dat hij niet kan betogen dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gewerkt aan zijn uitzetting of dat er geen zicht op uitzetting naar Algerije meer bestaat. Hij refereert zich dan ook aan het ambtshalve oordeel van de rechtbank.
5. De rechtbank volgt eiser hierin. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat verweerder in de te beoordelen periode drie maal schriftelijk heeft gerappelleerd over de lp (Voetnoot 3)-aanvraag bij de Algerijnse autoriteiten en dat er twee vertrekgesprekken zijn gevoerd met eiser. Daarnaast is hij schriftelijk gepresenteerd bij de ambassade van Algerije. Dit heeft ook geleid tot een mondelinge toezegging dat een lp zal worden afgegeven voor eiser. Verweerder moet de tijd gegund worden om de definitieve schriftelijke toezegging van de Algerijnse autoriteiten af te wachten. De rechtbank is verder van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Algerije in het algemeen, of in het bijzonder in het geval van eiser, is komen te ontbreken. De rechtbank wijst erop dat op eiser de verplichting rust om medewerking te verlenen aan zijn terugkeer. Uit het voortgangsrapport blijkt dat eiser niet heeft meegewerkt aan zijn presentatie op 8 juli 2026. De langere duur van de inbewaringstelling komt dan ook voor zijn eigen rekening en risico.
6. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel van vreemdelingenbewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 6 augustus 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.