Beoordeling door de rechtbank
6. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard dat zij op haar veertiende is uitgehuwelijkt aan haar echtgenoot. Gedurende het huwelijk is eiseres door haar echtgenoot mishandeld, verkracht en vernederd. Toen de vader van eiseres dit ontdekte, eiste hij een scheiding. In diezelfde maand werd hij vermoord door de echtgenoot van eiseres. Kort daarna verdween ook de moeder van eiseres. Ook dreigde de echtgenoot eiseres zelf te vermoorden. In februari 2022 is eiseres met behulp van haar vriendin [naam] gevlucht uit haar dorp [plaats 1] . Zij heeft vijf maanden in [plaats 2] verbleven om vervolgens, samen met de zus en de moeder van [naam] , naar Turkije te vluchten. Bij terugkeer vreest eiseres vermoord te worden door haar man.
7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met echtgenoot.
8. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat het eerste asielmotief geloofwaardig is. Het tweede asielmotief vindt de minister niet geloofwaardig omdat de verklaringen van eiseres over dit asielmotief volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. In dit kader werpt de minister allereerst tegen dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over haar uithuwelijking. De minister ziet niet in waarom eiseres amper informatie kan verstrekken over de totstandkoming van de uithuwelijking. Ten tweede vindt de minister dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over de houding van haar vader betreffende de mishandeling, verkrachting en vernedering door haar gestelde echtgenoot. In dit kader werpt de minister ook tegen dat eiseres wisselend heeft verklaard over hoe vaak zij haar vader heeft verteld over de mishandelingen. Ten derde werpt de minister tegen dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over de moord op haar vader en de daaruit voortvloeiende gebeurtenissen. De minister vindt het niet logisch dat eiseres de gebeurtenissen rondom de moord op haar vader niet heeft uitgezocht en enkel van verklaringen van een ander is uitgegaan. Ten vierde vindt de minister de verklaringen van eiseres over haar periode in [plaats 2] onlogisch en tegenstrijdig. Eiseres heeft namelijk enerzijds verklaard dat zij over het algemeen bij [naam] moeder verbleef en af en toe verplaatst werd naar anderen, en anderzijds dat zij om de paar dagen naar een andere plek werd gebracht. Ook heeft eiseres enerzijds verklaard dat zij het telefoonnummer van [naam] is kwijtgeraakt, en anderzijds dat zij [naam] telefoonnummer nooit heeft gehad. Ten slotte werpt de minister tegen dat eiseres vaag heeft verklaard over de verdwijning van haar moeder. Eiseres heeft namelijk niets kunnen verklaren over de redenen van het vertrek van haar moeder, waar zij naartoe is gegaan en waarom eiseres haar nooit heeft geprobeerd te lokaliseren. De minister concludeert dat eiseres niet voldoet aan voorwaarde c van artikel 31, zesde lid, van de Vw. (Voetnoot 1) Het tweede asielmotief is daarom volgens de minister niet geloofwaardig.
9. De minister heeft het geloofwaardige asielmotief (asielmotief 1) beoordeeld op zwaarwegendheid. In dit kader stelt de minister zich op het standpunt dat uit de verklaringen van eiseres niet blijkt dat zij bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging heeft zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Daarnaast stelt de minister zich op het standpunt dat eiseres niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt zoals bedoeld in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). (Voetnoot 2) De minister volgt de verklaringen van eiseres, dat haar vader is vermoord en haar moeder is verdwenen, namelijk niet. Bovendien heeft eiseres verklaard dat zij tot de Darood-stam behoort, wat een grote clan is uit de regio van eiseres. De minister neemt daarom aan dat eiseres kan terugvallen op haar stam voor opvang en bescherming. Gelet hierop, concludeert de minister dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
10. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. Eiseres komt niet uit een gebied waar Al-Shabaab aan de macht is en kan terugreizen naar haar woonplaats zonder door Al-Shabaab-gebied te hoeven reizen. (Voetnoot 3) Ook overweegt de minister dat in de regio van eiseres sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld, (Voetnoot 4) waardoor eiseres met individuele omstandigheden moet aantonen dat zij persoonlijk risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Hierin is eiseres volgens de minister niet geslaagd. De minister concludeert daarom dat eiseres ook niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.
11. Per 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact in werking getreden. In dat kader is
de Vreemdelingenwet 2000 met de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact
2026 (de Uitvoerings- en implementatiewet) gewijzigd. Op grond van artikel IX, zesde lid,
onder b, van de Uitvoerings- en implementatiewet, zijn de artikelen van de
Vreemdelingenwet 2000 zoals deze gold tot 12 juni 2026 op de aanvraag van eiseres van toepassing omdat deze aanvraag is ingediend vóór 12 juni 2026. In deze uitspraak hebben de
verwijzingen naar de Vreemdelingenwet 2000 dan ook betrekking op de wetsversie die
geldig was tot 12 juni 2026.
