Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:4142

Op 26 February 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.43919 NL25.43920, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:4142. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL25.43919 NL25.43920
Datum uitspraak:
26 February 2026
Datum publicatie:
2 March 2026

Indicatie

Tussenuitspraak.

Door op een essentieel onderdeel van het relaas van eiser niet alle documenten in te nemen, te vertalen en te betrekken in de beoordeling is er sprake van een zorgvuldigheidsgebrek. Daarnaast heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat eisers in Colombia bescherming kunnen krijgen en het besluit van de UNP in Colombia moesten afwachten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.43919 en NL25.43920 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser, [eiseres] , eiseres, en hun minderjarige kinderen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . (hierna gezamenlijk: eisers)

(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. I.A.G. Lodders).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 (Voetnoot 1). Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.

1.1.

De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat de afwijzing een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek bevat. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid om de gebreken te herstellen.

Procesverloop

Procesverloop

2. Eisers hebben aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 5 september 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

2.1.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, A.M. van den Berg-Barrio, als tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eisers stellen van Colombiaanse nationaliteit te zijn en dat eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1983 en eiseres op [geboortedatum 2] 1981. De asielaanvraag is ook ingediend ten behoeve van hun minderjarige kinderen. Eisers hebben aan hun asielaanvraag ten grondslag gelegd dat eiser in 2011 is begonnen met het verrichten van politieke activiteiten. In december 2021 is hij voor het eerst bedreigd, omdat 'ze' niet wilden dat hij zijn politieke en sociale activiteiten zou staken. In 2023 heeft eiser zich kandidaat gesteld voor de gemeenteraad in [plaats] . Hij is toen opnieuw bedreigd door mannen van de ELN (Voetnoot 2). Eiser heeft aangifte gedaan en de nationale ombudsman op de hoogte gebracht van de bedreigingen. Voor eiser was ook een dreigbrief achtergelaten bij de receptie van zijn wooncomplex. Eisers hebben toen besloten om te verhuizen. Ook van dit dreigement heeft eiser aangifte gedaan. Door de lokale ombudsman is hij ingeschreven als slachtoffer van een gewapend conflict. De lokale ombudsman heeft daarnaast voor eiser bescherming aangevraagd bij de UNP (Voetnoot 3). De UNP heeft de bescherming uiteindelijk geweigerd. Eiser heeft uiteindelijk op 21 november 2023 bericht van de ELN ontvangen dat er een bevel is gegeven om eiser te vinden, omdat hij niet heeft geluisterd. Eisers hebben toen besloten naar Nederland te vluchten.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:

1.De identiteit, nationaliteit en herkomst,

2. De problemen met ELN als gevolg van de politieke overtuiging.

De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig bevonden. De geloofwaardigheid van problemen met ELN als gevolg van de politieke overtuiging heeft de minister in het midden gelaten, omdat dit motief hoe dan ook geen aanleiding geeft tot het verlenen van een asielvergunning. De minister stelt dat eisers door deze beoordeling worden benadeeld, omdat een beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaringen er niet toe kan leiden dat zij in een gunstigere positie zouden kunnen komen.

4.1.

De minister stelt zich op het standpunt dat uit de verklaringen van eisers niet is gebleken dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben. Dat eisers uit Colombia komen is op zichzelf niet voldoende om een vluchteling te zijn. De vrees ten aanzien van de nationale regering en in het bijzonder de UNP wordt niet aannemelijk geacht. De minister neemt aan dat de UNP een onderzoek heeft verricht en tot de conclusie is gekomen dat zij geen aanleiding zien voor het toepassen van bijzondere beschermingsmogelijkheden, maar volgt eisers niet in hun mening dat het onderzoek van de UNP niet effectief is uitgevoerd. De vrees ten aanzien van de ELN is wel aannemelijk en zwaarwegend, maar de minister concludeert dat niet is gebleken dat de Colombiaanse autoriteiten niet in staat of niet bereid zouden zijn om eisers bescherming te bieden tegen de gestelde bedreigingen. Van eisers worden verwacht dat zij eerst alle nationale mogelijkheden tot het verkrijgen van bescherming benutten voordat zij het land verlaten en elders bescherming zoeken. De minister stelt zich verder op het standpunt dat er geen reëel risico op ernstige schade is. Eisers zijn afkomstig uit [plaats] , dat wordt in het landenbeleid niet aangemerkt als gebied waar sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. De minister wijst de asielaanvraag van eisers daarom af als ongegrond.

