Rechtbank Den Haag, voorlopige voorziening vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:17036
Op 23 June 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is NL26.12018, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBDHA:2026:17036. De plaats van zitting was Groningen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
v-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. F.H. Gart),
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. De minister heeft eisers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met het bestreden besluit van 4 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. (Voetnoot 1) Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. (Voetnoot 2)
Overwegingen
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. N. Wetterauw, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoot
Voetnoot 1
Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.12017.
Voetnoot 2
Op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht.