Rechtbank Den Haag, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:4932

Op 6 March 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.12215, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:4932. De plaats van zitting was Middelburg.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL25.12215
Datum uitspraak:
6 March 2026
Datum publicatie:
11 March 2026

Indicatie

Asiel. Somalische. Identiteit niet aangetoond. Overig relaas niet beoordeeld. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.12215

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. E.N. Hanks-Spijkerman).

Procesverloop

Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. (Voetnoot 1)

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1999 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 13 december 2022 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij heeft geweigerd om een opdracht van Al-Shabaab uit te voeren en hierop door hen is aangesproken. Leden van Al-Shabaab zijn vervolgens naar eisers huis gekomen waar zij zijn broer hebben vermoord. Om die reden heeft eiser Somalië verlaten en vreest hij bij terugkeer naar Somalië voor Al-Shabaab.

2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij volgt verweerder eisers verklaringen over zijn nationaliteit en herkomst. De gestelde identiteit acht verweerder echter ongeloofwaardig. Ook de gestelde problemen met Al-Shabaab worden ongeloofwaardig geacht.

3. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte zijn identiteit en problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig heeft geacht. Eisers paspoort kan nooit op authenticiteit worden onderzocht, zodat onbegrijpelijk is waarom wel van hem wordt verlangd dit over te leggen. Volgens eiser hebben Somalische documenten geen bewijswaarde. Daarnaast heeft hij een vals Frans identiteitsdocument gebruikt om mee te reizen. Verder heeft eiser de tegenstrijdigheden over de problemen met Al-Shabaab kunnen verklaren en heeft hij niet vaag of wisselend verklaard over zijn werk in hotels, de dood van zijn broer of de samenwoning. Daarnaast is in de correcties en aanvullingen naar voren gebracht dat hij niet is teruggekeerd. Verweerder heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd op welke punten zijn verklaringen tekortschieten en waarom zijn relaas ongeloofwaardig is, aldus eiser.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Als de vreemdeling zijn verklaringen, of een deel hiervan, niet met documenten kan onderbouwen, dan kan aan de vreemdeling toch het voordeel van de twijfel worden gegeven. De verklaringen worden alsnog geloofwaardig geacht als de documenten waarover de vreemdeling wel beschikt, zijn overgelegd en een goede verklaring is gegeven vanwege het ontbreken van andere relevante documenten. Verder dienen de verklaringen van de vreemdeling samenhangend te zijn, aannemelijk te zijn bevonden en niet in strijd met openbare informatie. (Voetnoot 2)

5. De rechtbank stelt allereerst vast dat niet in geschil is dat eiser geen originele documenten heeft overgelegd die zijn identiteit aannemelijk kunnen maken. Verweerder heeft in het voornemen en het bestreden besluit gemotiveerd uiteengezet dat eiser geen goede verklaringen heeft afgelegd waarom deze documenten ontbreken. Zo heeft verweerder terecht aan eiser tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over zijn paspoort. Eiser heeft eerst in het aanmeldgehoor verklaard dat zijn paspoort, identiteitskaart en geboorteakte in Somalië zijn. (Voetnoot 3) Daarna verklaart eiser dat hij Somalië op een legale wijze is uitgereisd met zijn paspoort en daarna heeft opgestuurd naar Somalië. (Voetnoot 4) Vervolgens heeft eiser bij de correcties en aanvulling op het aanmeldgehoor verklaard dat hij zijn paspoort heeft moeten afgeven aan de reisagent en om die reden niet meer in zijn bezit heeft. (Voetnoot 5) Tot slot heeft eiser in het nader gehoor ook nog eens verklaard dat hij zijn paspoort tijdens zijn illegale reis van Turkije naar Griekenland heeft verloren. (Voetnoot 6) Eiser heeft geen afdoende verklaring kunnen geven voor deze tegenstrijdige verklaringen, zodat verweerder deze terecht heeft tegengeworpen. De enkele niet onderbouwde stelling dat Somalische documenten geen bewijswaarde hebben en onbegrijpelijk is waarom deze dan ook van eiser worden verlangd, ontslaat hem niet van de verplichting om zijn asielrelaas met deze documenten alsnog te onderbouwen. Het is daarbij aan verweerder om deze documenten te onderzoeken en de bewijswaarde ervan te bepalen. Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte eisers identiteit ongeloofwaardig geacht.

6. Nu reeds eisers identiteit niet aannemelijk is gemaakt, stelt verweerder zich ter zitting terecht op het standpunt dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (Voetnoot 7) volgt dat een verdere beoordeling van het asielrelaas niet kan worden verricht. Een asielmotief heeft namelijk slechts betekenis tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling. (Voetnoot 8)

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 6 maart 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoot

Voetnoot 1

Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Voetnoot 2

Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b en c, van de Vreemdelingenwet.

Voetnoot 3

Rapport aanmeldgehoor van 18 juni 2023, p. 5 van 15.

Voetnoot 4

Rapport aanmeldgehoor van 18 juni 2023, p. 11 en 12 van 15.

Voetnoot 5

Correcties & aanvulling rapport aanmeldgehoor van 24 april 2024, p. 1 van 2.

Voetnoot 6

Rapport nader gehoor van 16 oktober 2024, p. 4 van 24.

Voetnoot 7

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Voetnoot 8

ABRvS 6 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:292 en 31 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3106.