Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:22402

Op 31 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.50300, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:22402. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL25.50300
Datum uitspraak:
31 July 2026
Datum publicatie:
11 August 2026

Indicatie

Regulier. Eiser heeft samen met zijn andere gezinsleden een aanvraag om gezinshereniging gedaan bij zijn broer in Nederland. De minister heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. Volgens de minister is geen sprake van beschermingswaardig familie- en gezinsleven. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat afwijzing van de aanvraag om gezinshereniging in stand kan blijven. De minister heeft de hoorplicht daarbij niet geschonden. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.50300

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [verweerder] , eiser

(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister eisers aanvraag voor gezinshereniging mocht afwijzen omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. Deze uitspraak gaat ook over de vraag of de minister de hoorplicht heeft geschonden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven en dat de hoorplicht niet is geschonden. Eiser krijgt geen gelijk. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Procesverloop

2. Eiser heeft samen met zijn andere gezinsleden een aanvraag voor gezinshereniging ingediend (een machtiging tot voorlopig verblijf) bij [referent] (referent). De minister heeft de aanvraag van eiser met het besluit van 30 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 september 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

4. De rechtbank heeft het beroep op 22 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

5. Eiser en zijn gezin hebben een aanvraag voor gezinshereniging ingediend bij de in Nederland wonende broer van eiser. Van zes van de acht gezinsleden is de aanvraag ingewilligd, waaronder van de ouders van eiser en zijn minderjarige broers en zussen. De aanvragen van eiser en zijn broer [naam] zijn afgewezen. Na het maken van bezwaar heeft de minister de aanvraag van [naam] alsnog ingewilligd. De minister heeft de afwijzing van eisers aanvraag met het bestreden besluit gehandhaafd.

6. De minister heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. Eiser voorziet namelijk in zijn eigen levensonderhoud en is voldoende zelfstandig. Tussen eiser en zijn ouders bestaat daarom geen beschermingswaardig familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wel bestaat er beschermingswaardig familie- en gezinsleven tussen eiser en zijn minderjarige broers en zussen. Dit is volgens de minister geen reden om de aanvraag in te willigen, omdat het belang van de Nederlandse staat bij de afwijzing van de aanvraag zwaarder weegt dan het belang van eiser en zijn minderjarige broers en zussen om hun familieleven in Nederland uit te oefenen.

Het standpunt van eiser

7. Eiser vindt dat wel sprake is van familie- en gezinsleven tussen hemzelf en zijn ouders. Eiser heeft in Syrië samen met zijn vader en broer [naam] in het levensonderhoud van het gezin voorzien. Eiser was dus niet alleen verantwoordelijk voor het onderhouden van het gezin. Verder heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het inkomen van eiser wisselend is en onvoldoende is om in zijn eigen onderhoud te voorzien. Daarnaast heeft de minister de hoorplicht geschonden omdat eiser niet is gehoord over zijn bezwaar en dit wel had gemoeten.

Het oordeel van de rechtbank

8. De rechtbank stelt voorop dat in beroep alleen in geschil is of is voldaan aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid en of de minister de hoorplicht heeft geschonden.

Het jongvolwassenenbeleid

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt mocht stellen dat geen sprake is van familie- en gezinsleven tussen eiser en zijn ouders, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. Eiser heeft verklaard dat hij sinds 2021 fulltime werkt na zijn studie en dat hij samen met zijn vader en broer in het onderhoud voorzag van een groot gezin van negen leden. (Voetnoot 1) Bovendien heeft eiser verklaard dat hij financieel voor zichzelf zou kunnen zorgen als dat zou moeten. (Voetnoot 2) Dat eisers inkomen wisselend is, staat er dus niet aan in de weg dat hij in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. Ten slotte zijn de andere gezinsleden van eiser naar Nederland gekomen, zodat eiser zijn inkomen niet hoeft te delen met zijn familie, en is niet gebleken dat eiser niet in zijn eigen onderhoud kan voorzien in Syrië.

De hoorplicht

10. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister de hoorplicht niet heeft geschonden, omdat de minister het bezwaar kennelijk ongegrond kon verklaren. Weliswaar is horen in bezwaar het uitgangspunt, maar eiser heeft in bezwaar geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die anders zijn dan bij de aanvraag. Eiser heeft daarmee geen nadere onderbouwing gegeven van zijn standpunt dat hij niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien en dat sprake is van familie- en gezinsleven met zijn ouders.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van zijn aanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr.B.J. van Rossum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Gehoor nareis van 9 januari 2025, p. 4.

Voetnoot 2

Gehoor nareis van 9 januari 2025, p. 8.