Onderzoek

5. Eisers stellen zich op het standpunt dat het onderzoek van de minister niet zorgvuldig is geweest. De minister heeft niet alle door hen meegebrachte documenten ingenomen, onderzocht en vertaald.

5.1.

De rechtbank stelt vast dat de minister concludeert dat eisers bescherming kunnen en moeten inroepen bij de UNP en dat eisers tijdens het nader gehoor hebben geprobeerd om in dit kader relevante documenten over te leggen. Met deze documenten hebben eisers willen onderbouwen dat de UNP ten onrechte heeft geweigerd om de door hen verzochte bescherming te bieden. Door op een essentieel onderdeel van het relaas van eiser niet alle documenten in te nemen, te vertalen en te betrekken in de beoordeling is er sprake van een zorgvuldigheidsgebrek. Dat tijdens het gehoor een aantal van de documenten zijn besproken en vertaald, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende.

Bescherming

6. Verder stellen eisers zich op het standpunt dat de minister ten onrechte concludeert dat de UNP hen bescherming kan bieden. Eisers concluderen op grond van de documenten juist dat zij deze bescherming niet kun krijgen. Volgens eisers is het onderzoek van de UNP onvolledig geweest en is het gebaseerd op aantoonbare leugens. Zo heeft de UNP in het besluit, waarmee de bescherming wordt geweigerd, vermeld dat de Personaria is bevraagd, maar de Personaria schrijft aan eiser geen verzoek te hebben ontvangen van de UNP.

6.1.

De minister heeft de geloofwaardigheid van de problemen met de ELN als gevolg van de politieke overtuiging in het midden gelaten, maar heeft de vrees voor de ELN aannemelijk en zwaarwegend gevonden. Eisers moeten daarvoor worden beschermd en hebben stukken overgelegd waaruit blijkt dat de door hen verzochte bescherming is geweigerd. De minister stelt zich desondanks op het standpunt dat eisers bescherming kunnen krijgen in Colombia. De rechtbank overweegt dat de minister daarbij niet gemotiveerd in gaat op de verschillende kanttekeningen die eisers plaatsen bij de effectieve bescherming in Colombia en specifiek dat het onderzoek en de beslissing van de UNP niet zorgvuldig zijn. De minister gaat ook niet in op de door eisers aangevoerde stelling dat de UNP corrupt is en samenwerkt met de ELN, waarvoor eisers te vrezen hebben. De minister stelt dat eisers in Colombia moesten blijven en een besluit van de UNP moesten aanvechten of laten corrigeren, terwijl erkend wordt dat eisers te vrezen hebben. De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee onvoldoende heeft gemotiveerd dat eisers bescherming kunnen krijgen en het besluit van de UNP in Colombia moesten afwachten. Het besluit bevat daarmee een motiveringsgebrek.

Conclusie en gevolgen

7. Zoals hiervoor is overwogen in 5.1 en 6.1 bevat het bestreden besluit een zorgvuldigheids- en een motiveringsgebrek. De rechtbank ziet aanleiding om de minister in de gelegenheid te stellen de motiveringsgebreken te herstellen, en doet daarom een tussenuitspraak.

7.1.

Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.

7.2.

De rechtbank geeft de minister acht weken om het gebrek te herstellen.

7.3.

De rechtbank wil zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee weken, van de minister vernemen of hij het gebrek gaat herstellen. Deze termijn start op de datum dat deze uitspraak is verzonden.

7.4.

Na ontvangst van een reactie van de minister zal de rechtbank partijen informeren over het verdere procesverloop. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank:

- draagt de minister op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;

- stelt de minister in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak of plaatsing in het digitale dossier de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoot

Voetnoot 1

Vreemdelingenwet 2000

Voetnoot 2

Ejército de Liberación Nacional (het Nationaal Bevrijdingsleger)

Voetnoot 3

Unidad National de Protección