Rechtbank Den Haag, vereenvoudigde behandeling vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:15567

Op 10 June 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een vereenvoudigde behandeling procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.19258, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:15567. De plaats van zitting was Groningen.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL26.19258
Datum uitspraak:
10 June 2026
Datum publicatie:
10 June 2026

Indicatie

Dublin, plakvovo, 8:83, derde lid Awb, vovo afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.19258

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,

van Guinese nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding

1. Bij besluit van 7 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.

1.1.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. (Voetnoot 1) Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb (Voetnoot 2) uitspraak zonder zitting.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.19257, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoot

Voetnoot 1

NL26.19257.

Voetnoot 2

Algemene wet bestuursrecht.