Overwegingen
1. In aanvulling op het bestreden besluit heeft verweerder bij beschikking van 31 juli 2025 de hoogte van de aan eiser verbeurde rechterlijke dwangsom vastgesteld. Voor zover dit besluit daarnaast tevens overwegingen en een dictum bevat die identiek zijn aan het bestreden besluit, is geen sprake van enig rechtsgevolg ten opzichte van het bestreden besluit. Dat het bestreden besluit vanwege de aanvulling geacht moet worden te zijn genomen in de verlengde asielprocedure, zoals eiser stelt, kan dan ook niet worden gevolgd. Nu eiser de hoogte van de verschuldigde rechterlijke dwangsom als zodanig niet bestrijdt, heeft eiser geen belang bij de beoordeling van dit besluit in beroep. Anders dan hij stelt is het beroep daarom niet tevens gericht tegen het besluit van 31 juli 2025. (Voetnoot 2)
Bestreden besluit
2. Verweerder gelooft dat eiser is geboren op [geboortedag] 1996 en de Egyptische nationaliteit heeft. Verweerder volgt ook dat eiser aanhanger is van de Ultra White Knights van de sportclub Zamalek (Ultra’s), dat eiser een politieke overtuiging heeft en dat hij heeft meegedaan aan politieke activiteiten. Daarnaast volgt verweerder dat eiser in 2015 is opgepakt. Verweerder acht het niet geloofwaardig dat eiser na 2015 nog problemen heeft ervaren. Verweerder concludeert dat eiser op basis van de geloofwaardig geachte verklaringen geen asiel nodig heeft.
3. Op wat eiser hiertegen aanvoert, wordt hierna ingegaan.
4. De beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers asielmotieven heeft plaatsgevonden op basis van de uitgangspunten zoals die zijn neergelegd in de WI 2024/6. Eiser voert hierover aan dat verweerder weinig tot geen waarde heeft gehecht aan het door eiser overlegde ‘overige bewijsmateriaal’ zoals de overgelegde screenshots en het toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd. Daarbij verwijst hij naar rechtsoverweging 6.2 van de uitspraak van 3 maart 2025 van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem. (Voetnoot 4)
5. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht vastgesteld dat eiser zijn relaas niet heeft gestaafd met objectieve documenten die dat relaas volledig onderbouwen. Bij de hierop volgende beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers verklaringen heeft verweerder vervolgens de door eiser genoemde screenshots en het bewijs voor de voetbalwedstrijd betrokken. Daarbij is de waarde van de inhoud van deze documenten voor de onderbouwing van het relaas concreet benoemd. Dat verweerder hieraan slechts beperkte waarde hecht, laat het integrale karakter van de geloofwaardigheidsbeoordeling onverlet.
6. In het bestreden besluit is gewezen op eisers verklaring dat hij na zijn eerdere arrestatie in 2015 had besloten om zich niet meer te uiten als Ultra vanwege de daaraan verbonden risico’s. Dat eiser daarnaast verklaart dat hij in 2017 ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd openlijk een T-shirt van de Ultra’s heeft gedragen, vindt verweerder dan niet ten onrechte ongerijmd. Anders dan eiser stelt, wijkt de beoordeling van eisers verklaringen op dit punt in het bestreden besluit niet af van de overwegingen in het (overigens ingelaste) voornemen. In het bestreden besluit worden de door eiser concreet afgelegde verklaringen nog benoemd, maar de kern van verweerders tegenwerping is onveranderd. De rechtbank volgt niet dat verweerder eiser hierover nadere vragen had moeten stellen.
7. Daarbij is niet ten onrechte als niet aannemelijk beoordeeld dat eiser in 2017 al in de negatieve aandacht stond van de Egyptische autoriteiten vanwege de eerdere arrestatie in 2015. Eiser heeft immers zelf verklaard dat de politie in 2015 willekeurige arrestaties heeft uitgevoerd van aanhangers van de Ultra’s. Er was dus niet op voorhand specifieke aandacht voor eiser. Ook volgt uit eisers verklaringen dat hij in 2015 na drie dagen zonder verdere gevolgen is vrijgelaten en dat hij daarna, tot aan zijn gestelde arrestatie in 2017, geen problemen meer heeft ondervonden. In het bestreden besluit heeft verweerder terecht overwogen dat het door eiser overgelegd toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd, noch de publicatie van Al-Jazeera over de arrestatie van 236 personen rond die wedstrijd als zodanig aannemelijk maken dat ook eiser toen is gearresteerd.
8. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat eisers verklaringen over zijn arrestatie in 2019 ongerijmd zijn. Eiser heeft namelijk na zijn arrestatie in 2015 geen zichtbare uitingen gedaan waaruit zou blijken dat hij behoort tot de Ultra’s. Er was dan ook geen directe aanleiding om eiser te arresteren. Eiser heeft verder in juli 2019 legaal en zonder problemen kunnen uitreizen naar Turkije, terwijl uit het algemeen ambtsbericht over Egypte van november 2021 volgt dat Egyptische burgers in de leeftijd van achttien tot veertig jaar oud toestemming nodig hebben om naar Turkije te reizen om het voor hen moeilijker te maken zich aan te sluiten bij terroristische groepen. (Voetnoot 5) Dat hij in de gaten zou zijn gehouden na zijn arrestatie in 2015, is niet te verenigen met het feit dat eiser reisdocumenten heeft kunnen aanvragen. Dat eiser vervolgens bij zijn terugkeer naar Egypte in november 2019 na een controle alsnog zou zijn aangehouden vanwege twitterberichten op zijn telefoon, wordt door verweerder niet gevolgd.
9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers verklaringen over zijn arrestatie in 2019 en de negatieve belangstelling van de Egyptische autoriteiten sindsdien ongeloofwaardig zijn. Daarvoor is het volgende van belang.
10. Zoals verweerder heeft overwogen en door eiser in beroep is benadrukt, behoort eiser tot de in het ambtsbericht genoemde groep die voor het reizen naar Turkije de verhoogde aandacht heeft van de Egyptische autoriteiten. Eiser heeft verklaard dat zijn vader voor hem tegen betaling een uitreistoestemming heeft geregeld om naar Turkije te gaan. Het door eiser gebruikte paspoort was volgens eisers verklaringen al in 2017 verkregen. Voor zover verweerder tegenwerpt dat dit vreemd is gelet op de gestelde arrestatie als Ultra in 2017, geldt dat verweerder die arrestatie niet gelooft en dat het overigens volgens het ambtsbericht mogelijk is om bij een lopend politie- of gerechtelijk onderzoek een paspoort te verkrijgen en uit te reizen. (Voetnoot 6) Voor de in het verweerschrift aangehaalde passages uit het ambtsbericht geldt dat deze gaan over problemen voor mensenrechtenverdedigers en politiek activisten om al dan niet door omkoping uit te kunnen uitreizen. (Voetnoot 7) Verweerder heeft niet onderbouwd dat dit, gelet op eisers profiel, relevante informatie is. Voor zover uit het ambtsbericht wel kan worden afgeleid dat eiser toestemming nodig had van de Egyptische autoriteiten om naar Turkije te kunnen uitreizen, geldt dat het ambtsbericht ook vermeldt dat deze regel in de praktijk niet nauwlettend gehandhaafd wordt. Eiser heeft niet verklaard dat tegen hem een uitreisverbod is uitgevaardigd.
11. Verweerder heeft erkend dat bij de Egyptische autoriteiten in 2019 verhoogde aandacht bestond voor in- en uitreizen naar bepaalde landen, waaronder Turkije. In aanmerking genomen dat eiser in 2019 vanuit Turkije is teruggekeerd en hij op dat moment behoorde tot de specifieke groep van personen voor wie in het bijzonder belangstelling bestond in verband met mogelijke aansluiting bij terroristische groeperingen, valt dan niet zonder nadere motivering in te zien waarom het niet in de lijn der verwachting zou liggen dat eisers telefoon bij binnenkomst in Egypte wordt onderzocht, zoals verweerder stelt. De enkele omstandigheid dat het ambtsbericht niets zegt over internetscreening van deze groep bij terugkeer, is in het licht van het voorgaande onvoldoende om aan eisers verklaringen te twijfelen. Dat eiser zelf niet aannemelijk heeft verklaard dat hij sinds 2015 geregistreerd staat als Ultra laat onverlet dat verweerder nader zal moeten motiveren waarom de arrestatie niet aannemelijk is.
12. In het verlengde hiervan heeft verweerder evenmin toereikend gemotiveerd dat eiser tegenstrijdig zou hebben verklaard over de bedreigingen (door de autoriteiten) aan het adres van zijn ouders en broer. Verweerder heeft immers ten onrechte overwogen dat deze bedreigingen niet rijmen met de toestemming van de autoriteiten voor eisers vertrek naar Turkije. Eiser heeft daarbij verklaard dat de autoriteiten eerst na zijn vertrek uit Egypte in 2020 contact hebben gezocht met zijn familie, omdat eiser de - na zijn arrestatie in 2019 - opgelegde meldplicht niet is nagekomen.
13. Gezien de ontoereikende beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers relaas kan de afwijzing van de asielaanvraag als ongegrond niet in stand blijven. Het bestreden besluit is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
14. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Bpb (Voetnoot 8) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.868 (bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1).