RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.G.A.M. Halfers),
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Ludwig).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en e, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend. (Voetnoot 1)
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2.
In deze uitspraak gebruikt de rechtbank de volgende afkortingen voor de wet- en regelgeving:
Vw: Vreemdelingenwet 2000
Vb: Vreemdelingenbesluit 2000
Procesverloop
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 10 juli 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
2.1.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. (Voetnoot 2)
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
3. Verweerder kan in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2°, van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer er sprake is van een onderduikrisico. (Voetnoot 3) Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig, als door middel van vreemdelingenbewaring de gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen worden verkregen en zich ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen. (Voetnoot 4)
3.1.
Verweerder kan verder in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2°, van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is ten behoeve van de handhaving van de opgelegde maatregel tot het beperken van de bewegingsvrijheid bedoeld in artikel 56, eerste lid, in het geval de vreemdeling die maatregel niet naleeft en het onderduikrisico blijft bestaan. (Voetnoot 5) Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig indien een vreemdeling zich niet heeft gehouden aan de opgelegde maatregel ter beperking van beweging van de vrijheid, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vw en het onderduikrisico blijft bestaan alsmede dat daarbij ten minste een van de andere gronden voor een onderduikrisico, bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, zich voordoet.
3.2.
Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. In het besluit tot vreemdelingenbewaring vermeldt verweerder de feitelijke en juridische gronden waarop de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. (Voetnoot 6)
De zorgvuldigheid en motivering van de maatregel van vreemdelingenbewaring
4. Eiser stelt dat hij heeft verklaard dat hij een virus in zijn geslachtsdeel heeft. In de maatregel van bewaring wordt gesproken over een virus aan zijn geslachtsdeel. Volgens eiser had verweerder moeten doorvragen naar zijn gezondheidssituatie. Deze onzorgvuldige formulering maakt de maatregel onrechtmatig, aldus eiser.
4.1.
De rechtbank volgt eiser hierin niet. Uit het verslag van het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling blijkt dat verweerder aan eiser heeft gevraagd of hij ziek is of ergens last van heeft, waarop eiser antwoordde dat hij een virus in zijn geslachtsdeel heeft. Verweerder vroeg daarop of hij medicatie gebruikt, waarop eiser bevestigend antwoordde. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende is doorgevraagd, ook over eventuele psychische of verslavingsproblemen. Er is dus voldoende aandacht geweest voor de gezondheidssituatie van eiser. Of er ‘in’ of ‘aan’ staat in de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet relevant. De rechtbank ziet niet in op welke wijze deze formulering eiser in zijn belangen heeft geschaad.
De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring
5. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag.
5.1.
In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:
a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;o. niet langer beschikbaar is door te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied van verblijf; p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Kunnen de door verweerder vermelde gronden de maatregel dragen?
6. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die door verweerder in de maatregel van vreemdelingenbewaring zijn opgenomen, niet betwist. Ook naar het ambtshalve oordeel van de rechtbank kunnen deze gronden, bezien in samenhang met de daarop in de maatregel gegeven toelichting, het bestaan van een risico op onderduiken dragen.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. (Voetnoot 7)
Beslissing
Beslissing
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Stehouwer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.