Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:23876
Op 4 August 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.21700, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:23876. De plaats van zitting was Rotterdam.
Indicatie
Eiser MOB, geen procesbelang, beroep niet ontvankelijk.
Uitspraak
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL26.21700
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S. Igdeli),
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Procesverloop
Bij besluit van 16 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft partijen verzocht om toestemming om zonder zitting uitspraak te doen. Verweerder heeft toestemming verleend. Eiser heeft niet (binnen de termijn) gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek op 1 juli 2026 gesloten en de zaak niet behandeld op zitting. Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel van uit worden gegaan dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Op basis van een melding dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken (‘mob-melding’) mag het beroep dus in beginsel niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Dit is anders als een vreemdeling na die melding nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt. In dat geval wordt in beginsel aangenomen dat hij nog wel prijs stelt op bescherming in Nederland. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
3. Verweerder heeft in een bericht van 8 juni 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiser op 29 mei 2026 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. De rechtbank heeft aan de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of zij nog contact onderhoudt met eiser na de mob-melding. Daarop heeft de gemachtigde van eiser op 8 juni 2026 aangegeven dat het haar niet lukt om in contact te komen met eiser en dat zij niet weet waar hij verblijft.
4. Nu eiser zonder bericht met onbekende bestemming is vertrokken en de gemachtigde van eiser geen contact meer met hem heeft, moet ervan worden uitgegaan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk in Nederland gezochte bescherming. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen het bestreden besluit.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is gezien het voorgaande niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een beoordeling van de beroepsgronden. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Documentcode: 025-541-994-245
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.