Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:27658

Op 15 September 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.5179, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:27658. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.5179
Datum uitspraak:
15 September 2026
Datum publicatie:
22 September 2026

Indicatie

asiel, Nagorno-Karabach, veilig derde land, persoonlijk risico bij terugkeer

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.5179

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Procesverloop

Eiser heeft op 28 mei 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) ingediend.

Bij besluit van 22 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft verweerder een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [persoon A] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Het asielrelaas

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1992 in Nagorno-Karabach. Hij is een etnisch Armeense Christen. Eiser legt aan zijn asielaanvraag – kort samengevat – ten grondslag dat hij in 2020 als krijgsgevangene is vastgezet door de Azerbeidjaanse autoriteiten. Na anderhalf jaar is hij door een gevangenenruil vrijgekomen. Vervolgens heeft hij zijn broer geprobeerd vrij te krijgen middels een gevangenenruil met de Azeri’s. De Armeense autoriteiten waren hier niet bij betrokken. Hierna is hij door de Armeense autoriteiten gevangengenomen en vervolgd wegens landverraad. Tijdens de capitulatie in september 2023 wist hij te ontsnappen. Bij terugkeer naar Armenië vreest eiser dat hij opnieuw wordt vervolgd wegens landverraad en bij terugkeer naar Azerbeidzjan vreest eiser eveneens te worden vervolgd.

1.1.

Om zijn asielrelaas te onderbouwen heeft eiser een geboorteakte overlegd. Deze is door Bureau Documenten vals bevonden.

Het bestreden besluit

2. Verweerder heeft de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw omdat Armenië voor eiser wordt aangemerkt als veilig derde land. Volgens verweerder heeft eiser een band met Armenië nu hij etnisch Armeens is, er eerder heeft verbleven, zijn familieleden etnisch Armeens zijn en eiser de Armeense taal spreekt. Daarnaast kunnen etnisch Armeense ontheemden uit Nagorno-Karabach volgens verweerder automatisch de Armeense nationaliteit verkrijgen en is het mogelijk om via een vluchtelingenstatus in Armenië verblijf of de Armeense nationaliteit te verkrijgen. Verder acht verweerder het aannemelijk dat eiser opnieuw wordt toegelaten tot Armenië. Eiser is namelijk eerder Armenië ingereisd en heeft een reisdocument verkregen van de Armeense autoriteiten. Tot slot stelt verweerder zich op het standpunt dat uit landeninformatie volgt dat Armenië in algemene zin als veilig derde land kan worden aangemerkt. Eiser heeft volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat dit in zijn geval niet geldt. Daarnaast omvat het bestreden besluit een terugkeerbesluit.

Overwegingen

Beoordeling door de rechtbank

Juridisch kader  (Voetnoot 1)

3. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw kan verweerder een aanvraag niet-ontvankelijk verklaren als hij een derde land voor die vreemdeling als veilig derde land beschouwt. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), waaronder de uitspraak van 22 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1781), volgt dat verweerder moet beoordelen of de vreemdeling in het derde land volgens de beginselen genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) zal worden behandeld. (Voetnoot 2) Uit artikel 3.37e van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV) volgt dat de beoordeling of een derde land een veilig derde land is, dient te stoelen op een gedegen onderzoek waarbij meerdere informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties worden betrokken. Verder moet verweerder bij de beoordeling van een veilig derde land beoordelen of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land, dan het voor hem of haar redelijk is om daar naartoe te gaan. Verweerder moet verder beoordelen of aannemelijk is dat de vreemdeling daadwerkelijk tot het veilig derde land wordt toegelaten.

Armenië als veilig derde land voor ontheemden uit Nagorno-Karabach

4. Eiser meent dat Armenië niet als veilig derde land kan worden aangemerkt voor ontheemden uit Nagorno-Karabach. Verweerder heeft volgens eiser namelijk nagelaten om de actuele situatie van etnische Armeniërs uit Nagorno-Karabach in Armenië te betrekken bij zijn beoordeling. Verweerder heeft hiermee ten onrechte de in artikel 3.37e van het VV genoemde bronnen niet bij zijn beoordeling betrokken. Eiser meent verder dat verweerder TOELT had kunnen inschakelen of een individueel ambtsbericht had kunnen opstellen. Verweerder heeft dit nagelaten en daarmee niet voldaan aan de samenwerkingsverplichting. Tot slot wijst eiser op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 1 augustus 2025 (ECLI:EU:C:2025:591, Alace en Canpelli), waaruit volgt dat Armenië eerder onterecht als veilig land van herkomst is aangemerkt.

