RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. El Assrouti),
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. H. Toonders).
Procesverloop
Procesverloop
Met het bestreden besluit van 6 augustus 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. (Voetnoot 1)
Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. Eiser heeft op 10 augustus 2026 zijn gronden van beroep ingediend. Verweerder heeft op 11 augustus 2026 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 11 augustus 2026 gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring
1. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid aanhef en onder a, van de Vw. In deze maatregel staat dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat er een onderduikrisico bestaat en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.
In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:
b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;
j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;
p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
2. De rechtbank stelt vast dat de gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen niet zijn betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden juist zijn en voor zover nodig voldoende zijn toegelicht in de maatregel. Deze gronden zijn voldoende om de maatregel van vreemdelingenbewaring te kunnen dragen. Dit maakt dat een risico op onderduiken gegeven is.Lichter middel
3. Eiser voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, omdat vreemdelingenbewaring als ultimum remedium geldt. Dat eiser zich eerder aan het toezicht heeft onttrokken, betekent niet dat er reden is om aan te nemen dat dit nu weer het geval zal zijn. Eiser zal meewerken aan de voorwaarden en gedurende de meldplicht verblijven bij zijn vader in [plaats], waardoor hij traceerbaar zal blijven. Eiser heeft hiermee een vaste woon- en verblijfplaats. Ook is in het algemeen en ten aanzien van de recent opnieuw ingediende asielaanvraag niet gebleken dat eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.
4. Anders dan eisers aanvoert heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast om het onderduikrisico te ondervangen. De enkele stelling dat eiser zich dit keer aan de voorwaarden zal houden en zal meewerken doet hieraan geen afbreuk. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat uit vaste jurisprudentie volgt dat sprake is van een vaste woon- of verblijfplaats indien de vreemdeling op een gesteld adres is ingeschreven in het BRP. (Voetnoot 2) Verweerder heeft zich onbetwist op het standpunt gesteld dat dit niet het geval is. Ook heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij anderszins beschikt over een plaats waar hij bestendig kan verblijven en dat eiser niet nader heeft onderbouwd dat hij bij zijn vader in [plaats] kan verblijven.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
5. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond voor het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. (Voetnoot 3)
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 11 augustus 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.