Rechtbank Den Haag, vereenvoudigde behandeling vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:18240

Op 3 July 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een vereenvoudigde behandeling procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL24.193, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:18240. De plaats van zitting was Groningen.

Soort procedure:
Instantie:
Zaaknummer(s):
NL24.193
Datum uitspraak:
3 July 2026
Datum publicatie:
3 July 2026

Indicatie

bnt, asiel

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.193

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 2 september 2022.

1.1.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. (Voetnoot 1)

Overwegingen

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvankelijk?

2. Gelet op de datum van de aanvraag is WBV 2022/2 (Voetnoot 2) het in deze zaak toepasselijke wijzigingsbesluit. Anders dan deze rechtbank en zittingsplaats in de uitspraak van 11 april 2024 (Voetnoot 3) heeft geoordeeld, is zij thans van oordeel dat dit besluit onrechtmatig is, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 mei 2025. (Voetnoot 4) Dit betekent dat de minister in dit geval in beginsel binnen zes maanden een beslissing op de aanvraag van eiser diende te nemen.

3. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken. (Voetnoot 5)Eiser heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. (Voetnoot 6) Dat heeft de minister niet gedaan en eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. (Voetnoot 7)

4. Op 4 april 2024 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Omdat door de minister alsnog een besluit is genomen, is er voor de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvraag dient te nemen. (Voetnoot 8) Het alsnog genomen besluit komt geheel aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit tegemoet, zodat dit beroep niet mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit. (Voetnoot 9)

5. Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk.

7. Omdat de minister na het indienen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen, is het beroep terecht ingediend, en moet de minister de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. De te vergoeden proceskosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. (Voetnoot 10)

Beslissing

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;

veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van

A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoot

Voetnoot 1

Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Voetnoot 2

Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/2, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, Stcrt. 2022, 25775.

Voetnoot 3

ECLI:NL:RBDHA:2024:5087.

Voetnoot 4

ECLI:EU:C:2025:326, alsmede de conclusie van de advocaat-generaal: ECLI:EU:C:2024:1028.

Voetnoot 5

Artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Voetnoot 6

Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb.

Voetnoot 7

Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.

Voetnoot 8

Artikel 8:55d van de Awb.

Voetnoot 9

Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.

Voetnoot 10

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.