de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. M.T.M. Hoppema).
Inleiding
1. Op 20 juni 2025 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen. Verweerder heeft eiser gesignaleerd in het SIS (Voetnoot 1).
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het terugkeerbesluit. Eiser is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit aan hem heeft opgelegd. Er is daarbij geen rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, namelijk dat hij een relatie heeft met een Zwitserse vrouw en dat zijn moeder in Nederland woont. De oplegging van het terugkeerbesluit frustreert het toekomstperspectief van eiser onnodig.
5. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vaardigt verweerder een terugkeerbesluit uit aan een vreemdeling die niet of niet langer rechtmatig verblijf heeft en die niet valt onder één van de in dat artikellid genoemde uitzonderingen. Niet in geschil is dat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Ook is niet aangevoerd dat hij in bezit is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf. Verweerder heeft eiser dan ook een terugkeerbesluit mogen opleggen. De door eiser aangevoerde persoonlijke omstandigheden maken dit niet anders. Als eiser meent een verblijfsrecht te kunnen ontlenen aan artikel 8 van het EVRM (Voetnoot 2) dan kan hij een daartoe strekkende aanvraag indienen bij verweerder.
6. Eiser heeft verder enkel aangevoerd dat hij geen familie heeft in Ghana en dat het daarom verschrikkelijk zou zijn om terug te gaan. Daarin ziet de rechtbank ambtshalve geen aanleiding om aan te nemen dat de terugkeer van eiser in strijd zal zijn met artikel 3 van het EVRM.
Beslissing
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A.H. Gonera, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.