Rechtbank Den Haag, vereenvoudigde behandeling vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:13873

Op 28 May 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een vereenvoudigde behandeling procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.10610, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:13873. De plaats van zitting was Groningen.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.10610
Datum uitspraak:
28 May 2026
Datum publicatie:
28 May 2026

Indicatie

Dublin, plakvovo, 8:83, derde lid Awb, vovo afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.10610

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum 1] ,

V-nummer: [nummer 1] ,

mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] ,

V-nummer: [nummer 2] ,

[naam 3] ,

geboren op [geboortedatum 3] ,

V-nummer: [nummer 3] ,

[naam 4] ,

geboren op [geboortedatum 4] ,

V-nummer: [nummer 4] ,

allen van Somalische nationaliteit,

hierna: verzoekers,

(gemachtigde: mr. B.H. Werink),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding

1. Bij besluit van 24 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.

1.1.

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. (Voetnoot 1) Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb (Voetnoot 2) uitspraak zonder zitting.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.10609, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoot

Voetnoot 1

NL26.10609.

Voetnoot 2

Algemene wet bestuursrecht.