12. Eiseres is van mening dat de minister het tweede asielmotief ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Hiertoe voert eiseres het volgende aan. Ten aanzien van de tegenwerping dat zij niet aannemelijk heeft verklaard over haar uithuwelijking, voert eiseres aan dat de minister hiermee miskent dat zij destijds 14 jaar oud was, tegen haar wil werd uitgehuwelijkt, altijd binnenshuis verbleef en alleen naar buiten mocht om het vee te voeren. Eiseres was bang voor haar man, waardoor zij niet in de positie was om vragen te stellen. Ook zag eiseres zelden andere mensen. Zij had dus ook geen andere mogelijkheid om informatie over haar uithuwelijking te verkrijgen. Ten aanzien van de tegenwerping dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over de houding van haar vader, wijst eiseres er nogmaals op dat zij van haar echtgenoot geen contact met andere mensen mocht onderhouden. Eiseres benadrukt dat zij haar vader meerdere keren heeft willen vertellen dat zij slecht werd behandeld door haar echtgenoot, maar dat zij daartoe maar één keer daadwerkelijk de kans heeft gehad. Ten aanzien van de tegenwerping dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over de moord op haar vader, betoogt eiseres dat zij hierover geen informatie heeft ingewonnen uit angst voor haar echtgenoot. Bovendien had eiseres geen reden om extra informatie in te winnen. Voor haar was het immers duidelijk dat haar echtgenoot haar vader had vermoord. Dit had haar echtgenoot zelf bevestigd. Dat zij niet heeft geprobeerd om meer te weten te komen over de moord op haar vader, kan haar daarom niet worden tegengeworpen. Ten aanzien van de tegenwerping dat eiseres onlogisch en tegenstrijdig heeft verklaard over de periode in [plaats 2] , betoogt eiseres dat zij in [plaats 2] nooit het telefoonnummer van [naam] had. Pas toen zij naar Turkije vertrok, kreeg zij het telefoonnummer op een briefje omdat zij geen telefoon had.
13. Eiseres voert verder aan dat de minister haar ten onrechte niet aanmerkt als alleenstaande vrouw. Zij voldoet immers aan de voorwaarden genoemd in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc. (Voetnoot 5) Zij heeft te vrezen voor haar echtgenoot, heeft geen grootfamilie waarop zij kan terugvallen en heeft geen contact gehad met haar clan. Bescherming vragen van haar clan zou bovendien nutteloos zijn, omdat zij haar terug zouden sturen naar haar man.
Het oordeel van de rechtbank
14. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen beroepsgrond heeft gericht tegen de tegenwerping van de minister dat zij vaag heeft verklaard over de verdwijning van haar moeder. De rechtbank gaat er vanuit dat dit punt niet in geschil is.
15. De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiseres op bepaalde punten wisselend en/of tegenstrijdig heeft verklaard. In het aanmeldgehoor en in het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat zij meermaals aan haar vader heeft verteld dat zij werd mishandeld. Zo verklaarde eiseres tijdens haar aanmeldgehoor: “Ik rende steeds naar mijn vader om te klagen, maar hij zei altijd dat dit allemaal een leugen was”. (Voetnoot 6) Tijdens het nader gehoor verklaarde eiseres: “Ik had het vaak aan mijn vader verteld dat ik geslagen was”. (Voetnoot 7) Echter, tijdens het nader gehoor is aan eiseres gevraagd hoe vaak zij bij haar vader haar verhaal heeft gedaan. Hierop antwoordde zij: “Ik heb het één keer verteld dat ik het moeilijk heb met deze man.” (Voetnoot 8) De minister heeft dit kunnen tegenwerpen als tegenstrijdigheid. Daarnaast heeft eiseres in het aanvullend gehoor enerzijds verklaard dat zij in [plaats 2] over het algemeen bij [naam] moeder verbleef en slechts heel af en toe verplaatst werd naar iemand anders, (Voetnoot 9) en anderzijds dat zij om de paar dagen naar een andere schuilplaats gebracht moest worden. (Voetnoot 10) Ook deze wisselende verklaringen heeft de minister aan eiseres kunnen tegenwerpen. Ten slotte heeft de minister aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over het al dan niet beschikking over het telefoonnummer van [naam] . Immers, in het nader gehoor verklaarde eiseres: “Ik had wel telefonisch contact met haar. Ik raakte daarna haar telefoonnummer kwijt en ik heb sindsdien geen contact meer met haar”. (Voetnoot 11) In het aanvullend gehoor heeft eiseres verklaard dat zij geen telefoon had en ook niet [naam] nummer had meegenomen nadat zij vertrok uit [plaats 2] en dat zij dus nooit meer contact met [naam] heeft gehad sinds haar vertrek uit [plaats 2] . (Voetnoot 12) Voor al deze wisselende en/of tegenstrijdige verklaringen geldt dat eiseres deze niet heeft gecorrigeerd middels de correcties en aanvullingen.
16. Ten aanzien van de overige tegenwerpingen overweegt de rechtbank als volgt. Hoewel het, gelet op de leeftijd en het opleidingsniveau van eiseres, begrijpelijk is dat zij niet alles tot in detail over de uithuwelijking, de houding van haar vader en de moord op haar vader kan vertellen, volgt de rechtbank de minister in zijn standpunt dat eiseres weinig informatie heeft kunnen verschaffen over deze essentiële aspecten in haar asielrelaas. De minister heeft in totaal drie gehoren afgenomen met eiseres en haar daarmee voldoende in de gelegenheid gesteld om haar asielrelaas naar voren te brengen. Toch zijn de verklaringen van eiseres op voornoemde punten summier en algemeen van aard gebleven. Gelet op de stelplicht en de bewijslast, die in beginsel bij eiseres ligt, en in samenhang bezien met de tegengeworpen wisselende en tegenstrijdige verklaringen, heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank het tweede asielmotief terecht ongeloofwaardig geacht. (Voetnoot 13) De beroepsgrond slaagt niet.
17. Nu de minister het tweede asielmotief terecht ongeloofwaardig heeft bevonden, heeft de minister zich ook op het standpunt kunnen stellen dat eiseres geen alleenstaande vrouw is zoals bedoeld in het beleid van de minister. Immers, nu de moord op haar vader en de verdwijning van haar moeder ongeloofwaardig zijn, voldoet eiseres niet aan de tweede voorwaarde genoemd in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc, (Voetnoot 14) dat eiseres geen grootfamilie heeft. De beroepsgrond slaagt niet.