4.1.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat Armenië als veilig land kan worden beschouwd voor ontheemden uit Nagorno-Karabach. Anders dan eiser stelt heeft verweerder bij zijn beoordeling van de algemene veiligheid van ontheemden uit Nagorno-Karabach in Armenië bronnen betrokken van een recentere datum dan 2023. (Voetnoot 3) In dit kader heeft verweerder terecht kunnen overwegen, onder verwijzing naar het artikel van de Commissioner for Human Rights (Voetnoot 4), dat de toestroom van ontheemden uit Nagorno-Karabach weliswaar heeft geleid tot een overbelasting van de infrastructuur voor hulp aan ontheemden in Armenië, maar dat er desondanks hulp beschikbaar is en verschillende initiatieven zijn opgestart om ontheemden te ondersteunen. Verder blijkt uit landeninformatie ook dat ontheemden uit Nagorno-Karabach een vluchtelingenstatus in Armenië kunnen krijgen, dan wel aanspraak kunnen maken op Armeens staatsburgerschap. (Voetnoot 5) Verweerder heeft voorts terecht betrokken dat Armenië bij mensenrechtenverdragen is aangesloten, zoals ook volgt uit het Informatiebericht 2025/32 Beoordeling veilig derde land – Armenië van 25 juli 2025. Eiser heeft niet gesteld, dan wel aannemelijk gemaakt dat de hiervoor genoemde landeninformatie niet juist is. Zo heeft eiser geen objectieve bronnen overgelegd of genoemd waaruit volgt dat de door verweerder aangehaalde informatie niet juist of niet langer actueel is. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de actuele situatie van etnische Armeniërs uit Nagorno-Karabach in Armenië voldoende heeft betrokken bij zijn beoordeling en dat verweerder hiermee heeft voldaan aan de samenwerkingsverplichting. Verweerder heeft terecht overwogen dat Armenië in zijn algemeenheid kan worden aangemerkt als veilig derde land voor eiser en dat eiser volgens de beginselen genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb zal worden behandeld.

4.2.

De rechtbank is verder van oordeel dat het arrest van het Hof van 1 augustus 2025 waar eiser naar verwijst niet van toepassing is op de beoordeling van een veilig derde land in de zin van artikel 38 Procedurerichtlijn. Het arrest van het Hof ziet op de beoordeling van een veilig land van herkomst in de zin van artikel 37 Procedurerichtlijn, wat een wezenlijk andere beoordeling is, althans met een wezenlijk ander uitgangspunt, dan voor een veilig derde land. Eiser heeft ook niet onderbouwd waarom het arrest toch op zijn situatie van toepassing is. De beroepsgrond slaagt niet.

Persoonlijk risico bij terugkeer naar Armenië

5. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat Armenië voor hem een veilig land is. Eiser is betrokken geweest bij een gevangenenruil waarna hij door Armenië is aangemerkt als landverrader. Hierdoor is het volgens eiser niet aannemelijk dat hij wordt toegelaten tot Armenië en vreest hij te worden vervolgd bij terugkeer naar Armenië.

5.1.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat Armenië ook voor eiser kan worden aangemerkt als veilig derde land. Verweerder heeft hierbij mogen betrekken dat eiser etnisch Armeens is, de Oost-Armeense taal spreekt en eerder in Armenië is verbleven. Verder heeft eiser zijn gestelde vrees bij terugkeer vanwege zijn status als landverrader in Armenië niet aannemelijk gemaakt. Eiser heeft geen documenten overlegd waaruit blijkt dat er een procedure tegen hem is ingesteld of waaruit blijkt dat hij in voorarrest heeft gezeten. Ook is niet gebleken dat hij inspanningen heeft verricht om documenten te verkrijgen die de gestelde vrees onderbouwen. Eiser heeft ook overigens onvoldoende onderbouwd dat hij wordt vervolgd door de Armeense autoriteiten en zijn verklaringen hieromtrent zijn wisselend en tegenstrijdig en weinig concreet. In dit kader heeft eiser op pagina 18 en 19 van het nader gehoor verklaard dat hij in Nagorno-Karabach is gedetineerd als landverrader, terwijl hij ter zitting voor het eerst heeft verklaard dat dit in Armenië is geweest. Voor zover hij wel is ingegaan op het gevaar bij terugkeer naar Armenië, is dit volledig gebaseerd op wat hij zegt te hebben gehoord van anderen. Verweerder heeft daarbij pagina 15 van het nader gehoor kunnen betrekken, waar eiser verklaart dat hij via een vriend van zijn broer ( [persoon B] ) heeft vernomen dat hij wordt gezocht. Bovendien heeft verweerder terecht kunnen betrekken dat eiser eerder Armenië legaal is uitgereisd, hetgeen er op wijst dat eiser niet wordt gezocht door de Armeense autoriteiten. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat deze uitreis niet legaal is geweest. Hiermee heeft eiser onvoldoende twijfel gezaaid over de vaststelling van verweerder dat Armenië voor hem een veilig land is. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Derksen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Zoals dat gold ten tijde van het bestreden besluit.

Voetnoot 2

Zie paragraaf C2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).

Voetnoot 3

Verweerder heeft onder andere betrokken: Observations on the Human Rights Situation of People affected by the Conflict between Armenia and Azerbaijan over the Karabakh region, Commissioner for Human Rights, van 12 januari 2024 en Informatiebericht 2025/32 Beoordeling veilig derde land – Armenië van 25 juli 2025.

Voetnoot 4

Observations on the Human Rights Situation of People affected by the Conflict between Armenia and Azerbaijan over the Karabakh region, Commissioner for Human Rights, van 12 januari 2024.

Voetnoot 5

Observations on the Human Rights Situation of People affected by the Conflict between Armenia and Azerbaijan over the Karabakh region, Commissioner for Human Rights, van 12 januari 2024 en Status of Karabakh Armenians in Armenia - citizens or refugees.