Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
Is het beroep van eiseres ontvankelijk en gegrond?
3. De minister heeft de aanvraag op 23 januari 2025 ontvangen. Op 4 maart 2025 heeft de minister de Bulgaarse autoriteiten verzocht om eiser over te nemen. Op 12 maart 2025 zijn de Bulgaarse autoriteiten hiermee akkoord gegaan. 3 Eiser is echter niet binnen de daarvoor gestelde termijn overgedragen.4 De minister is dus per 13 oktober 2025 verantwoordelijk geworden voor de aanvraag van eiser.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening, zoals deze gold vóór 12 juni 2026.
4 Artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening.
4. De beslistermijn is zes maanden.5 Binnen die termijn heeft de minister niet beslist op de aanvraag. Eiseres heeft de minister op 22 april 2026 en dus tijdig in gebreke gesteld. Voorts heeft eiseres meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing. Het beroep is daarom ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?
5. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.6 In deze zaak is dit aan de orde.
6. De minister heeft aan de rechtbank geen verzoek gedaan tot het bepalen van een concrete nadere beslistermijn. Mede tegen deze achtergrond ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de lijn die zij heeft ingezet met haar uitspraken van 20 juli 2026.7
7. Uit de beschikbare stukken blijkt dat eiseres in deze zaak nog niet is gehoord omtrent haar asielmotieven. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een gehoor omtrent de asielmotieven van eiseres moet afnemen en binnen vier weken daarna het besluit op de aanvraag bekend moet maken.
De rechtbank verbindt een rechterlijke dwangsom aan de uitspraak
8. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.8 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 50,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-.
9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en dat de minister binnen twaalf weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, dan verbeurt hij een dwangsom.
10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres ook een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).
5 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
6 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
7 ECLI:NL:RBDHA:2026:20129, ECLI:NL:RBDHA:2026:20130, ECLI:NL:RBDHA:2026:20133 en ECLI:NL:RBDHA:2026:20136.
8 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
Zie https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/extra-dwangsom.