Rechtbank Den Haag, voorlopige voorziening vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:11022
Op 23 March 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL25.13607, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:11022. De plaats van zitting was Utrecht.
Indicatie
VK, vovo bij beroep
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. B. Aydin),
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).
Procesverloop
Procesverloop
1.1
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid als zelfstandige’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 11 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 21 mei 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (met zaaknummer NL25.27219), op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, R. Baysal als tolk in de Turkse taal, en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.27219, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.
Beslissing
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Hummel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2026.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.