Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:27542

Op 15 May 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL.24.8055, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:27542. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL.24.8055
Datum uitspraak:
15 May 2026
Datum publicatie:
21 September 2026

Indicatie

VK; RTB; ogg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.8055

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.S.M. Oudijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.E. Thijssen).

Procesverloop

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) (Voetnoot 1).

Bij besluit van 22 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, vastgesteld dat zij in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming en meegedeeld dat de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 van rechtswege eindigt.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Eiseres heeft op 26 maart 2024 beroepsgronden ingediend. Op 13 augustus 2025 heeft zij aanvullende gronden ingediend.

Verweerder heeft op 12 februari 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Overwegingen

Inleiding en het bestreden besluit

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Zij verbleef ten tijde van de inval in Oekraïne door Rusland op 24 februari 2022 rechtmatig in Oekraïne op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning.

1.1.

Bij het primaire besluit van 9 november 2023 heeft verweerder vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de facultatieve bepaling van de Richtlijn tijdelijke bescherming als een zogenoemde ‘derdelander Oekraïne’. Eiseres heeft hiertegen op 17 november 2023 bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit van 22 februari 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en bepaald dat eiseres tot en met 4 maart 2024 recht heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming.

1.2.

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft verweerder geconstateerd dat eiseres niet langer rechtmatig verblijf heeft in Nederland en een terugkeerbesluit opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres betoogt dat op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het terugkeerbesluit van 28 juli 2025 ter beoordeling voorligt. Daartoe voert eiseres aan dat beide besluiten betrekking hebben op de tijdelijke bescherming van derdelanders uit Oekraïne.

2.1.

Op grond van artikel 6:19 van de Awb is het beroep van rechtswege mede gericht tegen een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

2.2.

Naar het oordeel van de rechtbank is het terugkeerbesluit van 28 juli 2025 geen besluit in de zin van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Het bestreden besluit betreft een gegrondverklaring van het bezwaar gericht tegen het besluit dat eiseres niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de RTB, waarbij tevens aan eiseres is meegedeeld dat haar tijdelijke bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Het terugkeerbesluit van 28 juli 2025 is geen besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van dat besluit. In het terugkeerbesluit wordt geconstateerd dat eiseres niet langer rechtmatig verblijf heeft in Nederland en dat zij dient terug te keren naar het land waarvan zij de nationaliteit bezit (in dit geval Marokko). Het terugkeerbesluit heeft dan ook een andere strekking dan het bestreden besluit. Gelet op het voorgaande betekent dit dat het terugkeerbesluit van 28 juli 2025 niet op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb bij de beoordeling in dit beroep kan worden betrokken. De beroepsgrond slaagt niet.

2.3.

Ter zitting heeft eiseres meegedeeld dat de overige beroepsgronden niet langer worden gehandhaafd, zodat deze gronden geen nadere bespreking behoeven.

Conclusie en gevolgen van het beroep tegen het bestreden besluit

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoot

Voetnoot 1

Richtlijn 2001/55/EG.